zondag 9 mei 2010

Puerto Rico








Na een mooie tijd in een lenteachtig Nederland komen we op 28 april weer terug bij Sunbay Marina in Fajardo op Puerto Rico. De boot ligt er goed bij, het is een veilige haven met goede service en informatieverstrekking. Het ligt echter erg geïsoleerd en om een bood(t)schap te doen moet je een taxi bellen of eigen vervoer hebben.

De haven is 2 jaar oud. Er liggen voornamelijk motorboten in de haven. Men noemt ze hier "powerboats". En inderdaad, de schepen beschikken over veel vermogen. Ook kleinere bootjes bedoeld om een dag mee het water op te gaan beschikken minimaal over 2 buitenboordmotoren maar meestal over 3. Elke motor levert minstens 200 pk maar 3oo pk is ook geen uitzondering. Mag het ietsje meer zijn......?

Wat opvalt is dat de meeste motorboten hun airco permanent aan hebben staan, ook als de eigenaren niet op de boot zijn. Dit is te zien uit een waterstroompje dat konstant uit de boot komt.

En nu zijn we weer aan boord.
Het kost ons deze tijd wat meer moeite om de draad van de reis weer op te pakken.
Onze pasgeboren kleinzoon Florens, onze kleindochter Jasmijn, kinderen, familie en vrienden achterlaten valt ons deze keer wat zwaarder.

We huren voor enkele dagen een auto en gaan het eiland Puerto Rico verkennen.

Eerst gaan we naar El Yunque, een regenwoud, waar we een prachtige wandeling maken langs watervallen.

Tijdens onze wandeling in El Yungue

Het is echt regenwoudweer; zo af en toe komt de regen met bakken uit de lucht. We bezoeken een informatiecentrum dat erg educatief is en de noodzaak van goed water- en natuurbeheer helder uitlegt. Ergens lezen we de uitspraak: "we hebben de aarde niet geërfd van onze ouders maar geleend van onze kinderen".

Een andere tocht leidt ons naar het oude gedeelte van de hoofdstad San Juan. Hier maken we een wandeling over straten met azuurblauwe stenen.

Straatbeeld in het oude San Juan

Er staan veel oude, gerestaureerde huizen. Ook zijn er nog een aantal poorten van vroeger overgebleven. Eén ervan had tot doel om lieden die van zee kwamen door te laten en zo toegang te verschaffen tot de daar achter gelegen kathedraal waar men meteen naar toe kon om God te danken voor de veilige overtocht.
De ingang tot de haven van San Juan wordt bewaakt door een fort ( El Morro) waarvan de bouw gestart is in 1540 en dat daarna vele malen is uitgebreid.

We maken een tweedaagse tocht naar Ponce, een mooie stad aan de zuidkant van het eiland waar we logeren in een oud hotel (Malia) in het centrum van de stad.



Brandweermuseum en de kathedraal gebroederlijk naast elkaar


Dit is vlakbij het brandweermuseum dat tegen de kathedraal is aangebouwd. In de stad zien we veel pleinen en parken met mooie fonteinen en prachtige huizen. Het ziet er welvarend uit. De mensen zijn ook hier weer erg vriendelijk.

Morgen varen we naar Culebra, een Spaans Maagdeneiland. We hebben op Puerto Rico een prachtige tijd gehad.
Ons zijn de volgende zaken opgevallen:

- een mooi aangelegd en een goed onderhouden wegennet

- heel veel grote auto's

- lage benzine prijs, minder dan 80 dollarcent per liter, dus ongeveer 65 eurocent per liter

- geen openbaar vervoer

- veel bedrijvigheid

- hele grote winkelcentra (malls)

- veel verpakt en ingeblikt voedsel in grote porties, veel kant en klaarmaaltijden

Puerto Rico is eeuwenlang door Spanje bestuurd geweest. In 1898 werd het afgestaan aan Amerika. Maar onder het laagje Amerikaanse vernis klopt nog steeds een Spaans hart. Misschien is het daarom zo leuk.






#end

zaterdag 3 april 2010

De Maagdeneilanden






Wij verlaten Simpson Bay lagoon en liggen nog één nachtje in de baai. Daar, in het schone water maakt Kees de onderkant van de boot schoon. Het water in de lagoon was erg vies en hierdoor was er al weer veel aangroei op de boot.
Dankzij het schone onderwaterschip vaart de Pjotter nog sneller dan anders en in no time zijn we op Virgin Gorda, één van de Britse Maagdeneilanden. Door een smalle opening in het rif komen we in een prachtige, beschermde baai met diverse ankerplekken. Op de mooiste ankerplekken liggen moorings die je voor 30 dollar per dag kunt huren. Wij gooien het anker uit vlakbij een prachtig, kleinschalig resort, genaamd Bitter End. Vlak naast ons ligt de Newlife met Aad en Bonnie die al 9 jaar met hun Hallberg Rassy in dit gebied rondzwerven. Van hen krijgen we leuke tips over de omgeving.
Auto's kunnen dit gebied niet bereiken: er zijn geen wegen. Ook de gasten voor het resort worden per boot aangevoerd. Mede hierdoor heerst er een weldadige rust in de baai.
Tijdens één van onze wandelingen belanden we bij een ander kleinschalig resort, genaamd Biras Creek. Het ziet er fantastisch
uit. Prachtige terrassen en mooi aangelegde tuinen. Er is zelfs een oversteekplaats voor leguanen!
Op een prijslijst die wij ter inzage kregen, zagen we dat de villa's wel erg duur zijn. Tot 2500 dollar per nacht. Belangstelling? Laat het ons weten.
Verder bezoeken we van de Britse Maagdeneilanden nog Peter Island en Norman Island. Ook 2 "parels " in de Caribische Zee. Hier snorkelen we naar hartelust en kijken onze ogen uit in de onderwaterwereld.
Op 28 maart verlaten we 's ochtends vroeg de B.V.I. (British Virgin Islands) en zetten koers naar St.John, één van de U.S.V.I. (United States Virgin Islands). We zijn in Amerika en hijsen de "stars and stripes".

Uitzicht tijdens één van onze wandelingen

We liggen nog maar nauwelijks vast aan een mooring in Cruz Bay (de hoofdstad van St. John) of we krijgen hoog bezoek: De U.S. Coast Guard komt bij ons aan boord. Persoonlijke gegevens, informatie over de boot en de veiligheidsmaatregelen komen uitgebreid aan de orde. Vooral wat de veiligheid betreft gaat men in Amerika verder dan bij ons in Nederland. Zelfs in de bijboot moeten we reddingsvesten dragen.
Twee/derde van St. John is Nationaal Park. Wij liggen aan een mooring in dit park (ankeren is op veel plaatsen niet toegestaan om het rif te beschermen). Er is een heel simpel maar goed functionerend betaalsysteem. Je stopt 15 dollar per nacht in een daarvoor bestemd bruin envelopje en brengt dat naar een betaalstation. Elk ankergebied heeft minstens één zo'n betaalstation.
Je kunt fantastisch wandelen op dit eiland en dat hebben we dan ook veel gedaan.

"benenbungelbankje"
De wandelroutes en de mooringgebieden worden goed onderhouden. We hebben de indruk dat er veel vrijwilligers bij dit onderhoud betrokken zijn.
Wij hebben nog lang niet alle eilanden gezien en zouden hier nog veel langer willen zijn maar Puerto Rico lonkt en, vooral het vliegtuig dat ons op 8 april naar Nederland zal brengen. Daar hopen wij ons tweede kleinkind in de armen te kunnen nemen.

maandag 15 maart 2010

Martha 60 op St. Maarten


De weergoden hebben ons niet de beloofde wind gebracht. Op weg van Dominica naar St. Maarten hebben we 26 uur moeten motorren en alleen de laatste 8 uren van de tocht konden we lekker zeilen.

Tijdens de nacht ruiken we ineens zwavel en een verbrande lucht. We varen langs het eiland Montserrat en herinneren ons dat er onlangs een vulkaanuitbarsting is geweest. Hij smeulde nog na. Heel bizar.

Aan het eind van de tweede dag gooien we ons anker uit in de Simpsom Bay bij St. Maarten. We wachten tot 17.30 uur want dan gaat de brug open en kunnen we naar binnen, naar het lagoon. Het is een heerlijke ervaring om weer door een echte hollandse brug te varen. We wanen ons even in het friese Woudsend.......

Daarmee houdt de vergelijking ook echt op want hier liggen megajachten en is er veel pracht en praal. Wij zijn uitgenodigd om op een van die grote jachten te komen kijken. Erg leuk. Het was de Gloria, een prachtige boot die in Nederland is gebouwd bij Jongert in Enkhuizen. Hier was een vaste bemanning aanwezig van 5 leden en deze boot was nog niet eens de grootste.....


Hoewel we in het nederlands gedeelte van St. Maarten zijn is er weinig wat ons aan Nederland herinnert. Er zijn geen nederlandse kranten te koop, er wordt bijna geen nederlands gesproken. Engels is de gangbare taal en er wordt ook niet met euro's betaald maar met Amerikaanse dollars. Wel is er boerenkool te koop en er zijn bitterballen!

Op St. Maarten komen we tot onze verrassing weer bekende zeilers tegen: Sebastiaan en Rhiannon en hun kinderen en Jeroen en Babette. Ook maken we kennis met Ben en Mieke die met hun Victoire 34 een tocht rond de wereld maken. Met al deze mensen hebben wij Martha's verjaardag uitbundig gevierd. Op een versierde boot. En met de kinderen hebben we een dansje gemaakt op het voordek.

Een aantal dagen is er geen of heel weinig wind. Het wordt dan heel warm. We plaatsen 2 zonnezeiltjes op het dek, één voor de mast en één er achter en 's nachts laten we een ventilatortje boven ons hoofd draaien waardoor we toch kunnen slapen.
Met de auto maken we een rondrit over het eiland. In het franse deel betalen we weer met euro's en er zijn veel terrasjes waar koffie met croissantjes kunnen worden gebruikt. Heerlijk.
We gaan nu naar een marina om de accu's weer es helemaal op te laden en om water te tanken. Daarna vertrekken we naar de British Virgin Islands.

#end

zondag 7 maart 2010






Dominica



Aangekomen bij de ankerbaai van Roseau zien we in de verte Pjotter junior liggen. Leuk! We drinken gezellig een glaasje en maken nieuwe plannen. Onze eerste gang is, zoals gewoonlijk, naar de douane. We worden van het bekende kastje naar de muur gestuurd. Tot drie keer toe en, geloof het of niet, we worden niet chagrijnig! Iedereen stuurt ons op een hele vriendelijke manier de verkeerde kant op.

Ook op dit eiland vindt het openbaar vervoer bijna alleen plaats met kleine busjes. Er is geen dienstregeling. De busjes rijden af en aan. Op een ochtend gingen wij op pad. Het busje was bijna vol maar we konden er nog wel bij alleen Kees zat wat ongemakkelijk..... We zaten met zo'n man of 15 in het busje. En jawel hoor, in een bergbocht een harde knal; een klapband. Iedereen uit de bus. Na 10 minuten lag de reserveband er weer om. We konden weer rijden.

In de bus is geen knop die de chauffeur het signaal geeft dat je er bij de volgende halt uit wilt. Trouwens, er zijn ook geen haltes. Je roept gewoon heel hard "stop"!

Ook maakten we een excursie naar een waterval genaamd "Middelham Falls". De route daar naar toe ging over hoge bergen en door groen, ongerept regenwoud. De wandeling naar de waterval ging door een betoverend mooi en heel stil landschap dat doorkruist werd door vele riviertjes. Onze gids vertelde dat Dominica, door de vele hoge bergen, jaarlijks veel water ontvangt en zelfs water exporteert naar andere eilanden.
Het groene eiland Dominica

Ook zijn we nog naar Carib Territory geweest, een gebied dat acht dorpjes omvat en waar de oorspronkelijke cultuur van generatie op generatie wordt overgedragen. De mensen leven van landbouw, visserij en kunstnijverheid. Er wonen zo'n 3000 Cariben, afstammelingen van de indiaanse immigranten die in kano's vanaf de Amazonedelta kwamen roeien en de Caribische eilanden in bezit namen.
Handwerk Carib Territory

Tenslotte zijn we, weer met de bus, naar het uiterste zuidpuntje gereden genaamd "Scotts Head". Dit is een pittoresque, maar slaperig vissersdorpje en een eldorado voor duikers. De locatie is onlangs toegevoegd aan de lijst van topduiklocaties van de Caribische eilanden.

Morgen, 9 maart, vertrekken we naar Sint Maarten. We hadden al een paar dagen eerder die tocht willen maken maar de weersvoorspelling gaf aan dat er op de route naar St. Maarten weinig wind stond en er zou dus veel gemotord moeten worden. Doordat de wind gedraaid was naar het zuiden was onze ankerplek minder beschermd en lagen we regelmatig te rollen. Toch zijn we nog een paar dagen gebleven; liever rollen dan motorren.


#end

zondag 28 februari 2010

Martinique






De tocht naar Martinique verloopt heel voorspoedig. Halve wind, 15 knoopjes wind en..... tot onze grote verrassing komen de dolfijnen ons weer vergezellen. We komen aan in de luxe haven van het mondaine Le Marin. Ook hier huren we weer voor enkele dagen een auto (nu rechts rijden voor de verandering). De eerste dag verkennen we de atlantische westkant.
Strand met prachtig water en....
Een andere dag rijden we naar het midden van het eiland en bezoeken de Jardin de Balata. Dit is een prachtig aangelegde tropische tuin met veel bloeiende bloemen en planten. Bij binnenkomst in de tuin worden we begroet door kolibries en andere, prachtig gekleurde tropische vogeltjes.

Op dit eiland heerst een heel andere bedrijvigheid dan op de andere eilanden die we bezocht hebben. Er zijn veel bedrijven gevestigd, er is een goed wegennet aanwezig en er zijn heel veel auto's. We komen ook vaker mensen met "korte lontjes' tegen!Het lijkt wel weer Europa.
Een voordeel van Martinique is dat er veel bedrijven gevestigd zijn die reparaties aan boten kunnen verrichten. We hebben dit zelf ervaren want de problemen met het laden van onze accu's lijken nu opgelost te zijn.
Ook zijn we naar St. Pierre, de voormalige hoofdstad van het eiland, gereden. In 1902 maakte een vulkaanuitbarsting een eind aan 30.000 mensenlevens. We hebben er in het museum schokkende beelden van gezien. Slechts één persoon heeft dit overleefd: een gevangene die zat opgesloten in een cel met dikke muren.
Wat ons opviel op dit eiland waren de uitgestrekte bananen- en suikerrietvelden.
Op 24 februari zeilen we terug naar St. Lucia. We kiezen voor de prachtige baai Marigot Bay waar we de dag beginnen met een duik in het kristalheldere water.
Op 26 februari is het feestje met Ton en Marijke voorbij. We brengen hen terug naar het vliegveld.

zaterdag 27 februari 2010

St. Lucia

Onze eerste kennismaking met St. Lucia is Rodney Bay marina. Dit is ook de haven waar elk jaar een grote regatta van oceaanzeilers (ARC) in de Carieb aankomt. Met een huurauto halen we onze vrienden Ton en Marijke van het vliegveld. Zij beleven een warmteshock: in Nederland was het 40 graden kouder!
De eerste dag proberen we met de dinghy naar het strand te gaan. Hier staan echter hele hoge golven die dit onmogelijk maken.
Om het eiland te verkennen huren we opnieuw een auto (links rijden a.u.b.). We rijden o.a. naar het midden van het eiland en maken een wandeltocht door het prachtig groene regenwoud. Soms loopt het pad heel steil en moeten we aan een touw omhoog klimmen. We zien reusachtige varens, hele lange bamboestokken en prachtige, bloeiende bloemen.
De volgende ochtend hebben we spierpijn maar gaan toch verder. Nu naar de oostkant van het eiland. Hier ligt het plaatsje Dennery waar wij geen toeristen tegen komen. De bevolking leeft voornamelijk van de visvangst. Een andere tocht leidt ons naar Anse la Raye, een klein plaatsje aan de westkust van het eiland. Ook hier weer nauwe straatjes, verveloze, schamele huizen die veelal bedekt zijn met golfplaten. Veel mensen zitten op de stoep voor hun huis, proberen wat te verkopen of maken een praatje met elkaar. Weinig bezittingen maar de onderlinge saamhorigheid lijkt groot.

Bij Soufrière bezoeken we de zwavelbronnen. De geur van zwavel (rotte eieren) komt ons al van verre tegemoet. We zijn onder de indruk van de borrelende en kokende massa: de kracht van moeder aarde.
Als klap op de vuurpijl ontdekken we aan de noordkust een klein zandstrandje waar we ons alleen op de wereld wanen. We vinden er aangespoelde koraal en zelfs een schildpadei. Het is moeilijk om de weg naar de auto terug te vinden. Met butsen en schrammen komen we uiteindelijk uit de bosjes tevoorschijn en vinden onze auto terug. Ook deze dag besluiten we, net als de vorige dagen, met een duik in de oceaan. En een lekkere punch.....
Na ongeveer een week verlaten we St. Lucia en steken over naar Martinique.


#end

zondag 7 februari 2010

Grenadines



Via het eiland Carriacou, dat nog bij Grenada hoort, varen we naar een eilandengroep die Grenadines wordt genoemd. We gaan eerst naar Union Island. Hier liggen we voor het eerst achter een rif. We zijn onder de indruk van het onwaarschijnlijk mooi turquoise blauw water.
We varen verder en bij Tobago Cays vinden we een nieuwe droomplek. Het is eigenlijk een ankerplaats midden in de oceaan door een rif beschermd. Het uitzicht op het rif en de palmstranden is buitengewoon. Het is ook een natuurreservaat en we zwemmen en snorkelen tussen de schildpadden. Supergaaf. En juist hier, ver van de bewoonde wereld, raakt onze gasvooriening defect. En zonder gas houdt het gauw op: we kunnen b.v. geen eten maken, geen koffie en thee zetten en geen brood bakken. De electrische hoofdgasafsluiter is defect. Gelukkig is Toine van de Brandaan in de buurt. Met zijn hulp kunnen we deze schakelaar uit de gasleiding nemen. Wel moeten we in het vervolg handmatig de gaskraan op de gasfles afsluiten als we het schip verlaten.
Nog een andere ervaring; tijdens één van onze snorkeltochtjes worden we gealarmeerd door mensen in een bijboot: onze bijboot is door het opkomende water op drift geraakt en dreigt te verdwijnen in de oceaan. Zij helpen ons om ons bootje weer in veiligheid te brengen en als wij hen willen bedanken zeggen ze: "You would have done the same for us".



Achter het rif bij Tobago Cays


Het laatste eiland dat we bezoeken in de Grenadines is Mustique. Dit is een privé eiland waar de "rijken der aarde" wonen.
Alles op het eiland ziet er heel verzorgd uit. De tuinen zijn netjes onderhouden en je ziet nergens afval. In de pilot staat dat dit eiland heel geschikt is voor wandelaars en fietsers. Als echte hollanders willen wij wel graag weer een keer op onze fietsjes. De hoogteverschillen vallen ons echter wel wat tegen en menigmaal moeten we afstappen en lopend, met de fiets aan de hand, onze weg vervolgen. Onderweg zien we vele mooie oprijlanen met heggen(!) van bougainville, waarvan de huizen vaak niet of nauwelijks te zien zijn. Vaak staan die huizen op hele mooie plekken met een prachtig uitzicht op de zee.
Mustique, oprijlaan