zondag 26 december 2010

De tocht naar Aruba

Een half uur voordat de wekker op zondagochtend 19 december afgaat worden we gewekt door een hevige plensbui. De wind neemt snel toe en draait meer dan 90 graden. We starten de motor en proberen de boot achter het anker te houden. Als we 2 uur later vertrekken blijkt dat we onze mooie klauwhaak kwijt zijn. Deze haak zorgt ervoor dat de trekkracht van de ankerketting niet op de ankerlier wordt overgebracht maar op de bolders aan de voorkant van de boot. De lijn is totaal doorgeschavield.
Later zien we ook dat de stok van het anker een beetje krom getrokken is.
De trip naar de Windward Passage (het water tussen Cuba en Haiti) leggen we op de motor af. 's Nachts kunnen we de motor uit doen en de zeilen hijsen. Heerlijk! Stilte !
We worden in verwarring gebracht door groene, witte en rode lichten die op verschillende plaatsen aan- en uitgaan. Een verdwaalde kerstboom? Maar nee, we worden opgeroepen door de American Coast Guard. De marine houdt er een duikbootoefening waar ook een vliegtuig aan deelneemt. Als we de kaart nog es goed bestuderen, blijkt er een heel klein eilandje te liggen, Navassa Island geheten, dat in bezit is van de U.S. Niet veel groter dan een rots.
Bij het ochtendgloren zien we overal om ons heen kleine, primitieve bootjes met zelfgemaakte zeiltjes. We zijn dan in de buurt van Haiti . Sommige bootjes proberen bij ons in de buurt te komen en de mensen aan boord maken door middel van handgebaren duidelijk dat ze eten en drinken willen hebben. Plotseling zien we, vlakbij de boot, een hoofd boven de golven uitkomen. Het blijkt een man te zijn die in een heel primitief roeibootje aan het vissen is. Aangrijpende beelden.

Een foto van een Haïtiaanse visser. Van dichterbij een foto nemen vonden we genant.

Op de motor varen we oostwaarts langs de hoge bergen van Haiti en de Dominicaanse Republiek. Op een bepaald moment kunnen we weer zeilen en wenden we de steven naar Aruba. We moeten een koers van 162 graden aanhouden. En dan laat de Carib ische Zee zich van haar grimmige kant zien. De wind neemt toe tot windkracht 7 en we krijgen huizenhoge golven over ons heen. Ook krijgen we soms een golf in de kuip. Het water klotst over de kuipvloer en verdwijnt dan gorgelend via de loospijpen. Dit gedeelte van de tocht ervaren we als bar en ruig. Maar de Pjotter en wij hebben het goed doorstaan.
In de middag van 23 december zien we heel vaag in de verte de contouren van het eiland Aruba. Op hetzelfde moment verschijnt er een groep dolfijnen rond de boot. Als welkom.... 's Avonds om 9.00 uur leggen we aan in de haven Barcadera en worden begroet door Christien, een zus van Kees. Supergaaf om elkaar hier te ontmoeten. We drinken met haar een glaasje champagne en toasten op de veilige aankomst. Het feest op Aruba kan beginnen.



zaterdag 18 december 2010

de zuidelijke Bahama's

Vanaf Nassau varen we over de Great Bahama Bank naar George Town. Het water is glashelder, je kunt de bodem zien maar dit komt ook omdat het overal erg ondiep is. Boeien liggen er niet of nauwelijks. Van andere zeilers horen we dat de electronische kaarten in dit gebied niet te vertrouwen zijn. Papieren kaarten geven meer zekerheid. In de pilots staan routes beschreven en wordt vaak geadviseerd om via "eyeball navigation' (zelf goed uitkijken) de weg te vinden.
bij het Exuma eilandje Highborne Cay verlaten we de Bank en komen op de diepe Exuma Sound. We slaken een zucht van verlichting.
Na 25 uren motorren gooien we het anker uit bij Stocking Island, tegenover George Town. We hebben uitzicht op een prachtig wit palmenstrand en worden vanaf het strand verwelkomd door de muziek van de "Chat'n Chill" bar. We zwemmen en maken leuke wandelingen op het eiland.
We komen Steve en Denise van de Charisma weer tegen, een Engels stel dat we eerder ontmoet hebben in de No Name Harbour bij Miami. Met hen beleven we een leuke avond, we lenen kaarten van hen en hopen hen volgend jaar in Lymington (waar ze wonen) weer te ontmoeten.
Omdat er na een aantal dagen stevige wind wordt voorspeld besluiten we vlakbij onze ankerplek, voor de veiligheid, aan een mooring te gaan liggen. Dat hadden we beter niet kunnen doen want halverwege de stikdonkere nacht bij windkracht 6 merkt Kees dat we op drift zijn geraakt. We waren het strand tot 2 meter genaderd en dreven richting een baai waar veel andere boten voor anker lagen. De mooring lijn was gebroken.
Slaapdronken en in pyama rennen we naar buiten. Rakelings langs de andere boten die voor anker liggen lukt het ons gelukkig de boot bij het strand weg te krijgen en met behulp van een zaklantaarn in veiliger water te brengen. Daar hielp een aardige, behulpzame Frans sprekende Canadees ons aan een andere mooring aan te leggen. We zetten een kopje "lekker slapen thee" maar dat werkt niet echt want we hebben die nacht niet meer geslapen.
In het vervolg gaan we meer op ons eigen anker vertrouwen!!!
Met Kerst willen we heel graag bij Christien (zus van Kees) op Aruba zijn. Mede daarom en omdat de windverwachting gunstig is vertrekken we 's ochtends naar Mayaguana waar we na 30 uur aankomen. We laten ons anker vallen in de "Abraham's Bay waar we prachtig beschut liggen achter een groot en langgerekt rif. De baai is volkomen verlaten, we zijn het enige schip. De afstand tot het eiland is 3,5 mijl, te ver voor de bijboot. Het lijkt wel alsof we hier alleen op de wereld zijn. We voelen ons wat verlaten en kruipen 's avonds nog dichter tegen elkaar aan in het vooronder! De volgende ochtend, als we goed zijn uitgerust, zien we pas echt hoe mooi de baai is en we doen veel klusjes aan boord.
De voorbereiding voor de trip naar Aruba vergt veel tijd. Er zijn ruwweg 2 mogelijkheden om vanuit de Bahama's naar de Caribische Zee te gaan; tussen Cuba en Haiti of tussen de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico. De laatste heeft het voordeel van een ruimere koers in de Caribische Zee naar Aruba bij de gangbare oostelijke wind. Maar deze optie is ruim 200 mijl verder. De andere optie is korter, maar de koers in de Caribische zee is bij een oostelijke wind bijna helemaal aan de wind.
Gelukkig kunnen we met behulp van sailmail onbeperkt weerberichten opvragen voor elk gebied. Wij besluiten de korte route te nemen. De langere route kent op dit moment veel tegenwind en het voordeel van de korte route is dat begin volgende week de wind enige dagen noordoost zal zijn.
Nadat we een dag gelegen hebben bij het meest zuidelijke Bahama eiland, Great Inagua, vertrekken we zondagmorgen 19 december vroeg naar Aruba

Voor het eiland Great Inagua liggen we voor anker. Vlakbij de kust.

woensdag 8 december 2010

De Bahama's tot en met Nassau

We bereiden ons voor op de tocht over de Warme Golfstroom naar de Bahama's. De Warme Golfstroom komt uit het Caribisch gebied en gaat met een gemiddelde snelheid van 3 mijl per uur naar het noorden om daarna af te buigen naar West Europa. Het is gevaarlijk en onverantwoord om dit water over te steken als de wind uit een noordelijke richting waait. Dit leidt tot steile golven en gevaarlijke zeeën. Maar 3 dagen nadat Frank en Ruth aan boord kwamen zien wij een mogelijkheid om de "sprong" te wagen. Het is nog donker als wij anker opgaan vanuit No Name Harbor.
Het woord Bahama's betekent ondiepe zeeën (komt uit het Spaans) en dat merken we als we bij de ingang van het eiland Bimini aan de grond lopen. Maar gelukkig komen we op eigen kracht los en vragen een plaatselijke visser die langs vaart waar precies de geul loopt. Varen in de Bahama's betekent ook dat je je ogen goed moet gebruiken want boeien liggen niet altijd op de plek die aangegeven staat in de kaart en soms zijn boeien niet vindbaar die toch op de kaart staan.
We zijn verrukt over het ongelooflijk kristalheldere water en de prachtige blauwe en groenige kleuren!
Wij gaan in de Sea Crest Harbor liggen, waar we één van de 3 boten zijn. In het dorp kunnen we ook inklaren.
Onze eerste indruk is dat er veel vervallen huizen zijn en er is veel leegstand.
De volgende dag maken we een wandeling naar een resort dat ten noorden van het dorpje ligt en bijna voltooid is. We worden blijkbaar gezien als potentiële klanten want men doet zijn uiterste best om ons één van de woningen te verkopen. Er staan er nog veel leeg.
De daaropvolgende dag varen we naar Berry Islands. Dit is een tocht over de Grote Bahama Bank met een gemiddelde diepte van 5 meter maar ook zijn er plaatsen met aanmerkelijk minder water. Vooral als we de Bank op moeten en als we er weer af varen is het goed oppassen. Vandaar dat we aan het eind van de dag vertrekken en de volgende dag als het al weer licht is de Bank kunnen verlaten. We vinden een mooring bij het eilandje Frazer's Hog Cay. We zijn nog niet vastgemaakt aan de mooring of Frank ziet al een grote barracuda onder de boot. Deze vis blijft gedurende ons gehele verblijf onder de boot zwemmen, waarschijnlijk wacht hij op afval vanuit de boot. De vis blijft dus honger houden. Als we met de dinghy aan land gaan is er eerst geen levende ziel te bekennen. We gaan met zwemspullen op pad en zoeken ergens een mooi strand. Als we de weg vragen aan 2 mensen die langs rijden blijkt dat zij naar een strand gaan om te snorkelen en wij mogen achter in de pick-up met hen meerijden. De mooiste vissen zijn te zien bij een koraal dat er nog onbeschadigd uit ziet.
Op de terugweg worden we uitgenodigd even mee naar hun huis te gaan. Zij hebben een huis gekocht dat na de laatste hurricane geheel verwoest was en deze mensen hebben het huis zelf verbouwd tot een prachtig huis dat aan 3 kanten uitzicht heeft op de zee.
De volgende dag rijden we met dezelfde mensen over het eiland en zwemmen bij een mooi strand. Aan dit strand hebben vrienden van hen een huis waar we ons kunnen verkleden en douchen. We rijden naar het meest westelijke punt van het eiland waar een luxe marina is gebouwd en een half afgemaakt resort. De projectontwikkelaar is failliet. De meeste huizen staan leeg en/of niet helemaal afgemaakt.
Op 6 december vertrekken we naar Nassau, een tocht van 35 mijl. Het wordt een heerlijke tocht, we hebben de wind pal achter ons en de fok gaat bak. Dit betekent dat de genua, met behulp van een lange boom, aan de andere kant geplaatst wordt dan daar waar het grootzeil staat. Van verre zien we al Atlantis, het grote hotelcomplex met veel mogelijkheden tot vermaak.

Het grote Atlas complex dat al van verre te zien is. De tweede foto toont de brug waar we onder door voeren en die over de baai van het eiland ligt.

We leggen aan bij de Nassau Harbor Club Marina en genieten van de luxe van de steiger.
De volgende dag lopen we naar Atlantis en beleven daar een mooie dag met ons vieren. We kijken onze ogen uit bij het immens groot aquarium waar o.a. tropische vissen, roggen, haaien, zwaardvissen en zeeschildpadden voor onze ogen langs zwemmen.
Er valt van alles ontdekken in een Disney- achtige sfeer ,zwemmen, snorkelen en winkelen. Ook is er een casino. Het hele complex is feestelijk versierd , de ene kerstboom nog hoger en mooier dan de andere! Overal horen we kerstmuziek...


Op deze foto staat het bordje "No lifeguard on duty". Alles wordt er aan gedaan om aansprakelijkheid te voorkomen.

Wat een verschil met de ongerepte schoonheid en de stilte van b.v.de Berry Islands. Maar ook leuk en we genieten van deze afwisseling. Het is inmiddels 7 december en we vieren alvast Kees zijn verjaardag. We skypen met Gerdine en Jacco en Jasmijn en Florens. Wat is dat leuk ! !Als we uit het restaurant komen, waar we gegeten hebben, begint de muziek te spelen ( geregeld door Ruth): Happy birthday dear Case !! We maken een dansje midden op de straat die sprookjeachtig verlicht is met kerstlampjes. Zien jullie het voor je?
Dan is het 8 december en Frank en Ruth vliegen, via Nassau, weer terug naar Miami en vandaar naar het koude Nederland!
En is het weer even heel stil aan boord....
We vertrekken , diezelfde dag nog, richting George Town, de Exuma's .

vrijdag 3 december 2010

Miami

Miami is de grootste haven voor cruiseschepen ter wereld. We vinden een plekje bij Crandon Park Marina op het schiereiland Key Biscayne. Er zijn prachtige stranden met prachtige palmbomen en mooie fietspaden. Miami is met openbaar vervoer heel goed bereikbaar. In 20 minuten zijn we in hartje stad. Met de metromover, een computergestuurde, gratis trein die bovengronds door het centrum van Miami gaat maken we een ritje door de stad.
Vervolgens brengt een "gewone" bus ons naar Miami Beach dat brede stranden heeft en gescheiden wordt van Miami door enkele kilometers breed water. Miami Beach is een belevenis op zichzelf met zijn vele grote hotels, restaurants en barretjes.
Vooral de Art Deco wijk is zeer de moeite waard. In het begin van de vorige eeuw werd deze wijk gebouwd, raakte in verval, maar men is er heel goed in geslaagd de panden in oude staat terug te brengen. We maken veel foto's o.a. van het huis waar Gianni Versace, de modeontwerper, ooit woonde.
Vanaf het terras van de "Tides", een prachtig Art Deco hotel en restaurant, genieten we van de glamour en de glitter, de grote sportauto's, oldtimers en motoren en van de grote verscheidenheid aan mensen.
Het is Sinterklaastijd en we willen een pakje sturen naar de kleinkinderen. De mevrouw van het postkantoor kijkt achterop het pakketje , begint te lachen en zegt: " aah, van de pakjespiet...." Ze begint spontaan Sinterklaaskapoentje te zingen. Ze blijkt een Nederlandse vader te hebben. De taal is ze verleerd maar de Sinterklaasliedjes kent ze nog wel. Mooi he?
We halen Frank en Ruth van Miami International Airport en gaan met hen verder Miami verkennen.
De dag voordat we de Warme Golfstroom oversteken naar de Bahama's, gaan we naar No Name Harbor. Dit is een haven in een natuurpark waar een weldadige rust heerst. Dit is één van de vele (161!) State Parks van Florida.

zaterdag 27 november 2010

De kust van Florida tot Miami

Al van verre zien we de pijpen van de papierfabrieken van Fernandina Beach. Fernandina Beach ligt op een eiland dat verbonden is met 2 bruggen met het vasteland. We maken er een fietstocht en een mooie strandwandeling en drinken er een goed glas bij Palace Saloon, de oudste kroeg uit Florida uit 1878. Als de wind ongunstig is liggen we in de stank van de papierfabriek. We vinden Fernandina Beach geen aanrader en vertrekken dan ook al na 2 nachten.
In een dagtocht varen we naar St. Augustine. Deze stad is gesticht door de Spanjaarden in 1562 en nog op veel plaatsen is de Spaanse invloed zichtbaar. Mooie gevels met sierlijke balkons, smeedijzeren tralies en schilderachtige binnenplaatsjes. Wij liggen aan een mooring bij de prachtige Bridge of Lions, die 's avonds mooi verlicht is.
We hebben een erg mooie rondleiding gehad in het Flagler College. Henry Flagler, een spoorwegmagnaat, liet in 1888 het hotel Ponce de Leon bouwen met veel moderne snufjes zoals electriciteit en drinkwatervoorziening. Met prachtig houtsnijwerk, mozaïek vloeren, schilderijen en Tiffani ramen was het een luxe hotel voor de allerrijksten. Sinds 1968 is het een college.
In de Spaanse wijk, een oud historisch stadsdeel van St. Augustine, lopen we door smalle straatjes met veel gezellige winkeltjes.
Helaas moeten we ook St. Augustine verlaten. Het is een mooie stad waar nog veel te bezichtigen valt.
Bij het eerste ochtendgloren zetten we koers naar North Palm Beach. De wind is ons gunstig gezind en blaast ons er in 30 uur naar toe. Een tocht van 200 mijl (ongeveer 370 kilometer).
Wij ankeren in een baai, eten nog wat en zoeken om 8 uur (!) onze kooi op. Slapen!!! De volgende ochtend zijn we weer zo fris als een hoentje. We bezoeken het John D. MacArthur Beach State Park, één van de 160 parken die de staat Florida in eigendom heeft. Het park was oorspronkelijk privé bezit en is door de eigenaar aan de staat geschonken met als doel het behoud van het ecosysteem. We vonden het een heel mooi park waar op een duidelijke manier werd aangegeven welke planten en dieren er leven. Wat ons opvalt is dat, ondanks dat het eind november is, de bladeren nog aan de bomen zitten en een diepgroene kleur hebben.
De afstand van North Palm Beach naar Miami bedraagt zo'n 60 mijl en de hele kuststrook is volgebouwd met appartementencomplexen, in hoogte en vorm variërend, zeer indrukwekkend!
We liggen nu aan een mooring in Crandon Marina en zien erg uit naar de komst van Frank en Ruth!

zondag 14 november 2010

De Intracoastal Waterway

De Intracoastal Waterway (ICW) is een kanaal dat evenwijdig loopt aan de kust. Enkele mijlen landinwaarts. Bedoeld om het voor scheepvaart gemakkelijker te maken om van noord naar zuid en vice versa te gaan. En daarmee de zee te vermijden. Tegenwoordig wordt het voornamelijk gebruikt door watersporters. Van Norfolk (het zuidelijkste puntje van de Chesapeake Bay) tot Miami is het kanaal 1700 kilometer lang.
Norfolk is de grootste marinehaven ter wereld.

Wij varen alleen het stukje van Norfolk tot Beaufort in North Carolina en gaan dan de zee weer op. De oevers van het kanaal worden niet onderhouden en het kanaal wordt daardoor elk jaar op de meeste plekken iets breder. Vooral als we soms door motorboten worden ingehaald die wel 30 knopen varen en daarmee hoge golven veroorzaken die de oevers beschadigen. We zien veel omgevallen bomen en bomen die al dood zijn. Soms maakt dat een troosteloze indruk


Veel dode bomen langs de I.C.W.

Op veel plaatsen is de natuur echter heel mooi en lijkt niet door mensenhanden te zijn aangeraakt. Ook zien we een hert dat voor onze boot het kanaal overzwemt. We zien het hert de kant op krabbelen, zich uitschudden en verdwijnen in de bosjes.
We hebben op verschillende ankerplekken de nacht doorgebracht. Bij twee plaatsen zijn we wat langer gebleven: Belhaven en Oriental. In Belhaven was de malaise in de economie duidelijk zichtbaar. Veel winkels waren gesloten en huizen verlaten en in verval geraakt. In Oriental daarentegen was veel meer levendigheid, diverse leuke winkeltjes en restaurantjes.
Ook hebben we geankerd in een prachtige baai achter een grote duinwal bij Beaufort, Bay Lookout geheten. Hier hebben we met Bert en Marlene van de Heimkehr, die we in het begin van de ICW tegenkwamen, een mooie strandwandeling gemaakt en mooie schelpen gevonden. Net Terschelling.
We hebben Bert en Marlene eerder ontmoet op Madeira, vorig jaar september. We vinden het erg leuk om weer een aantal dagen met hen op te trekken. Van hen kunnen we ook een "gas-adapter" overnemen die het mogelijk maakt om onze europese gastanks weer in Amerika te vullen. Zoals eerder beschreven hebben we in Amerika een nieuwe gastank moeten kopen omdat de europese gastanks niet geruild en niet gevuld konden worden. Omdat in onze gasbun niet veel ruimte meer over was konden we maar een kleine tank kopen die we minstens elke 3 weken moeten laten vullen. Erg handig die nieuwe adapter!
Met de Europese gastanks op weg naar een Amerikaans vulstation.

Charleston

Op zes november, op een winderige ochtend, gaan we vroeg "anker op" en zetten koers naar Charleston. De hele tocht varen we alleen met het voorzeil en op sommige momenten halen we een snelheid van meer dan 8 knopen per uur. Pjotter en wij hebben er zin in. Wel is het koud, vooral 's nachts en we halen ons "thermische" ondergoed weer tevoorschijn.
Onderweg worden we geconfronteerd met een technisch probleem. Het toilet werkt niet meer. Kees haalt het pompje uit elkaar maar kan de oorzaak niet echt vaststellen. Gelukkig hebben we een reserve pomp aan boord maar al snel blijkt dat dit niet de oplossing van het probleem is. Pas in de haven blijkt dat de afvoerleiding geheel verstopt is geraakt. Deze is alleen te bereiken via een smal luikje van 15 bij 20 centimeter. Maar na enkele verwoede pogingen lukt het toch om een nieuw stuk slang aan te brengen. Probleem weer opgelost.
Zondag 7 november, tegen de avond, gooien we het anker weer uit in een baai bij Charleston. We worden begroet door een moeder dolfijn met haar jongen en een groep pelikanen. We nemen een lekker glaasje op de goede aankomst en genieten van de ondergaande zon. Mijn liefje wat wil je nog meer?...
Op aanraden van Bert en Marlene gaan we de volgende dag naar het Charleston Maritime Center. Deze knusse marina ligt op loopafstand van het centrum van de stad.
De stad Charleston heeft veel te bieden. Sporen die de slavernij heeft achtergelaten zijn nog op veel plaatsen zichtbaar.
We bezoeken Boone Hall Plantation. Een van de oudste plantages van het zuiden. We krijgen een rondleiding door het monumentale huis van de plantagehouder maar zijn het meest onder de indruk van de slavenverblijven die als museum zijn ingericht en een inkijkje bieden in het leven van de slaven.
Ook hebben we het Aiken-Rhett House bezocht en het Nathaniel Russell House. Twee voorbeelden van hoe in vroeger tijden meester en slaven leefden. Een groter verschil is niet voorstelbaar.
We genieten van de vele historische gebouwen en huizen. Met hun smeedijzeren hekken en piaza's (veranda's). De piaza's zijn allemaal aan de zijkant van het huis aangebracht omdat de belasting werd geheven afhankelijk van de lengte van het huis. Met zo'n 1500 historische gebouwen vormt Charleston een levendig openluchtmuseum vol luxe paleizen, stadsvilla's en cottages.
We blijven er 4 dagen maar dat hadden er best meer mogen zijn want we zijn nog lang niet uitgekeken. Echter, de wind dreigt uit de verkeerde richting te gaan komen en wij zeilers moeten nu eenmaal de wind gehoorzaam zijn!

dinsdag 2 november 2010

Chesapeake Bay

Na opnieuw  een heerlijk verblijf in Nederland komen we op 4 oktober weer aan in Baltimore, samen met onze vrienden Sjaak en Nienke.  Hun aanwezigheid maakt het voor ons gemakkelijker om de draad van de reis weer op te pakken. Loslaten blijft moeilijk!
De boot staat nog op de kant en het is koud (12 graden) en nat. De volgende dag wordt de boot te water gelaten, voorzien van een "verse" antifouling laag. Het weer wordt steeds beter en we laten Baltimore achter ons. We gaan op zoek naar ons eerste ankerplekje in de Chesapeake Bay. Het wordt de Swan Creek, een beeldschoon plekje, domein van vele roofvogels o.a. de visarend en een aantal gieren.
De Chesapeake Bay is een inham, een fjord die 350 kilometer het land insteekt. Aan deze baai liggen o.a. Baltimore, Norfolk, de grootste marinebasis van Amerika en ook Annapolis, de hoofdstad van de staat Maryland. In de baai zijn ook weer veel inhammen en kreken waar het heerlijk ankeren is. Met Sjaak en Nienke doen we dat dan ook regelmatig. Vaak beginnen we de dag met een rondje zwemmen om de boot heen. Soms met kwallenwacht.....
Daarna lekker afdouchen en heerlijk ontbijten. De dag kan beginnen.
Vanuit Annapolis, waar we aan een mooring liggen, beleven we met ons vieren een onvergetelijke dag in Washington. We bezoeken het Capitool, krijgen een rondleiding naar de House Gallery en de State Gallery (een soort Eerste en Tweede Kamer).
Ook de leeszaal in de Library of Congres (tegenover het Capitool) was indrukwekkend.
Als klap op de vuurpijl zijn we getuige van de procedure die gevolgd wordt als de president thuis komt. Vlakbij het Witte Huis ontstaat op een bepaald moment een zenuwachtige sfeer, kruispunten en straten worden afgezet en na een kwartier komt een groep motoragenten met zwaailichten aanrijden, gevolgd door enkele gepantserde auto's met veel antenne's en camera's op het dak. Daar achter weer een grote groep politieagenten op motor met zwaailichten.  "This is the normal procedure when Mr. president comes home" horen we later.
Na anderhalve week zwaaien we Sjaak en Nienke uit en kijken terug op een fantastische tijd met ons vieren.
We blijven nog enkele dagen in Annapolis omdat we een lekkage hebben in het electrische systeem van de boot. De dynamo wordt getest maar blijkt in orde te zijn. Het lukt ons niet om iemand aan boord te krijgen die ons electrische systeem kan doormeten. Dit komt waarschijnlijk door de grote drukte die 2 bootshows met zich mee brengen. Annapolis staat bekend om zijn watersporttentoonstellingen aan de oostkust van Amerika.
We besluiten niet langer te wachten in Annapolis en komen terecht bij een werf in Deltaville, ongeveer 45 mijl vanaf Norfolk. Gelukkig had Sjaak al vastgesteld welke kabel we konden loskoppelen, als we de motor niet gebruikten, om overbodig verlies van energie  te voorkomen. Dankzij het speurwerk van Sjaak had de werf had nog geen half uur nodig om vast te stellen dat de regulateur van de extra dynamo aan de motor vervangen moet worden.
Eind oktober komen we bij Norfolk. Dit is de grootste marinehaven ter wereld. Diverse vliegdekschepen en andere soorten boten liggen netjes op een rij. Een indrukwekkend gezicht.
Wat ons steeds weer in dit gedeelte van Amerika opvalt, is dat de winkels in grote winkelcentra (malls) ver weg buiten de stad zijn gevestigd. Deze centra zijn voor de automobilist gemakkelijk te bereiken en beschikken over grote parkeerplaatsen. Voor ons betekent dit vaak dat we een heel eind moeten fietsen of een taxi moeten huren. Als het enigszins kan kiezen we voor de fiets.
Bij Norfolk  verlaten we de Chesapeake Bay en gaan de Intracoastal Waterway op. 
    
 

maandag 6 september 2010

New York

De tocht door het centrum van New York o.a. onder de Brooklyn Bridge door, langs Manhattan en met in de verte het vrijheidsbeeld, zullen we ons blijven herinneren. Wat een grandioze ervaring om op eigen kiel deze metropool binnen te varen.!
We varen de Hudson rivier op en pikken een mooring op bij de jachthaven in 79th street, aan de westkant van Manhattan.
Hier liggen we dan, op een ruime plek, in hartje New York op 10 minuten loopafstand van Central Park. Lang de rivier loopt een voet/fietspad waar we dagelijks veel mensen zien fietsen en joggen.

Vanaf het dak van het Rockefeller gebouw zien we Central Park en, geheel rechts, de Hudson River waar onze boot aan een mooring lag.


Met onze bijboot varen we naar de kant. We moeten rekening houden met de stroom die kan oplopen tot 3 mijl per uur. We gaan door het hek (de marina is 24 uur per dag bewaakt!) en lopen in ongeveer 5 minuten naar de ondergrondse die op veel trajecten vier banen telt.
Na een week komen onze zoon Frank en zijn vriendin Ruth bij ons aan boord. We beleven een gouden tijd met hen.
- wandelen over de Brooklyn Bridge
- bezoeken Ellis Island (de plaats waar vroeger de immigranten Amerika binnenkwamen) en het Liberty Island
- gaan uit ons dak op de Top of the Rock(efeller)
- beleven een super avond op Broadway met Mamma Mia
- op een dakterras met uitzicht op de stad genieten we van een heerlijk drankje

Op Broadway gaan wij naar een voorstelling van Mamma Mia


Zelf bezoeken we nog de Cloisters, het Guggenheim museum en de New York Public. Library.
Tot onze verrassing komen onze Amerikaanse vrienden Mike en Nancy uit Tiverton, waar we een week bij hun huis aan een mooring hebben gelegen, ons opzoeken. Met hen gaan we naar het Smithsonian, het nationaal museum van de American Indian. Ook beleven we een leuke lunch met Carol en Norman die we ook in Tiverton hebben ontmoet. Carol werkt op Wall Street en laat ons haar kantoor zien. Supergaaf om zo iets mee te maken. Met Norm gaan we 's middags naar het Museum Of Modern Arts waar een tentoonstelling van Matisse is. Puur genieten.!

Na ruim 14 dagen verlaten we New York. Het was er fantastisch. Eén van de hoogtepunten van onze reis tot nu toe.

Als we New York verlaten zeilen we nog eens vlak langs het Vrijheidsbeeld


Via de Delaware Bay en het C & D Canal (dat de Delaware Bay met de Chesapeake Bay verbindt) varen we naar Baltimore. Van hieruit vertrekken we voor 3 weken naar Nederland.

zondag 22 augustus 2010

Wij naderen New York

CAPE COD
 
Van Scituate varen we naar de zuidwest kant van Cape Cod. Dit is een eiland dat door een kanaal wordt afgescheiden van het vasteland. Helemaal aan de zuidpunt ligt Woods Hole, een dorpje waar veel oceanografisch onderzoek wordt gedaan. Hier ontmoeten we Renske, die eerder met ons van Bermuda naar Canada heeft gezeild. Ze doet hier een summer school van 10 weken en laat ons vol trots " haar" Woods Hole zien. Cape Cod is een eiland waar veel Amerikanen vakantie houden en waar prachtige fietspaden zijn aangelegd. Als ze onze hollands vouwfietsen zien roepen sommigen enthousiast:" hey, look at that, cool bikes" . 
 
TIVERTON
 
We verlaten Cape Cod en zetten zeil naar Tiverton. Dit ligt vlakbij Newport, het zeilersmekka van de Amerikanen. In Tiverton gaan we in een baai liggen waar Nancy en Mike wonen. Met ons bijbootje kunnen we zo naar hun huis roeien. We beleven een paar prachtige dagen met hen en hun vrienden. Met de auto van Nancy (deze keer een Volvio 70) rijden we naar Newport. Hier liggen prachtige en grote zeilboten en er zijn veel chique winkels. Maar een havenwandeling maken lukt niet echt, want er zijn veel luxe appartementen gebouwd waar borden bij staan met de tekst: " prive, geen doorgang" . Ook beleven we een mooie en vrolijke avond tijdens een zomeravond concert in Bristol waar Beth dirigent is en haar man Stewart pianist. We hebben Beth en Nancy eerder ontmoet op de Isles of Shoals.
Dat een eerste ontmoeting op de Isles of Shoals, achter het orgel in de kapel, tot een zo mooi contact kan uitgroeien! We blijven ons verbazen en verheugen.
 
LONG ISLAND SOUND
 
Vanaf Tiverton varen we in 3 dagtochten naar New York. We overnachten in New London aan de Thames en in Port Jefferson op Long Island. De Long Island Sound, het water tussen het vasteland en het schiereiland dat zich ten noordoosten van New York uitstrekt, is een prachtig zeilgebied met veel ankermogelijkheden, beschutte baaien en gezellige dorpen. Ook zijn hier veel jachthavens. Toch zien we bijna geen andere boten. Zou dat komen omdat Amerikanen lang werken en weinig vakantie hebben?
De derde dag komen we aan het begin van de avond op een plaats waar de East River begint en de Long Island Sound ophoudt. Hier laten we ons anker vallen en in de verte zien we de contouren van de grote stad die ons hart sneller doet kloppen. Daar ligt dus New York.
 

zondag 8 augustus 2010

Boston

Na veel omzwervingen in het mooie Maine zijn we nu aangekomen in Massachuttes. We hebben gekozen voor een mooring in Scituate, zo kilometer ten zuidoosten van Boston, omdat Pam en Bob daar wonen die wij eerder in Frenchboro ontmoet hebben. We zijn in korte tijd bevriend geraakt met hen en zij hebben ons zeer hartelijk ontvangen in hun huis en ons hun stukje Amerika laten zien. Ook hebben ze ons meegenomen voor een eerste kennismaking met Boston.
Dat smaakte naar meer. Bob en Pam bieden ons hun auto aan.
Bob vraagt of wij gewend zijn in een auto met versnelling te rijden. Als we die vraag bevestigend beantwoorden zegt hij dat we dan beter zijn andere auto die nog thuis staat kunnen gebruiken.
Wel moeten we voorkomen dat we een snelheidsbekeuring krijgen. Thuis gekomen begrijpen we waarom hij die opmerking maakte; er staat een Porsche voor ons klaar.
Drie keer rijden we met de Porsche naar het station, parkeren daar de auto en rijden in drie kwartier met de trein naar Boston.

Deze Porsche kregen we te leen van onze vrienden Pam en Bob

We lopen een groot gedeelte van de Freedom Trail. Dit is een pad dat door het oude Boston gaat en leidt langs allerlei gebouwen die herinneren aan de Amerikaanse strijd om onafhankelijk en vrijheid.
We lezen het verhaal over de Boston Massacre, een bloedbad dat ontstaan is door gevechten tussen patriotten en de Engelse overheersers. Een ander voorbeeld van die strijd is de Boston Tea Party. Engeland had een extra belasting geheven op thee. Dit wekte veel agressie op en uit protest gooiden de patriotten de hele theelading van 3 schepen in het water. Niet lang daarna, in 1776, werd de onafhankelijkheid uitgeroepen.
Vlakbij Boston ligt Cambridge en hier is de Harvard universiteit gevestigd. Wij bezoeken het National History museum dat op het universiteitsterrein ligt. We zijn o.a. onder de indruk van de grote collectie bloemen gemaakt van glas, een collectie die gebruikt wordt bij het onderwijs aan de studenten biologie. Ook is er een afdeling waarin het onderwerp kloimaatverandering centraal staat. Hier blijkt dat heel vroeger de hele aarde eens bedekt is geweest met ijs en dat in een andere periode palmbomen op de polen groeiden. Er wordt een dringend beroep gedaan op de mensheid om de uitstoot van schadelijke stoffen drastisch te beperken.
We bezoeken op onze laatste dag in Boston het "Musea of Fine Arts" dat tot de meest vooraanstaande kunstmusea ter wereld behoort. Het is een immens groot en mooi gebouw. We zijn onder de indruk van de manier waarop de Egyptenaren (in de periode van 4000 - 2000 v. Christus)hun doden begroeven en welke kunstvoorwerpen zij hen meegaven. Maar ook hangt er het prachtige schilderijtje "De Zaaier" van Van Gogh ( we dachten altijd dat het veel groter was). Het beeld van het 14-jarig danseresje van Edgar Degas ontroert ons.

donderdag 29 juli 2010

mainpoints of Maine

Southwest Harbour

Van Cutler zeilen we naar Southwest Harbour. De hele trip hier naar toe moeten we erg letten op " lopsterpot" boeien, boeien die verbonden zijn met een kreeftenkooi. Als we in de baai van Southwest Harbour aankomen lijkt het wel koninginnedag; het hele veld (water) ligt bezaaid met ballonnen (lopsterpotboeien). Maar we komen zonder kleerscheuren aan en vinden een mooring tegenover de Hinckley werf. Hier bouwen ze prachtige zeilboten die er allemaal glimmend uitzien, bijna allemaal donkerblauw en die, vooral door hun negatieve spiegel, een tijdloze uitstraling hebben.
Southwest Harbour ligt op Mount Desert Island waarvan het grootste gedeelte een natuurpark is. Dit park beslaat 35.000 hectare waarin 200 kilometer aan wandelroutes is aangelegd en 70 km weg voor fietsers. Wij kunnen onze fietsen op de bus meenemen naar de ingang van het park. Om opstoppingen in het verkeer te voorkomen en om luchtvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen is er op het hele eiland gratis openbaar vervoer.
Rockefeller, bekend oliemagnaat, had het eiland eerst zelf in bezit en wilde het zo aanpassen dat grote groepen mensen ook van de prachtige natuur kunnen genieten. Alle paden en wegen zijn aangelegd met lokaal materiaal. De enkele bruggen die zijn aangelegd passen heel mooi in het landschap. Door de grootte van het park kom je maar heel weinig mensen tegen.

Je moet zelf de fietsen op de bus plaatsen

In het hele park is niets te koop.In het dorpje Southwest Harbour worden we geconfronteerd met een bijzondere maatregel; drank mag niet aan mensen verkocht worden die nog geen 18 jaar zijn. Om drank te kunnen kopen moet je je kunnen identificeren. In de supermarkt kunnen wij onze budweisertjes (Amerikaans biertje) niet meenemen omdat wij ons paspoort of rijbewijs niet bij ons hebben. Blijkbaar konden ze aan ons uiterlijk niet zien dat we ouder zijn dan 18 jaar.......

Frenchboro

Na enkele dagen vertrekken we naar Frenchboro dat op Long Island ligt. De afstand is niet groot, slechts 10 mijl maar doordat al vrij snel na vertrek dikke mist ontstaat (o zo kenmerkend voor Maine) en hier ook heel veel lobsterpotten liggen, is het een inspannende tocht.
Ook hier pakken we weer een mooring op tussen de kreeftenboten. We zijn het enige plezierjacht. In het weekend liggen er 4 zeilboten. Topdrukte......

Het centrum van Frenchboro



Op het eiland leven 67 mensen. Er is een school, een kerk, een museum en een bibliotheek. De school heeft 1 ruimte, klaslokaal waar alle leerlingen tussen 6 en 12 jaar in les krijgen. In de bibliotheek kunnen we internetten (later bleek dat we ook aan boord kunnen internetten). Er staan hier 6 computers. Als we vragen naar de openingsuren zegt men ons; " Openingsuren? Nee, die hebben we niet, we sluiten gewoon niet af".
Vooral voor gezinnen is het moeilijk om op het hoofd boven water te houden. De kinderen moeten naar het vasteland voor vervolgonderwijs.
Met overheidssteun wordt geprobeerd deze leefgemeenschap in stand te houden. We hopen dat dit gaat lukken want Frenchboro en haar bewoners hebben ons hart gestolen.
Ook op dit eiland zijn weer prachtige voetpaden aangelegd. We maken diverse tochten. In een klein restaurantje eten we lekker krab en kreeft.
Als de eigenaren horen dat we uit Nederland komen worden we direct uitgenodigd de voetbalwedstrijd tegen Spanje in hun restaurantje te komen bekijken. Heel hartelijk want er staan maar 4 stoelen en 1 tafel in dit restaurant. Jammer dat we verloren hebben. Maar het oranje gevoel was groot......

Woningruil in Stonington ?

In Stonington gaan we heerlijk eten bij de " Seasons". Het avondlicht valt heel mooi op de baai, en we maken veel foto's. We zitten buiten en hebben een prachtig uitzicht over de baai vol met rotsen en vissersboten.

Uitzicht vanaf terras

Tegenover de baai ligt een eiland van waaruit vroeger veel graniet is gehaald en verscheept naar alle delen van Amerika. Hierover is nog een museum ingericht.
Als we een keer met tassen uit onze dinghy op de wal stappen vraagt een voorbijganger of we boodschappen gaan doen. Inderdaad, dat zijn wij van plan. "Daar staat mijn groene Saab 9000 en gebruik die maar om boodschappen te halen. Lopen is wel wat ver. De sleutel zit in de auto".
Tijdens een andere wandeling komen we langs een huis dat staat op een prachtige plek met uitzicht over de baai. Martha spreekt de persoon aan die aan het gras maaien is. Aan ons accent (en niet alleen van Kees) merkt hij al gauw dat wij geen Amerikanen zijn. " Waar komen jullie vandaan"? vraagt hij. Hij blijkt ook uit Nederland (uit Friesland nog wel) te komen. 61 jaar geleden (hij is nu 71) is hij met zijn ouders en acht broertjes en zusjes naar Amerika gekomen. Het wordt een leuk gesprek over o.a. friese droogworsten en hoe hij met zijn familie in Amerika een nieuw vaderland heeft gevonden en een nieuw leven heeft opgebouwd. Als we verder lopen stopt er een auto naast ons waarin "onze" fries blijkt te zitten. "Ik heb nog een idee" zegt hij. "Wat vinden jullie ervan als we woningruil gaan doen? 's Zomers wonen we hier in Maine en 's winters in Arizona. We kunnen dan ook elkaars auto lenen". Ongelooflijk, hij kent ons niet en weet niet waar en hoe wij wonen en biedt ons zijn prachtige huis in Maine aan. Wij zijn aangenaam verrast want we willen graag nog een keer terug komen in Maine.
Rockland

Voor het eerst op onze tocht door Maine zien we veel zeiljachten liggen.
Wat we ons van Rockland zullen blijven herinneren is het bezoek aan het prachtige Farnsworth museum. Er hingen werken o.a. van Alex Katz en de Wyeth family. Uit het werk van deze laatste familie (3 generaties) blijkt hoe de Amerikanen hebben gestreden voor hun eigen onafhankelijkheid. Indrukwekkend!
We maken nog een wandeling naar een plek van waaruit we een goed zicht hebben op de aankomst van zo'n twintig traditionele schepen (schoeners). Op de weg terug komen we nog langs een vakschool waar houten boten worden gemaakt. Kees heeft zich bijna opgegeven voor een 2 weekse cursus. Wat heeft Maine toch veel te bieden.

Port Clyde

Het was eerst niet de bedoeling om hier naar toe te gaan maar tijdens een trip waar we alles moesten motorren hadden we ineens geen zin meer. Van Amerikanen hadden we gehoord dat Port Clyde ook de moeite waard is. En jawel, wat een beeldschoon haventje en een mooie baai. Als we een wandeling naar een vuurtoren maken zijn we weer onder de indruk van de uitzichten over de baai en de mooie bloemen in de berm die door niemand zijn gezaaid.

Bloemen in Port Clyde

Christmas Cove

Bij het krieken van de dag verlaten wij Port Clyde en groeten de mooring die ons zo prachtig op onze plek in de baai heeft gehouden. Het weer is zonnig, geen wind, wel weer veel prachtig gekleurde lollies (boeien van kreeftenpotten) die wij moeten ontwijken. In een mooie baai blijven we een nacht liggen en trekken dan verder naar Boothbay Harbor.

Boothbay Harbor
Van de havenmeester horen we dat alle moorings " privately owned" zijn maar dat we wel aan een steiger kunnen liggen. Kost wel 170 dollar per nacht!! Dat doen we dus niet. Gelukkig krijgen we een tip van een aardige andere zeiler die ons een mooring wijst die bijna nooit gebruikt wordt. Hier leggen we aan.
We zijn in een andere wereld aangekomen. De wereld van de rondvaartboten, de souvenierswinkels, veel restaurants en veel toeristen die met bussen worden aangevoerd. We blijven hier dan ook maar een nachtje.

Freeport

Freeport is een haven die ver het land in ligt. We vertrekken 's ochtend met mooi weer, een mooi zeilwindje maar in de loop van de dag komt de mist op zetten. Eerst moeten we nog de zonnebril ophouden en is een t-shirtje genoeg om het warm te houden. Maar al gauw begint het te regenen. Als we vlakbij de haven zijn en een rivier moeten opgaan is het zicht bijna weg. En dan begint het ook nog te onweren. De radar en de kaartplotter hebben we beide aan staan om ons te helpen de weg te vinden. Gelukkig komt de havenmeester van de Brewer marina ons tegemoet en helpt ons de mooring te vinden. Net op tijd maken we vast aan de mooring en het onweer barst in alle hevigheid los. We nemen een warme douche en een glas wijn. Het leven is goed.
Freeport is bekend om zijn vele outlets, fabriekswinkels waar de naam van L.L. Bean in de wijde omgeving bekend is. Het is een paradijs voor koopjesjagers. We hebben ons er dan ook zeer uitgeleefd.
In een mooie rode pick-up (ons zo maar aangeboden door de havenmeester) doen we boodschappen bij de supermarkt en laden onze spullen in de laadbak.
Dat is nog eens wat anders dan in de fietstas.......

Met de pick-up van de havenmeester doen we boodschappen


Portland


De tocht van Freeport naar Portland leidt ons door een prachtige archipel. Onze route gaat zigzaggend tussen de eilanden door. Wel opletten, maar een hele mooie tocht.
Sinds weken zijn we weer in een grote stad maar we verlangen alweer gauw naar een meer natuurlijke plek. Na 2 dagen vertrekken we dan ook alweer.

The Isles of Shoals.

De Isles of Shoals zijn werkelijk pareltjes in de zee. Puur en ongerept. Ze liggen ruim 6 mijl uit de kust, ter hoogte van Portsmouth. Door deze archipel loopt de grens tussen Maine en New Hampshire. Sommige eilanden zijn bewoond. Op een wandeling langs de rotsen komen we heel veel meeuwen tegen die ons schreeuwend begroeten. We zoeken een stokje om ons hoofd tegen hen te beschermen. Op een van de eilanden is een conferentieoord gevestigd dat eigendom is van 2 verschillende kerkgenootschappen.
Er heerst een ontspannen sfeer waarin mensen elkaar ontmoeten en zich bezinnen op hun verantwoordelijkheid in de samenleving. Ook komen we mensen tegen die alleen voor de natuur komen en om hier te recreeren, muziek te maken en te schilderen of gewoon maar op een rots te zitten en naar de zee te kijken. Wij kunnen mee eten met de gasten van de conferentie. Een bijzondere ervaring.

zondag 18 juli 2010

Aankomst in Amerika

Na een dagje zeilen en motorren vanuit Grand Manam bereiken we het dorpje Cutler dat in Amerika ligt. Onderweg zien we nog 2 keer een walvis. Cutler ligt in het noorden van Maine en staat in een pilot beschreven als een "port of entry". Dit is een haven waarbij je kunt inklaren. We kunnen de douane niet bellen want onze mobiele telefoon heeft hier geen bereik. Dan maar de satelliettelefoon gebruiken. Echter, daarvoor hebben we het landennummer van Amerika nodig en dat staat niet in ons A.N.W.B boek.
Zodra ons anker is neergeplonst roeien we met de dinghy naar de kant en zoeken een mogelijkheid om te bellen. De eerste automobilist die we tegen komen weet een oplossing; stap maar in en ik breng je naar iemand die je ook kan vertellen of er nog een mooring vrij is. Voordat we het goed en wel beseffen zitten we aan de keukentafel van een vissersgezin. Hij is kreeftenvisser en, in tegenstelling tot Canada, is dat vissen in Amerika niet gebonden aan een bepaalde periode. "Ja natuurlijk mag je bellen en als de douane wil dat je naar hen toe rijdt mag je die en die auto van ons gebruiken".
De douane komt over een half uur ons oppikken bij het vissersgezin. Ondertussen worden we verwend met lekkere hapjes en kunnen we op de veranda uitkijken over de prachtige baai. De douane mist in ons paspoort een bepaald formulier maar geen probleem; zij brengen het wel en zijn over een uur terug.
"Wij hebben vandaag te veel eten dus als jullie willen, schuif gerust aan. Vrienden van ons eten ook mee". Helemaal overstelpt door de grote hartelijkheid zitten we met 6 volwassen en 5 kinderen te eten.
De visserman vertelt dat in het dorp voornamelijk vissers en gepensioneerden wonen. Velen trekken uit het dorp naar de grote steden. Ook zijn in het dorp vrij veel vakantiewoningen en dat maakt dat het dorp er in de wintermaanden heel stil uitziet. In het dorp zijn geen winkels, geen café's en geen restaurants. De bakker woont ruim 10 kilometer verder. Wel zijn in de buurt van het dorp een aantal mooie wandelroutes aangelegd waar we dankbaar gebruik van maken. Ook fietsen we nog een keer naar de bakker.

zondag 20 juni 2010

Enjoying Canada and the Canadians

Wij zijn in Canada. De tocht van Bermuda naar Canada is pittig. Gelukkig hebben we voor dit traject in de persoon van Renske Gelderloos een geweldige "opstapper"! Zij is een ervaren zeezeilster en we hebben een leuke tijd met haar gehad.
Diverse depressies passeren ons. We hebben relatief veel aan de wind gezeild. Op het ene moment moesten er 3 reven in het zeil en op het andere moment moest de motor bij. Nadat we de 41e breedtegraad passeren (halverwege New York - Boston) wordt het aanzienlijk kouder; de warme golfstroom buigt af richting het Europese vasteland.

Via de Bay of Fundy zijn wij op weg naar de baai van St. Andrews. De Bay of Fundy is het water tussen Nova Scotia en het Canadese vasteland en heeft het hoogste verschil ter wereld tussen eb en vloed. In het noorden van de baai bedraagt het verschil maar liefst 12 meter! In St. Andrews zullen we Rhiannon en Sébastiaan en hun kinderen ontmoeten. Zij zijn de nieuwe eigenaren van onze vorige boot. De ouders van Rhiannon wonen in St. Andrews.
Vanaf de Bay of Fundy is het nog ongeveer 3 uur varen om de baai van St. Andrews te bereiken. St. Andrews is een lieflijk dorpje aan de zee en ligt vlakbij de Amerikaanse grens. Er komen 's zomers erg veel toeristen maar als wij arriveren is het seizoen nog niet begonnen. Dat heeft ook met de temperatuur te maken. Zeker 's ochtends voelt de w.c.-bril koud aan en moet de kachel nog even aan. Een groot verschil met de Carieb! Verrassend is echter de manier waarop mensen ons benaderen en behulpzaam zijn. We voelen ons hier heel welkom. Ook door de ouders van Rhiannon zijn we een aantal keren uitgenodigd. We vinden het erg aangenaam en hartverwarmend om hen te ontmoeten.  Wat ons verder opvalt is dat we vaak op straat worden aangesproken en mensen ons vragen waar we vandaan komen. Bijna altijd blijkt dan dat zij sterke banden hebben met Noordwest Europa. Dit leidt vaak tot leuke ontmoetingen.

Na de eerste dagen klaart het weer aanzienlijk op, en wordt het aangenaam warm. Veel booteigenaren halen hun boot uit de winterstalling en het wordt steeds drukker in de baai.
Vanuit de kuip genieten we steeds opnieuw van de grote getijverschillen die het landschap zo veranderen.

Renske blijft nog een paar dagen bij ons en dan brengen we haar met een gehuurde auto naar Halifax. Het is vijf uur rijden om daar te komen. Vaak rijden we vele kilometers achtereen zonder ook maar één auto te zien. Wel moet je oppassen voor overstekende elanden.  Vanuit Halifax  zal Renske naar Schiphol vliegen. Om zoveel mogelijk van Halifax te kunnen zien blijven we daar met z'n drieën nog een nachtje slapen. Als we met de bus naar het centrum willen, blijkt dat we geen gepast geld hebben. Geen probleem. De buschauffeur vertrouwt ons volkomen en zegt dat we dan, op de terugweg, maar een retourtje aan haar collega moeten betalen.  Halifax is een boeiende stad.
Via Halifax zijn vele immigranten in Canada aangekomen. Pier 21 is een begrip bij heel veel Canadezen. Dit was de plaats waar de mensen voor het eerst voet aan wal zetten. Eén op de vijf Canadezen heeft een connectie met deze plek.
Ook was Halifax de plaats van waaruit oorlogsschepen zee kozen. Veel monumenten herinneren aan de vele oorlogen.

Tijdens onze reis komen we zo af en toe voor uitdagingen te staan die een beroep doen op onze creativiteit. Wat doe je bijvoorbeeld als je geen gas hebt. Geen gas betekent veel....  Geen kopje thee ´s ochtends en geen kruikje voor de koude voetjes en ga zo maar door.  En dan blijkt weer de Canadese mentaliteit van hulpvaardigheid. Binnen de kortste keren krijgen we 2 gastoestellen te leen aangeboden.
Onze gastanks  kunnen namelijk niet in Canada en ook niet in Amerika gevuld worden. Men gebruikt hier een andere standaard, dus we hebben een andere fles gekocht. Maar in Canada en Amerika kennen ze niet, zoals wij in Europa, het metrische systeem. Dat betekent dat we geen goede verbinding met onze gasleiding in de boot konden maken. Al in Puerto Rico, maar ook weer op Bermuda en zeker in Canada hebben we met diverse zaken gesproken om dit probleem op te lossen. Dat is ons niet gelukt. Deels ook omdat veel bedrijven huiverig zijn voor aansprakelijkheid en het risico te lopen een claim aan de broek te krijgen. Uiteindelijk hebben we Breehorn, de werf die onze boot heeft gebouwd, gebeld en zij hebben voor een oplossing gezorgd door een nieuwe slang naar ons op te sturen. En daarmee zijn we uit de brand en in het gas......



woensdag 9 juni 2010

Culebra en Bermuda


Culebra

Tien mei vertrekken we naar Culebra, een klein eilandje, 20 mijl ten oosten van Puerto Rico. Het is een Spaans Maagdeneiland en behoort tot Puerto Rico. We gaan voor anker in de baai die genoemd wordt "Ensenada Honda". Het eiland is ongeveer 7 mijl lang en 3 mijl breed. Op het eiland wonen ongeveer 2000 mensen. Meer dan 1/3 van het eiland is tot beschermd natuurgebied verklaard.
De tocht naar Culebra verloopt niet snel. We vermoeden aangroei en jawel, als we voor anker liggend onder water kijken zien we dat het hoog nodig is om de onderkant van de boot schoon te maken. Gelukkig kunnen we een fles huren om daarmee te duiken. Na 1,5 uur ziet de boot er ook aan de onderkant weer piekfijn uit.
We liggen vlakbij het dorpje Dewey. Hier wonen ook de meeste bewoners van het eiland. We beleven nog iets leuks op een terras : Zittend op een barkruk en genietend van een heerlijk biertje en een wit wijntje komt er opeens een hele grote vis, een tarpoen, ons gedag zeggen. leuk he? Het is een tarpon(tarpoen),ongeveer 1.20 lang. "Eet van de restjes van de restaurants" zo horen we van andere mensen op het terras


We maken een mooie wandeling naar de noordkant van het eiland, naar de Bahia de Flamenco. Dit is een heel mooi strand met prachtig zand, mogelijkheid tot douchen en waar je ook ligstoelen kunt huren. Het strand wordt afgeschermd van de zee door een heleboel kliffen. Heerlijk zwemmen.

Bermuda

Een paar dagen later zien we op de weerkaarten dat er zich een depressie ontwikkelt die zich tussen Culebra en Bermuda een weg baant. We wilden nog een paar dagen blijven maar besluiten nu (donderdag 13 mei) te vertrekken om eerder op Bermuda te zijn en daarmee de depressie vóór te zijn.
Buitengaats blijkt de wind iets sterker (windkracht 6) te zijn dan we hadden verwacht en ook de richting is iets ongunstiger; meer noordoost, dan oost. Veel water komt over maar de boot gedraagt zich voortreffelijk. Na 2,5 dag neemt de wind af en moet de motor bij. De laatste 1,5 dag kunnen we gelukkig weer zeilen. Gelukkig zijn we al lang op Bermuda in St George's Bay als de depressie voorbijtrekt.
Er wonen 60.000 mensen op Bermuda. Het is een archipel van eilanden (er zouden 365 zijn). Veel eilanden zijn in de loop der jaren door een dam of brug met elkaar verbonden.
Bermuda is een rijk land.




Het gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking zou 69.500 dollar bedragen. Naast toerisme (600.000 toeristen per jaar) zijn er ook veel financiële bedrijven gevestigd.
In 1995 is nog een verkiezing gehouden over de vraag of Bermuda onafhankelijk zou moeten worden. De uitslag; de band met Engeland wordt niet verbroken.
We merken dat we ruim 1500 kilometer ten noorden van de Caribische eilanden zijn beland; de watertemperatuur is hier 7 graden lager (nu 21 graden) en ook de buitentemperatuur is frisser. De bimini gaat er dan ook af en we slapen weer onder een dekbedje.
We maken diverse tochten over het eiland. Onderweg zien we prachtig gebouwde huizen met mooi aangelegde tuinen. De versieringen aan de huizen en ook de aanleg van de tuinen doen ons aan Engeland denken. In Hamilton ,de hoofdstad van het eiland, staan veel mooie, grote bronzen beelden.
Op Bermuda is ook een uitstekend openbaar vervoer en, typisch engels, de reizigers staan netjes achter elkaar in de rij om de bus in te gaan. Ook schoolkinderen, gekleed in schooluniform, maken veel gebruik van het openbaar vervoer.

zondag 9 mei 2010

Puerto Rico








Na een mooie tijd in een lenteachtig Nederland komen we op 28 april weer terug bij Sunbay Marina in Fajardo op Puerto Rico. De boot ligt er goed bij, het is een veilige haven met goede service en informatieverstrekking. Het ligt echter erg geïsoleerd en om een bood(t)schap te doen moet je een taxi bellen of eigen vervoer hebben.

De haven is 2 jaar oud. Er liggen voornamelijk motorboten in de haven. Men noemt ze hier "powerboats". En inderdaad, de schepen beschikken over veel vermogen. Ook kleinere bootjes bedoeld om een dag mee het water op te gaan beschikken minimaal over 2 buitenboordmotoren maar meestal over 3. Elke motor levert minstens 200 pk maar 3oo pk is ook geen uitzondering. Mag het ietsje meer zijn......?

Wat opvalt is dat de meeste motorboten hun airco permanent aan hebben staan, ook als de eigenaren niet op de boot zijn. Dit is te zien uit een waterstroompje dat konstant uit de boot komt.

En nu zijn we weer aan boord.
Het kost ons deze tijd wat meer moeite om de draad van de reis weer op te pakken.
Onze pasgeboren kleinzoon Florens, onze kleindochter Jasmijn, kinderen, familie en vrienden achterlaten valt ons deze keer wat zwaarder.

We huren voor enkele dagen een auto en gaan het eiland Puerto Rico verkennen.

Eerst gaan we naar El Yunque, een regenwoud, waar we een prachtige wandeling maken langs watervallen.

Tijdens onze wandeling in El Yungue

Het is echt regenwoudweer; zo af en toe komt de regen met bakken uit de lucht. We bezoeken een informatiecentrum dat erg educatief is en de noodzaak van goed water- en natuurbeheer helder uitlegt. Ergens lezen we de uitspraak: "we hebben de aarde niet geërfd van onze ouders maar geleend van onze kinderen".

Een andere tocht leidt ons naar het oude gedeelte van de hoofdstad San Juan. Hier maken we een wandeling over straten met azuurblauwe stenen.

Straatbeeld in het oude San Juan

Er staan veel oude, gerestaureerde huizen. Ook zijn er nog een aantal poorten van vroeger overgebleven. Eén ervan had tot doel om lieden die van zee kwamen door te laten en zo toegang te verschaffen tot de daar achter gelegen kathedraal waar men meteen naar toe kon om God te danken voor de veilige overtocht.
De ingang tot de haven van San Juan wordt bewaakt door een fort ( El Morro) waarvan de bouw gestart is in 1540 en dat daarna vele malen is uitgebreid.

We maken een tweedaagse tocht naar Ponce, een mooie stad aan de zuidkant van het eiland waar we logeren in een oud hotel (Malia) in het centrum van de stad.



Brandweermuseum en de kathedraal gebroederlijk naast elkaar


Dit is vlakbij het brandweermuseum dat tegen de kathedraal is aangebouwd. In de stad zien we veel pleinen en parken met mooie fonteinen en prachtige huizen. Het ziet er welvarend uit. De mensen zijn ook hier weer erg vriendelijk.

Morgen varen we naar Culebra, een Spaans Maagdeneiland. We hebben op Puerto Rico een prachtige tijd gehad.
Ons zijn de volgende zaken opgevallen:

- een mooi aangelegd en een goed onderhouden wegennet

- heel veel grote auto's

- lage benzine prijs, minder dan 80 dollarcent per liter, dus ongeveer 65 eurocent per liter

- geen openbaar vervoer

- veel bedrijvigheid

- hele grote winkelcentra (malls)

- veel verpakt en ingeblikt voedsel in grote porties, veel kant en klaarmaaltijden

Puerto Rico is eeuwenlang door Spanje bestuurd geweest. In 1898 werd het afgestaan aan Amerika. Maar onder het laagje Amerikaanse vernis klopt nog steeds een Spaans hart. Misschien is het daarom zo leuk.






#end

zaterdag 3 april 2010

De Maagdeneilanden






Wij verlaten Simpson Bay lagoon en liggen nog één nachtje in de baai. Daar, in het schone water maakt Kees de onderkant van de boot schoon. Het water in de lagoon was erg vies en hierdoor was er al weer veel aangroei op de boot.
Dankzij het schone onderwaterschip vaart de Pjotter nog sneller dan anders en in no time zijn we op Virgin Gorda, één van de Britse Maagdeneilanden. Door een smalle opening in het rif komen we in een prachtige, beschermde baai met diverse ankerplekken. Op de mooiste ankerplekken liggen moorings die je voor 30 dollar per dag kunt huren. Wij gooien het anker uit vlakbij een prachtig, kleinschalig resort, genaamd Bitter End. Vlak naast ons ligt de Newlife met Aad en Bonnie die al 9 jaar met hun Hallberg Rassy in dit gebied rondzwerven. Van hen krijgen we leuke tips over de omgeving.
Auto's kunnen dit gebied niet bereiken: er zijn geen wegen. Ook de gasten voor het resort worden per boot aangevoerd. Mede hierdoor heerst er een weldadige rust in de baai.
Tijdens één van onze wandelingen belanden we bij een ander kleinschalig resort, genaamd Biras Creek. Het ziet er fantastisch
uit. Prachtige terrassen en mooi aangelegde tuinen. Er is zelfs een oversteekplaats voor leguanen!
Op een prijslijst die wij ter inzage kregen, zagen we dat de villa's wel erg duur zijn. Tot 2500 dollar per nacht. Belangstelling? Laat het ons weten.
Verder bezoeken we van de Britse Maagdeneilanden nog Peter Island en Norman Island. Ook 2 "parels " in de Caribische Zee. Hier snorkelen we naar hartelust en kijken onze ogen uit in de onderwaterwereld.
Op 28 maart verlaten we 's ochtends vroeg de B.V.I. (British Virgin Islands) en zetten koers naar St.John, één van de U.S.V.I. (United States Virgin Islands). We zijn in Amerika en hijsen de "stars and stripes".

Uitzicht tijdens één van onze wandelingen

We liggen nog maar nauwelijks vast aan een mooring in Cruz Bay (de hoofdstad van St. John) of we krijgen hoog bezoek: De U.S. Coast Guard komt bij ons aan boord. Persoonlijke gegevens, informatie over de boot en de veiligheidsmaatregelen komen uitgebreid aan de orde. Vooral wat de veiligheid betreft gaat men in Amerika verder dan bij ons in Nederland. Zelfs in de bijboot moeten we reddingsvesten dragen.
Twee/derde van St. John is Nationaal Park. Wij liggen aan een mooring in dit park (ankeren is op veel plaatsen niet toegestaan om het rif te beschermen). Er is een heel simpel maar goed functionerend betaalsysteem. Je stopt 15 dollar per nacht in een daarvoor bestemd bruin envelopje en brengt dat naar een betaalstation. Elk ankergebied heeft minstens één zo'n betaalstation.
Je kunt fantastisch wandelen op dit eiland en dat hebben we dan ook veel gedaan.

"benenbungelbankje"
De wandelroutes en de mooringgebieden worden goed onderhouden. We hebben de indruk dat er veel vrijwilligers bij dit onderhoud betrokken zijn.
Wij hebben nog lang niet alle eilanden gezien en zouden hier nog veel langer willen zijn maar Puerto Rico lonkt en, vooral het vliegtuig dat ons op 8 april naar Nederland zal brengen. Daar hopen wij ons tweede kleinkind in de armen te kunnen nemen.

maandag 15 maart 2010

Martha 60 op St. Maarten


De weergoden hebben ons niet de beloofde wind gebracht. Op weg van Dominica naar St. Maarten hebben we 26 uur moeten motorren en alleen de laatste 8 uren van de tocht konden we lekker zeilen.

Tijdens de nacht ruiken we ineens zwavel en een verbrande lucht. We varen langs het eiland Montserrat en herinneren ons dat er onlangs een vulkaanuitbarsting is geweest. Hij smeulde nog na. Heel bizar.

Aan het eind van de tweede dag gooien we ons anker uit in de Simpsom Bay bij St. Maarten. We wachten tot 17.30 uur want dan gaat de brug open en kunnen we naar binnen, naar het lagoon. Het is een heerlijke ervaring om weer door een echte hollandse brug te varen. We wanen ons even in het friese Woudsend.......

Daarmee houdt de vergelijking ook echt op want hier liggen megajachten en is er veel pracht en praal. Wij zijn uitgenodigd om op een van die grote jachten te komen kijken. Erg leuk. Het was de Gloria, een prachtige boot die in Nederland is gebouwd bij Jongert in Enkhuizen. Hier was een vaste bemanning aanwezig van 5 leden en deze boot was nog niet eens de grootste.....


Hoewel we in het nederlands gedeelte van St. Maarten zijn is er weinig wat ons aan Nederland herinnert. Er zijn geen nederlandse kranten te koop, er wordt bijna geen nederlands gesproken. Engels is de gangbare taal en er wordt ook niet met euro's betaald maar met Amerikaanse dollars. Wel is er boerenkool te koop en er zijn bitterballen!

Op St. Maarten komen we tot onze verrassing weer bekende zeilers tegen: Sebastiaan en Rhiannon en hun kinderen en Jeroen en Babette. Ook maken we kennis met Ben en Mieke die met hun Victoire 34 een tocht rond de wereld maken. Met al deze mensen hebben wij Martha's verjaardag uitbundig gevierd. Op een versierde boot. En met de kinderen hebben we een dansje gemaakt op het voordek.

Een aantal dagen is er geen of heel weinig wind. Het wordt dan heel warm. We plaatsen 2 zonnezeiltjes op het dek, één voor de mast en één er achter en 's nachts laten we een ventilatortje boven ons hoofd draaien waardoor we toch kunnen slapen.
Met de auto maken we een rondrit over het eiland. In het franse deel betalen we weer met euro's en er zijn veel terrasjes waar koffie met croissantjes kunnen worden gebruikt. Heerlijk.
We gaan nu naar een marina om de accu's weer es helemaal op te laden en om water te tanken. Daarna vertrekken we naar de British Virgin Islands.

#end

zondag 7 maart 2010






Dominica



Aangekomen bij de ankerbaai van Roseau zien we in de verte Pjotter junior liggen. Leuk! We drinken gezellig een glaasje en maken nieuwe plannen. Onze eerste gang is, zoals gewoonlijk, naar de douane. We worden van het bekende kastje naar de muur gestuurd. Tot drie keer toe en, geloof het of niet, we worden niet chagrijnig! Iedereen stuurt ons op een hele vriendelijke manier de verkeerde kant op.

Ook op dit eiland vindt het openbaar vervoer bijna alleen plaats met kleine busjes. Er is geen dienstregeling. De busjes rijden af en aan. Op een ochtend gingen wij op pad. Het busje was bijna vol maar we konden er nog wel bij alleen Kees zat wat ongemakkelijk..... We zaten met zo'n man of 15 in het busje. En jawel hoor, in een bergbocht een harde knal; een klapband. Iedereen uit de bus. Na 10 minuten lag de reserveband er weer om. We konden weer rijden.

In de bus is geen knop die de chauffeur het signaal geeft dat je er bij de volgende halt uit wilt. Trouwens, er zijn ook geen haltes. Je roept gewoon heel hard "stop"!

Ook maakten we een excursie naar een waterval genaamd "Middelham Falls". De route daar naar toe ging over hoge bergen en door groen, ongerept regenwoud. De wandeling naar de waterval ging door een betoverend mooi en heel stil landschap dat doorkruist werd door vele riviertjes. Onze gids vertelde dat Dominica, door de vele hoge bergen, jaarlijks veel water ontvangt en zelfs water exporteert naar andere eilanden.
Het groene eiland Dominica

Ook zijn we nog naar Carib Territory geweest, een gebied dat acht dorpjes omvat en waar de oorspronkelijke cultuur van generatie op generatie wordt overgedragen. De mensen leven van landbouw, visserij en kunstnijverheid. Er wonen zo'n 3000 Cariben, afstammelingen van de indiaanse immigranten die in kano's vanaf de Amazonedelta kwamen roeien en de Caribische eilanden in bezit namen.
Handwerk Carib Territory

Tenslotte zijn we, weer met de bus, naar het uiterste zuidpuntje gereden genaamd "Scotts Head". Dit is een pittoresque, maar slaperig vissersdorpje en een eldorado voor duikers. De locatie is onlangs toegevoegd aan de lijst van topduiklocaties van de Caribische eilanden.

Morgen, 9 maart, vertrekken we naar Sint Maarten. We hadden al een paar dagen eerder die tocht willen maken maar de weersvoorspelling gaf aan dat er op de route naar St. Maarten weinig wind stond en er zou dus veel gemotord moeten worden. Doordat de wind gedraaid was naar het zuiden was onze ankerplek minder beschermd en lagen we regelmatig te rollen. Toch zijn we nog een paar dagen gebleven; liever rollen dan motorren.


#end

zondag 28 februari 2010

Martinique






De tocht naar Martinique verloopt heel voorspoedig. Halve wind, 15 knoopjes wind en..... tot onze grote verrassing komen de dolfijnen ons weer vergezellen. We komen aan in de luxe haven van het mondaine Le Marin. Ook hier huren we weer voor enkele dagen een auto (nu rechts rijden voor de verandering). De eerste dag verkennen we de atlantische westkant.
Strand met prachtig water en....
Een andere dag rijden we naar het midden van het eiland en bezoeken de Jardin de Balata. Dit is een prachtig aangelegde tropische tuin met veel bloeiende bloemen en planten. Bij binnenkomst in de tuin worden we begroet door kolibries en andere, prachtig gekleurde tropische vogeltjes.

Op dit eiland heerst een heel andere bedrijvigheid dan op de andere eilanden die we bezocht hebben. Er zijn veel bedrijven gevestigd, er is een goed wegennet aanwezig en er zijn heel veel auto's. We komen ook vaker mensen met "korte lontjes' tegen!Het lijkt wel weer Europa.
Een voordeel van Martinique is dat er veel bedrijven gevestigd zijn die reparaties aan boten kunnen verrichten. We hebben dit zelf ervaren want de problemen met het laden van onze accu's lijken nu opgelost te zijn.
Ook zijn we naar St. Pierre, de voormalige hoofdstad van het eiland, gereden. In 1902 maakte een vulkaanuitbarsting een eind aan 30.000 mensenlevens. We hebben er in het museum schokkende beelden van gezien. Slechts één persoon heeft dit overleefd: een gevangene die zat opgesloten in een cel met dikke muren.
Wat ons opviel op dit eiland waren de uitgestrekte bananen- en suikerrietvelden.
Op 24 februari zeilen we terug naar St. Lucia. We kiezen voor de prachtige baai Marigot Bay waar we de dag beginnen met een duik in het kristalheldere water.
Op 26 februari is het feestje met Ton en Marijke voorbij. We brengen hen terug naar het vliegveld.

zaterdag 27 februari 2010

St. Lucia

Onze eerste kennismaking met St. Lucia is Rodney Bay marina. Dit is ook de haven waar elk jaar een grote regatta van oceaanzeilers (ARC) in de Carieb aankomt. Met een huurauto halen we onze vrienden Ton en Marijke van het vliegveld. Zij beleven een warmteshock: in Nederland was het 40 graden kouder!
De eerste dag proberen we met de dinghy naar het strand te gaan. Hier staan echter hele hoge golven die dit onmogelijk maken.
Om het eiland te verkennen huren we opnieuw een auto (links rijden a.u.b.). We rijden o.a. naar het midden van het eiland en maken een wandeltocht door het prachtig groene regenwoud. Soms loopt het pad heel steil en moeten we aan een touw omhoog klimmen. We zien reusachtige varens, hele lange bamboestokken en prachtige, bloeiende bloemen.
De volgende ochtend hebben we spierpijn maar gaan toch verder. Nu naar de oostkant van het eiland. Hier ligt het plaatsje Dennery waar wij geen toeristen tegen komen. De bevolking leeft voornamelijk van de visvangst. Een andere tocht leidt ons naar Anse la Raye, een klein plaatsje aan de westkust van het eiland. Ook hier weer nauwe straatjes, verveloze, schamele huizen die veelal bedekt zijn met golfplaten. Veel mensen zitten op de stoep voor hun huis, proberen wat te verkopen of maken een praatje met elkaar. Weinig bezittingen maar de onderlinge saamhorigheid lijkt groot.

Bij Soufrière bezoeken we de zwavelbronnen. De geur van zwavel (rotte eieren) komt ons al van verre tegemoet. We zijn onder de indruk van de borrelende en kokende massa: de kracht van moeder aarde.
Als klap op de vuurpijl ontdekken we aan de noordkust een klein zandstrandje waar we ons alleen op de wereld wanen. We vinden er aangespoelde koraal en zelfs een schildpadei. Het is moeilijk om de weg naar de auto terug te vinden. Met butsen en schrammen komen we uiteindelijk uit de bosjes tevoorschijn en vinden onze auto terug. Ook deze dag besluiten we, net als de vorige dagen, met een duik in de oceaan. En een lekkere punch.....
Na ongeveer een week verlaten we St. Lucia en steken over naar Martinique.


#end

zondag 7 februari 2010

Grenadines



Via het eiland Carriacou, dat nog bij Grenada hoort, varen we naar een eilandengroep die Grenadines wordt genoemd. We gaan eerst naar Union Island. Hier liggen we voor het eerst achter een rif. We zijn onder de indruk van het onwaarschijnlijk mooi turquoise blauw water.
We varen verder en bij Tobago Cays vinden we een nieuwe droomplek. Het is eigenlijk een ankerplaats midden in de oceaan door een rif beschermd. Het uitzicht op het rif en de palmstranden is buitengewoon. Het is ook een natuurreservaat en we zwemmen en snorkelen tussen de schildpadden. Supergaaf. En juist hier, ver van de bewoonde wereld, raakt onze gasvooriening defect. En zonder gas houdt het gauw op: we kunnen b.v. geen eten maken, geen koffie en thee zetten en geen brood bakken. De electrische hoofdgasafsluiter is defect. Gelukkig is Toine van de Brandaan in de buurt. Met zijn hulp kunnen we deze schakelaar uit de gasleiding nemen. Wel moeten we in het vervolg handmatig de gaskraan op de gasfles afsluiten als we het schip verlaten.
Nog een andere ervaring; tijdens één van onze snorkeltochtjes worden we gealarmeerd door mensen in een bijboot: onze bijboot is door het opkomende water op drift geraakt en dreigt te verdwijnen in de oceaan. Zij helpen ons om ons bootje weer in veiligheid te brengen en als wij hen willen bedanken zeggen ze: "You would have done the same for us".



Achter het rif bij Tobago Cays


Het laatste eiland dat we bezoeken in de Grenadines is Mustique. Dit is een privé eiland waar de "rijken der aarde" wonen.
Alles op het eiland ziet er heel verzorgd uit. De tuinen zijn netjes onderhouden en je ziet nergens afval. In de pilot staat dat dit eiland heel geschikt is voor wandelaars en fietsers. Als echte hollanders willen wij wel graag weer een keer op onze fietsjes. De hoogteverschillen vallen ons echter wel wat tegen en menigmaal moeten we afstappen en lopend, met de fiets aan de hand, onze weg vervolgen. Onderweg zien we vele mooie oprijlanen met heggen(!) van bougainville, waarvan de huizen vaak niet of nauwelijks te zien zijn. Vaak staan die huizen op hele mooie plekken met een prachtig uitzicht op de zee.
Mustique, oprijlaan

Grenada

Grenada, haven van St. George

Om niet bij donker aan te komen, vertrekken we 's morgens vroeg om 04.00 uur. De hele dag hebben we alleen het voorzeil staan. Heerlijk relaxed. We laten aan het eind van de middag ons anker vallen in de Pricklay Bay, één van de vele baaien aan de zuidkant van het eiland. Omdat er toch redelijk veel "swell" in de baai staat, besluiten we enkele dagen in een marina te liggen. Het wordt Port Louis in St. George, een vriendelijke, mooie en chique marina.
Op Grenada maken we een prachtige tocht met onze gids Keith die heel enthousiast over zijn eiland vertelt. Hij leidt ons langs nootmuskaat-, cacao- en rumbedrijven. We zien hoe nootmuskaat wordt verwerkt en rum gemaakt van suikerriet. Dit laatste gebeurt in een fabriek die meer dan 200 jaar oud is. De energie wordt verkregen uit een waterstroompje dat een raderwiel in beweging zet. Hiermee wordt het sap uit de rietstengel geperst. Leuk om te zien.


Grenada, mensen aan het werk in een nootmuskaatfabriek

donderdag 4 februari 2010

Tobago

Na twee en een halve dag zeilen komen we aan op Tobago. Het is dan al donker als we een ankerplaats zoeken. We worden hierbij geholpen door Jeroen van de Zilvermeeuw, één van de zeilers die wij onderweg ontmoet hebben. Als we de volgende dag wakker worden zien we pas dat we in een paradijselijk mooie baai zijn aangekomen. Fregatvogels en pelikanen cirkelen boven ons hoofd. Ook horen we gekrijs dat we eerst niet thuis kunnen brengen. Het blijken papagaaien te zijn. De baai wordt omgeven door hoge, diepgroene heuvels met hier en daar een strandje.
Tobago, weggetje langs de baai

We maken met een bus een tocht over het eiland naar de hoofdstad Scarborough en het valt ons op dat er ook in de hoofdstad zo weinig toeristen zijn. Het ziet er nog heel authentiek uit. Overal lopen kippen rond. Het is een wirwar van mensen en overal staan kraampjes waar je allerlei dingen kunt kopen.
De tocht naar Scarborough was een mooie route met steile wegen en prachtige uitzichten. Ook hier weer veel groen. Het eiland heeft zelfs nog regenwoud.

Ons verblijf in Suriname

Nieuwjaarswisseling in Paramaribo

Dat zullen we ons nog lang heugen. Het was één groot volksfeest. Dansende, zingende, vrolijk uitgedoste mensen. Iedereen deed mee. Veel geknal en kruitdampen, later veel siervuurwerk.
Vanuit Domburg gingen we regelmatig met de bus (60 eurocentjes) naar Paramaribo. Er is geen busdienstregeling. De bus vertrekt pas als die vol is. Op een keer zaten we niet naast elkaar. Toen het plekje naast Kees vrijkwam werd Martha hier op geattendeerd met de woorden; "wilt u niet naast pappie zitten"? Dit leidde tot veel gelach. Er werd trouwens veel gelachen in de vrolijk beschilderde bussen. Nog iets anders leuks uit Paramaribo: tot ons grote genoegen zagen we een zaterdageditie van de Volkskrant. Hij zag er wel wat stoffig uit. De verkoopster vroeg of wij goed naar de datum hadden gekeken. Ja, dat hadden we. Het was de krant van 28 december, echter van het jaar 2008. Die hebben we toch maar niet gekocht! De krant werd gewoon weer in het rek geplaatst.

Tocht naar de jungle

Met Frank hebben we een onvergetelijke tocht naar de jungle gemaakt. Na 5 uur rijden houdt de weg op. We gaan per korjaal (uitgeholde boomstam) verder over de Surinamerivier. Een korjaal is een uitgeholde boomstam waarop een aantal planken zijn bevestigd. Er zijn altijd 3 mensen nodig voor een tocht; 1 persoon bedient de motor,de 2e persoon zit voorop om aanwijingen te geven en om extra bij te sturen tussen de rotsen door en de derde is permanent water aan het hozen.
We komen aan in een jungle lodge, gelegen aan een stroomversnelling, waar we 2 nachtjes slapen. Vandaar uit zijn we per korjaal naar 2 traditionele dorpen geweest. We hebben veel leuke contacten met de mensen uit de dorpen die een grote tevredenheid met hun bestaan uitstralen. Ze hebben weinig spullen maar leven van vruchten en medicijnen uit de natuur. Bijna iedereen heeft een kostgrondje in het bos waar ze hun groente en fruit verbouwen. Het was fijn om met deze mensen in het nederlands te kunnen praten.
We maken ook nog een wandeling door het oerwoud waarbij een jongen van het dorp met een macheete (lang mes) voorop loopt om het pad vrij te maken. Hij laat ons veel verschillende bomen zien,o.a. een jodiumboom, cashew boom en een lawaaiboom. Deze laatste boom wordt ook wel telefoonboom genoemd omdat de mensen in het oerwoud vroeger met elkaar via deze boom communiceerden.

Frank terug naar Nederland

's Ochtends om vier uur vertrekken we in een taxi naar vliegveld Zanderij. Frank vliegt via Aruba waar hij nog een paar dagen bij Christien, een zus van Kees blijft. Afscheid nemen blijft moeilijk maar we zijn heel dankbaar en blij met deze onvergetelijke tijd met hem.

Kaaimannen spotten (een klein soort krokodil)

Tijdens een tocht over de Commewijne rivier beleven we ook nog een spannend avontuur. Op een avond varen we met een noodgang in 2 snelle boten door het moeras waar we kaaimannen gaan spotten. Met een zaklantaarn schijnen we over het vlakke water totdat we 2 oranje bolletjes zien. Daar zit een kaaiman. Heel stil, motor uit, komen we dichterbij. Eén van de bootmannen vangt met een handige haak de kaaiman en doet eerst een stevig elastiek om zijn bek. Daarna mogen wij het dier vasthouden. Een supergave ervaring. Na een aantal foto's genomen te hebben wordt het dier weer vrij gelaten.
De volgende ochtend maken we weer een tocht door het moeras en zien we hoe mooi het moeras is. Velden vol prachtige waterlelies en veel vogels o.a. de visarend, de leliebladreiger, de amerikaanse ijsvogel, de zilverreiger, de roodkop en zwartkopgier en zelfs een ibis. Diep onder de indruk van deze prachtige natuur knijpen we elkaar af en toe; is dit echt of dromen we?

Met pijn in het hart verlaten we Suriname op maandag 11 januari en vertrekken naar Tobago.

dinsdag 19 januari 2010

Madeira tot Suriname

Het vorige verslag eindigde op Madeira. We kondigden aan dat onze dochter en onze kleindochter ons daar een week zouden komen opzoeken.

Madeira heeft veel te bieden. Wie van wandelen houdt komt zeker aan zijn trekken op Madeira. Eén van onze mooiste wandelingen was aan de noordoostkust. Hier rijzen de bergen vaak steil uit zee omhoog. En soms is ook goed te zien dat de rotsen uit diverse soorten gesteente is samengesteld (zie foto) Wij hebben genoten van de uitbundige bloemenpracht zoals bougainville, agapantussen, oleander, christusdoorn en chinese roos. Ons lukt het in Nederland met moeite een agapantus in bloei te krijgen maar daar bloeien ze bij honderden in de berm.

Een leuke attractie in de hoofdstad Funchal is een cabinelift die vlakbij het strand begint en uitkomt bij een bovenwijk van de stad. Van hieruit heb je een uniek uitzicht over het eiland (zie foto).

Met de bus hebben we een tocht gemaakt naar het vissers-
dorpje Camara de Lobos dat ten westen van de hoofdstad ligt. De kleine vissersbootjes worden op het strand getrokken; de haven is niet groot genoeg om al die bootjes een plekje te geven.

We hebben ruim 4 weken gelegen in de haven Quinta do Lordo en daar ook leuke mensen ontmoet. Zoals gezegd zijn Gerdine en Jasmijn nog een week bij ons geweest. Feest! In die periode zag onze boot er steeds brandschoon uit. (zie foto) We wilden eerder vertrekken maar de wind was juist gedraaid en kwam voor ons uit de verkeerde richting.

Vrijdag 10 oktober zetten wij koers naar Tenerife. Een goede wind zorgt er voor dat we deze tocht binnen 2 dagen hebben afgelegd. Onderweg hebben we nog een prachtige zeeschildpad gezien, ’s Nachts genoten we van de volle maan en de sterrenhemel.

De stad Santa Cruz heeft veel allure. Een modern, luxe winkelcentrum met mooie pleinen, fonteinen en verleidelijke terrassen.

We waren onder de indruk van het prachtige natuurpark De Teide, vlakbij de gelijknamige berg. Deze berg van ruim 3700 meter is de hoogste berg van Spanje.(zie foto)

Vanuit Tenerife zijn we voor enkele weken vertrokken naar Nederland.
Toen we terugkwamen zijn we door onze zeilvrienden Henk en Joke opgehaald van het vliegveld. Zij zullen ons vergezellen op onze volgende tocht naar de Kaap Verden. Zaterdag 21 november zijn we vertrokken naar de Kaap Verden.

We hebben een fantastische tocht net hoge snelheden. Eén keer surfden we op een hoge golf mee en bereikten toen, volgens de kaartplotter een snelheid van 16,3 knoop. De totale afstand van 800 mijl, ongeveer 1500 kilometer hebben we afgelegd in ruim 4 dagen. De foto laat zien hoe hoog de golven zijn en hoe schoon het water is.

Onderweg zien we veel vliegende vissen die vaak in groepen over het water scheren. Sommigen belandden bij ons aan dek. Het is dan goed te zien dat deze vissen vleugeltjes hebben waarmee ze over het water kunnen scheren(zie foto). Eén keer is het voogekomen dat we ’s ochtends 24 vliegende vissen aan dek telden.

Aanvankelijk hadden we twijfels of we wel naar de Kaap Verden zouden gaan. In de pilot stond dat je rekening mee moest houden met het risico van diefstal en dat, veelal schooljongens, jouw boot met een bezoek zouden komen vereren. Als je de boot verlaat alles goed afsluiten, niks los aan dek laten liggen en de boot beslist niet na donker onbewaakt achter laten. Hoe anders is onze ervaring! De mensen zijn heel vriendelijk en behulpzaam en de dinghy kunnen we zonder een slot er aan te hangen rustig in het haventje achterlaten. (Zie foto) Wij hebben ons geen moment onveilig gevoeld.

Ons eerste eiland was Sal. Dit eiland beschikt over een internationaal vliegveld. Van hier uit zijn Henk en Joke weer terug gegaan naar Nederland en kwam onze zoon Frank aan om ons te vergezellen op de tocht naar Suriname.

In een baai bij Palmeira (zie foto’s) hebben we ruim anderhalve week voor anker gelegen. De eerste keer dat we in deze baai wakker werden, gebeurde dit door hanengekraai. Dit geluid hadden we in een haven nog nooit gehoord. We realiseerden ons dat we in een Afrikaans land waren aangekomen. Bijna alle huizen in het dorp hebben geen wateraansluiting. Water wordt in cans gehaald bij een gemeenschappelijk watertappunt. Deze cans worden in oude, gammele kruiwagens vervoerd. Soms dragen vrouwen een can op hun hoofd.

De mensen in het dorp leven voornamelijk van de visvangst. In groepjes van ongeveer 6 personen gaan ze in open, houten bootjes van ongeveer 8 meter de zee op. De gevangen vis wordt bij terugkomst op de kade gegooid. Hier wordt de vis schoon gemaakt tussen de afvalresten van de vorige schoonmaakbeurt. Ook valt hier en daar een sigarettenpeuk te bespeuren.

Toch zien de mensen er verzorgd uit. De kleding ziet er kleurrijk uit en op de hygiëne valt niets aan te merken. Op het eiland haast men zich niet. Veel winkels gebruiken zelfs de reclameslogan “No Stress”. De foto met 2 vrouwen op een bankje tonen een karakteristiek straatbeeld; waarom zou je je haasten?

Het vervoer op het eiland gaat per taxi of per taxibusje. Hierbij moet je denken aan busjes die de grootte hebben van een Volkswagenbusje. Regelmatig rijden er taxibusjes door de straten op zoek naar klandizie. Voor anderhalve euro kun je naar het zuiden van het eiland worden vervoerd.(ongeveer 30 km). Het busje verrekt echter pas als die vol is. De chauffeur wacht geduldig af tot er nieuwe klanten komen. Soms rijdt hij door de straten en roept overal wat de bestemming van het busje is. Eén keer bereikten we een absoluut record: we zaten met 20 mensen in het busje.

Een paar keer zijn we naar Santa Maria gegaan. Dit ligt op de zuidpunt van het eiland. Deze plaats is vooral bekend bij surfers en kite-surfers. Van afstand is de skyline van dit vroeger zo eenvoudig dorpje al te zien. Er zijn namelijk de laatste jaren ontzettend veel nieuwe flats, appartementen en resorts gebouwd. Het toerisme rukt op deze plek van het eiland in sneltreinvaart op.

In een oude kraterwand in het oostelijk deel van het eiland wordt zout gewonnen. Zout water komt via een natuurlijke, ondergrondse gang de krater binnen en wordt daar naar de diverse velden geleid. Nog is te zien hoe in de 19e eeuw het zout via houten stellages over de kraterwand werd vervoerd naar de kust waar het zout in een schip kon worden geladen. Tegenwoordig wordt alleen nog maar zout gewonnen voor inlands gebruik.

Het tweede eiland dat we aandoen is Sao Vicente. Dit ligt op ongeveer 200 kilometer ten westen van Sal. Sinds 2007 beschikt dit eiland bij het plaatsje Mindelo over een jachthaven. Hier kunnen we diesel en water tanken. In het dorpje Mindelo zijn voldoende mogelijkheden om proviand in te slaan voor de tocht naar Suriname. Ook hier zijn de mensen weer heel vriendelijk en behulpzaam. In een prachtige overdekte markthal (Zie foto) verkopen de vrouwen hun zelf verbouwde groenten en fruit. Wat een kleurenpracht om al die vruchten daar zo mooi uitgestald te zien zie foto). Maar ook op straat worden groenten en fruit verkocht. En niet alleen fruit (zie foto) De verkopende vrouwen zijn dan vaak bezig om bonen te pellen (zie foto 561).

Op de steiger ontmoetten wij al vrij snel Bana, een Kaap Verdiaan die 10 jaar in Nederland heeft gewerkt.. Met hem gaan we op zoek naar een duikfles. Nadat hij ergens op een deur had aangeklopt, verscheen er een aapje boven ons hoofd. “Haal je baas es” riep Bana in zijn eigen landstaal. Daarna verscheen de eigenaar in de deuropening. Hij nam ons mee naar een andere schuur. Deze schuur zag er zo uit dat ons alle lust ontbrak om een duikfles te kopen. Hij had de gevraagde maat niet op voorraad.

Op dit eiland leven 60.000 mensen, 6 keer zo veel als op Sal. Hier hebben de huizen ook een wateraansluiting en is het aanbod aan producten uitgebreider. Hier komen al wat meer toeristen. Zelfs een echte cruise boot hebben we er al zien varen.

Na 2 dagen vertrekken we, uitgezwaaid en uitgetoeterd door andere zeilers. De Kaap Verdische eilanden hebben bij ons een onvergetelijke indruk achter gelaten. Wij hopen hier nog eens te komen.

De overtocht naar Suriname heeft in totaal 13 dagen geduurd. Na 3 Dagen zeilen hield de wind er mee op. Vooraf hadden we wel op de weerkaarten gezien dat we een paar dagen wat minder wind zouden hebben. Maar helemaal geen wind en dan ook nog 4 dagen….? Zelfs Herb, een Amerikaanse amateur meteoroloog die via de scheepsradio te beluisteren is, sprak van een zeer uitzonderlijke situatie. Dit had hij nog nooit meegemaakt. Gelukkig hadden we genoeg diesel aan boord. Ook op deze tocht zijn we weer druk met vissen. Eén keer hadden we een grote vis aan de hengel. Toen we hem bijna aan boord hadden bleken er nog veel meer vissen van dezelfde soort met “onze“ vis op te zwemmen. Toch was de vis te groot; we konden hem niet binnen krijgen en uiteindelijk knapte de lijn. Direct de lijn weer uitgegooid en jawel, één van de andere vissen hapte. Hoewel het weer een prachtig gezicht was om een hele groep grote vissen zo vlak bij de boot te zien zwemmen, lukte het ons ook niet om deze vis binnenboord te halen. Een andere keer lukt het wel om een vis binnen te hengelen (zie foto)

Na de periode van windstilte hebben we heerlijk kunnen zeilen. We gooien ons anker uit op de Suriname rivier vlakbij het plaatsje Domburg. De tocht over de oceaan heeft op ons een diepe indruk gemaakt. Het is een onvergetelijke ervaring om zo met zijn drieën bijna 2 weken lang je één te voelen met water, wind, wolken, sterren, zon en maan. En met elkaar.

Het plaatsje Domburg ligt ongeveer 20 kilometer ten zuiden van Paramaribo. Hier liggen meer nederlandse boten. Met zo’n 35 andere zeilers hebben we een gezellige kerstbarbecue, buiten in de open lucht. Gezellige muziek en veel sfeer. De volgende keer meer over onze belevenissen in dit zo mooie land.

Graag willen wij jullie een gezond, gelukkig en belevenisvol nieuwjaar toewensen.