zondag 26 december 2010

De tocht naar Aruba

Een half uur voordat de wekker op zondagochtend 19 december afgaat worden we gewekt door een hevige plensbui. De wind neemt snel toe en draait meer dan 90 graden. We starten de motor en proberen de boot achter het anker te houden. Als we 2 uur later vertrekken blijkt dat we onze mooie klauwhaak kwijt zijn. Deze haak zorgt ervoor dat de trekkracht van de ankerketting niet op de ankerlier wordt overgebracht maar op de bolders aan de voorkant van de boot. De lijn is totaal doorgeschavield.
Later zien we ook dat de stok van het anker een beetje krom getrokken is.
De trip naar de Windward Passage (het water tussen Cuba en Haiti) leggen we op de motor af. 's Nachts kunnen we de motor uit doen en de zeilen hijsen. Heerlijk! Stilte !
We worden in verwarring gebracht door groene, witte en rode lichten die op verschillende plaatsen aan- en uitgaan. Een verdwaalde kerstboom? Maar nee, we worden opgeroepen door de American Coast Guard. De marine houdt er een duikbootoefening waar ook een vliegtuig aan deelneemt. Als we de kaart nog es goed bestuderen, blijkt er een heel klein eilandje te liggen, Navassa Island geheten, dat in bezit is van de U.S. Niet veel groter dan een rots.
Bij het ochtendgloren zien we overal om ons heen kleine, primitieve bootjes met zelfgemaakte zeiltjes. We zijn dan in de buurt van Haiti . Sommige bootjes proberen bij ons in de buurt te komen en de mensen aan boord maken door middel van handgebaren duidelijk dat ze eten en drinken willen hebben. Plotseling zien we, vlakbij de boot, een hoofd boven de golven uitkomen. Het blijkt een man te zijn die in een heel primitief roeibootje aan het vissen is. Aangrijpende beelden.

Een foto van een Haïtiaanse visser. Van dichterbij een foto nemen vonden we genant.

Op de motor varen we oostwaarts langs de hoge bergen van Haiti en de Dominicaanse Republiek. Op een bepaald moment kunnen we weer zeilen en wenden we de steven naar Aruba. We moeten een koers van 162 graden aanhouden. En dan laat de Carib ische Zee zich van haar grimmige kant zien. De wind neemt toe tot windkracht 7 en we krijgen huizenhoge golven over ons heen. Ook krijgen we soms een golf in de kuip. Het water klotst over de kuipvloer en verdwijnt dan gorgelend via de loospijpen. Dit gedeelte van de tocht ervaren we als bar en ruig. Maar de Pjotter en wij hebben het goed doorstaan.
In de middag van 23 december zien we heel vaag in de verte de contouren van het eiland Aruba. Op hetzelfde moment verschijnt er een groep dolfijnen rond de boot. Als welkom.... 's Avonds om 9.00 uur leggen we aan in de haven Barcadera en worden begroet door Christien, een zus van Kees. Supergaaf om elkaar hier te ontmoeten. We drinken met haar een glaasje champagne en toasten op de veilige aankomst. Het feest op Aruba kan beginnen.



zaterdag 18 december 2010

de zuidelijke Bahama's

Vanaf Nassau varen we over de Great Bahama Bank naar George Town. Het water is glashelder, je kunt de bodem zien maar dit komt ook omdat het overal erg ondiep is. Boeien liggen er niet of nauwelijks. Van andere zeilers horen we dat de electronische kaarten in dit gebied niet te vertrouwen zijn. Papieren kaarten geven meer zekerheid. In de pilots staan routes beschreven en wordt vaak geadviseerd om via "eyeball navigation' (zelf goed uitkijken) de weg te vinden.
bij het Exuma eilandje Highborne Cay verlaten we de Bank en komen op de diepe Exuma Sound. We slaken een zucht van verlichting.
Na 25 uren motorren gooien we het anker uit bij Stocking Island, tegenover George Town. We hebben uitzicht op een prachtig wit palmenstrand en worden vanaf het strand verwelkomd door de muziek van de "Chat'n Chill" bar. We zwemmen en maken leuke wandelingen op het eiland.
We komen Steve en Denise van de Charisma weer tegen, een Engels stel dat we eerder ontmoet hebben in de No Name Harbour bij Miami. Met hen beleven we een leuke avond, we lenen kaarten van hen en hopen hen volgend jaar in Lymington (waar ze wonen) weer te ontmoeten.
Omdat er na een aantal dagen stevige wind wordt voorspeld besluiten we vlakbij onze ankerplek, voor de veiligheid, aan een mooring te gaan liggen. Dat hadden we beter niet kunnen doen want halverwege de stikdonkere nacht bij windkracht 6 merkt Kees dat we op drift zijn geraakt. We waren het strand tot 2 meter genaderd en dreven richting een baai waar veel andere boten voor anker lagen. De mooring lijn was gebroken.
Slaapdronken en in pyama rennen we naar buiten. Rakelings langs de andere boten die voor anker liggen lukt het ons gelukkig de boot bij het strand weg te krijgen en met behulp van een zaklantaarn in veiliger water te brengen. Daar hielp een aardige, behulpzame Frans sprekende Canadees ons aan een andere mooring aan te leggen. We zetten een kopje "lekker slapen thee" maar dat werkt niet echt want we hebben die nacht niet meer geslapen.
In het vervolg gaan we meer op ons eigen anker vertrouwen!!!
Met Kerst willen we heel graag bij Christien (zus van Kees) op Aruba zijn. Mede daarom en omdat de windverwachting gunstig is vertrekken we 's ochtends naar Mayaguana waar we na 30 uur aankomen. We laten ons anker vallen in de "Abraham's Bay waar we prachtig beschut liggen achter een groot en langgerekt rif. De baai is volkomen verlaten, we zijn het enige schip. De afstand tot het eiland is 3,5 mijl, te ver voor de bijboot. Het lijkt wel alsof we hier alleen op de wereld zijn. We voelen ons wat verlaten en kruipen 's avonds nog dichter tegen elkaar aan in het vooronder! De volgende ochtend, als we goed zijn uitgerust, zien we pas echt hoe mooi de baai is en we doen veel klusjes aan boord.
De voorbereiding voor de trip naar Aruba vergt veel tijd. Er zijn ruwweg 2 mogelijkheden om vanuit de Bahama's naar de Caribische Zee te gaan; tussen Cuba en Haiti of tussen de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico. De laatste heeft het voordeel van een ruimere koers in de Caribische Zee naar Aruba bij de gangbare oostelijke wind. Maar deze optie is ruim 200 mijl verder. De andere optie is korter, maar de koers in de Caribische zee is bij een oostelijke wind bijna helemaal aan de wind.
Gelukkig kunnen we met behulp van sailmail onbeperkt weerberichten opvragen voor elk gebied. Wij besluiten de korte route te nemen. De langere route kent op dit moment veel tegenwind en het voordeel van de korte route is dat begin volgende week de wind enige dagen noordoost zal zijn.
Nadat we een dag gelegen hebben bij het meest zuidelijke Bahama eiland, Great Inagua, vertrekken we zondagmorgen 19 december vroeg naar Aruba

Voor het eiland Great Inagua liggen we voor anker. Vlakbij de kust.

woensdag 8 december 2010

De Bahama's tot en met Nassau

We bereiden ons voor op de tocht over de Warme Golfstroom naar de Bahama's. De Warme Golfstroom komt uit het Caribisch gebied en gaat met een gemiddelde snelheid van 3 mijl per uur naar het noorden om daarna af te buigen naar West Europa. Het is gevaarlijk en onverantwoord om dit water over te steken als de wind uit een noordelijke richting waait. Dit leidt tot steile golven en gevaarlijke zeeën. Maar 3 dagen nadat Frank en Ruth aan boord kwamen zien wij een mogelijkheid om de "sprong" te wagen. Het is nog donker als wij anker opgaan vanuit No Name Harbor.
Het woord Bahama's betekent ondiepe zeeën (komt uit het Spaans) en dat merken we als we bij de ingang van het eiland Bimini aan de grond lopen. Maar gelukkig komen we op eigen kracht los en vragen een plaatselijke visser die langs vaart waar precies de geul loopt. Varen in de Bahama's betekent ook dat je je ogen goed moet gebruiken want boeien liggen niet altijd op de plek die aangegeven staat in de kaart en soms zijn boeien niet vindbaar die toch op de kaart staan.
We zijn verrukt over het ongelooflijk kristalheldere water en de prachtige blauwe en groenige kleuren!
Wij gaan in de Sea Crest Harbor liggen, waar we één van de 3 boten zijn. In het dorp kunnen we ook inklaren.
Onze eerste indruk is dat er veel vervallen huizen zijn en er is veel leegstand.
De volgende dag maken we een wandeling naar een resort dat ten noorden van het dorpje ligt en bijna voltooid is. We worden blijkbaar gezien als potentiële klanten want men doet zijn uiterste best om ons één van de woningen te verkopen. Er staan er nog veel leeg.
De daaropvolgende dag varen we naar Berry Islands. Dit is een tocht over de Grote Bahama Bank met een gemiddelde diepte van 5 meter maar ook zijn er plaatsen met aanmerkelijk minder water. Vooral als we de Bank op moeten en als we er weer af varen is het goed oppassen. Vandaar dat we aan het eind van de dag vertrekken en de volgende dag als het al weer licht is de Bank kunnen verlaten. We vinden een mooring bij het eilandje Frazer's Hog Cay. We zijn nog niet vastgemaakt aan de mooring of Frank ziet al een grote barracuda onder de boot. Deze vis blijft gedurende ons gehele verblijf onder de boot zwemmen, waarschijnlijk wacht hij op afval vanuit de boot. De vis blijft dus honger houden. Als we met de dinghy aan land gaan is er eerst geen levende ziel te bekennen. We gaan met zwemspullen op pad en zoeken ergens een mooi strand. Als we de weg vragen aan 2 mensen die langs rijden blijkt dat zij naar een strand gaan om te snorkelen en wij mogen achter in de pick-up met hen meerijden. De mooiste vissen zijn te zien bij een koraal dat er nog onbeschadigd uit ziet.
Op de terugweg worden we uitgenodigd even mee naar hun huis te gaan. Zij hebben een huis gekocht dat na de laatste hurricane geheel verwoest was en deze mensen hebben het huis zelf verbouwd tot een prachtig huis dat aan 3 kanten uitzicht heeft op de zee.
De volgende dag rijden we met dezelfde mensen over het eiland en zwemmen bij een mooi strand. Aan dit strand hebben vrienden van hen een huis waar we ons kunnen verkleden en douchen. We rijden naar het meest westelijke punt van het eiland waar een luxe marina is gebouwd en een half afgemaakt resort. De projectontwikkelaar is failliet. De meeste huizen staan leeg en/of niet helemaal afgemaakt.
Op 6 december vertrekken we naar Nassau, een tocht van 35 mijl. Het wordt een heerlijke tocht, we hebben de wind pal achter ons en de fok gaat bak. Dit betekent dat de genua, met behulp van een lange boom, aan de andere kant geplaatst wordt dan daar waar het grootzeil staat. Van verre zien we al Atlantis, het grote hotelcomplex met veel mogelijkheden tot vermaak.

Het grote Atlas complex dat al van verre te zien is. De tweede foto toont de brug waar we onder door voeren en die over de baai van het eiland ligt.

We leggen aan bij de Nassau Harbor Club Marina en genieten van de luxe van de steiger.
De volgende dag lopen we naar Atlantis en beleven daar een mooie dag met ons vieren. We kijken onze ogen uit bij het immens groot aquarium waar o.a. tropische vissen, roggen, haaien, zwaardvissen en zeeschildpadden voor onze ogen langs zwemmen.
Er valt van alles ontdekken in een Disney- achtige sfeer ,zwemmen, snorkelen en winkelen. Ook is er een casino. Het hele complex is feestelijk versierd , de ene kerstboom nog hoger en mooier dan de andere! Overal horen we kerstmuziek...


Op deze foto staat het bordje "No lifeguard on duty". Alles wordt er aan gedaan om aansprakelijkheid te voorkomen.

Wat een verschil met de ongerepte schoonheid en de stilte van b.v.de Berry Islands. Maar ook leuk en we genieten van deze afwisseling. Het is inmiddels 7 december en we vieren alvast Kees zijn verjaardag. We skypen met Gerdine en Jacco en Jasmijn en Florens. Wat is dat leuk ! !Als we uit het restaurant komen, waar we gegeten hebben, begint de muziek te spelen ( geregeld door Ruth): Happy birthday dear Case !! We maken een dansje midden op de straat die sprookjeachtig verlicht is met kerstlampjes. Zien jullie het voor je?
Dan is het 8 december en Frank en Ruth vliegen, via Nassau, weer terug naar Miami en vandaar naar het koude Nederland!
En is het weer even heel stil aan boord....
We vertrekken , diezelfde dag nog, richting George Town, de Exuma's .

vrijdag 3 december 2010

Miami

Miami is de grootste haven voor cruiseschepen ter wereld. We vinden een plekje bij Crandon Park Marina op het schiereiland Key Biscayne. Er zijn prachtige stranden met prachtige palmbomen en mooie fietspaden. Miami is met openbaar vervoer heel goed bereikbaar. In 20 minuten zijn we in hartje stad. Met de metromover, een computergestuurde, gratis trein die bovengronds door het centrum van Miami gaat maken we een ritje door de stad.
Vervolgens brengt een "gewone" bus ons naar Miami Beach dat brede stranden heeft en gescheiden wordt van Miami door enkele kilometers breed water. Miami Beach is een belevenis op zichzelf met zijn vele grote hotels, restaurants en barretjes.
Vooral de Art Deco wijk is zeer de moeite waard. In het begin van de vorige eeuw werd deze wijk gebouwd, raakte in verval, maar men is er heel goed in geslaagd de panden in oude staat terug te brengen. We maken veel foto's o.a. van het huis waar Gianni Versace, de modeontwerper, ooit woonde.
Vanaf het terras van de "Tides", een prachtig Art Deco hotel en restaurant, genieten we van de glamour en de glitter, de grote sportauto's, oldtimers en motoren en van de grote verscheidenheid aan mensen.
Het is Sinterklaastijd en we willen een pakje sturen naar de kleinkinderen. De mevrouw van het postkantoor kijkt achterop het pakketje , begint te lachen en zegt: " aah, van de pakjespiet...." Ze begint spontaan Sinterklaaskapoentje te zingen. Ze blijkt een Nederlandse vader te hebben. De taal is ze verleerd maar de Sinterklaasliedjes kent ze nog wel. Mooi he?
We halen Frank en Ruth van Miami International Airport en gaan met hen verder Miami verkennen.
De dag voordat we de Warme Golfstroom oversteken naar de Bahama's, gaan we naar No Name Harbor. Dit is een haven in een natuurpark waar een weldadige rust heerst. Dit is één van de vele (161!) State Parks van Florida.

zaterdag 27 november 2010

De kust van Florida tot Miami

Al van verre zien we de pijpen van de papierfabrieken van Fernandina Beach. Fernandina Beach ligt op een eiland dat verbonden is met 2 bruggen met het vasteland. We maken er een fietstocht en een mooie strandwandeling en drinken er een goed glas bij Palace Saloon, de oudste kroeg uit Florida uit 1878. Als de wind ongunstig is liggen we in de stank van de papierfabriek. We vinden Fernandina Beach geen aanrader en vertrekken dan ook al na 2 nachten.
In een dagtocht varen we naar St. Augustine. Deze stad is gesticht door de Spanjaarden in 1562 en nog op veel plaatsen is de Spaanse invloed zichtbaar. Mooie gevels met sierlijke balkons, smeedijzeren tralies en schilderachtige binnenplaatsjes. Wij liggen aan een mooring bij de prachtige Bridge of Lions, die 's avonds mooi verlicht is.
We hebben een erg mooie rondleiding gehad in het Flagler College. Henry Flagler, een spoorwegmagnaat, liet in 1888 het hotel Ponce de Leon bouwen met veel moderne snufjes zoals electriciteit en drinkwatervoorziening. Met prachtig houtsnijwerk, mozaïek vloeren, schilderijen en Tiffani ramen was het een luxe hotel voor de allerrijksten. Sinds 1968 is het een college.
In de Spaanse wijk, een oud historisch stadsdeel van St. Augustine, lopen we door smalle straatjes met veel gezellige winkeltjes.
Helaas moeten we ook St. Augustine verlaten. Het is een mooie stad waar nog veel te bezichtigen valt.
Bij het eerste ochtendgloren zetten we koers naar North Palm Beach. De wind is ons gunstig gezind en blaast ons er in 30 uur naar toe. Een tocht van 200 mijl (ongeveer 370 kilometer).
Wij ankeren in een baai, eten nog wat en zoeken om 8 uur (!) onze kooi op. Slapen!!! De volgende ochtend zijn we weer zo fris als een hoentje. We bezoeken het John D. MacArthur Beach State Park, één van de 160 parken die de staat Florida in eigendom heeft. Het park was oorspronkelijk privé bezit en is door de eigenaar aan de staat geschonken met als doel het behoud van het ecosysteem. We vonden het een heel mooi park waar op een duidelijke manier werd aangegeven welke planten en dieren er leven. Wat ons opvalt is dat, ondanks dat het eind november is, de bladeren nog aan de bomen zitten en een diepgroene kleur hebben.
De afstand van North Palm Beach naar Miami bedraagt zo'n 60 mijl en de hele kuststrook is volgebouwd met appartementencomplexen, in hoogte en vorm variërend, zeer indrukwekkend!
We liggen nu aan een mooring in Crandon Marina en zien erg uit naar de komst van Frank en Ruth!

zondag 14 november 2010

De Intracoastal Waterway

De Intracoastal Waterway (ICW) is een kanaal dat evenwijdig loopt aan de kust. Enkele mijlen landinwaarts. Bedoeld om het voor scheepvaart gemakkelijker te maken om van noord naar zuid en vice versa te gaan. En daarmee de zee te vermijden. Tegenwoordig wordt het voornamelijk gebruikt door watersporters. Van Norfolk (het zuidelijkste puntje van de Chesapeake Bay) tot Miami is het kanaal 1700 kilometer lang.
Norfolk is de grootste marinehaven ter wereld.

Wij varen alleen het stukje van Norfolk tot Beaufort in North Carolina en gaan dan de zee weer op. De oevers van het kanaal worden niet onderhouden en het kanaal wordt daardoor elk jaar op de meeste plekken iets breder. Vooral als we soms door motorboten worden ingehaald die wel 30 knopen varen en daarmee hoge golven veroorzaken die de oevers beschadigen. We zien veel omgevallen bomen en bomen die al dood zijn. Soms maakt dat een troosteloze indruk


Veel dode bomen langs de I.C.W.

Op veel plaatsen is de natuur echter heel mooi en lijkt niet door mensenhanden te zijn aangeraakt. Ook zien we een hert dat voor onze boot het kanaal overzwemt. We zien het hert de kant op krabbelen, zich uitschudden en verdwijnen in de bosjes.
We hebben op verschillende ankerplekken de nacht doorgebracht. Bij twee plaatsen zijn we wat langer gebleven: Belhaven en Oriental. In Belhaven was de malaise in de economie duidelijk zichtbaar. Veel winkels waren gesloten en huizen verlaten en in verval geraakt. In Oriental daarentegen was veel meer levendigheid, diverse leuke winkeltjes en restaurantjes.
Ook hebben we geankerd in een prachtige baai achter een grote duinwal bij Beaufort, Bay Lookout geheten. Hier hebben we met Bert en Marlene van de Heimkehr, die we in het begin van de ICW tegenkwamen, een mooie strandwandeling gemaakt en mooie schelpen gevonden. Net Terschelling.
We hebben Bert en Marlene eerder ontmoet op Madeira, vorig jaar september. We vinden het erg leuk om weer een aantal dagen met hen op te trekken. Van hen kunnen we ook een "gas-adapter" overnemen die het mogelijk maakt om onze europese gastanks weer in Amerika te vullen. Zoals eerder beschreven hebben we in Amerika een nieuwe gastank moeten kopen omdat de europese gastanks niet geruild en niet gevuld konden worden. Omdat in onze gasbun niet veel ruimte meer over was konden we maar een kleine tank kopen die we minstens elke 3 weken moeten laten vullen. Erg handig die nieuwe adapter!
Met de Europese gastanks op weg naar een Amerikaans vulstation.

Charleston

Op zes november, op een winderige ochtend, gaan we vroeg "anker op" en zetten koers naar Charleston. De hele tocht varen we alleen met het voorzeil en op sommige momenten halen we een snelheid van meer dan 8 knopen per uur. Pjotter en wij hebben er zin in. Wel is het koud, vooral 's nachts en we halen ons "thermische" ondergoed weer tevoorschijn.
Onderweg worden we geconfronteerd met een technisch probleem. Het toilet werkt niet meer. Kees haalt het pompje uit elkaar maar kan de oorzaak niet echt vaststellen. Gelukkig hebben we een reserve pomp aan boord maar al snel blijkt dat dit niet de oplossing van het probleem is. Pas in de haven blijkt dat de afvoerleiding geheel verstopt is geraakt. Deze is alleen te bereiken via een smal luikje van 15 bij 20 centimeter. Maar na enkele verwoede pogingen lukt het toch om een nieuw stuk slang aan te brengen. Probleem weer opgelost.
Zondag 7 november, tegen de avond, gooien we het anker weer uit in een baai bij Charleston. We worden begroet door een moeder dolfijn met haar jongen en een groep pelikanen. We nemen een lekker glaasje op de goede aankomst en genieten van de ondergaande zon. Mijn liefje wat wil je nog meer?...
Op aanraden van Bert en Marlene gaan we de volgende dag naar het Charleston Maritime Center. Deze knusse marina ligt op loopafstand van het centrum van de stad.
De stad Charleston heeft veel te bieden. Sporen die de slavernij heeft achtergelaten zijn nog op veel plaatsen zichtbaar.
We bezoeken Boone Hall Plantation. Een van de oudste plantages van het zuiden. We krijgen een rondleiding door het monumentale huis van de plantagehouder maar zijn het meest onder de indruk van de slavenverblijven die als museum zijn ingericht en een inkijkje bieden in het leven van de slaven.
Ook hebben we het Aiken-Rhett House bezocht en het Nathaniel Russell House. Twee voorbeelden van hoe in vroeger tijden meester en slaven leefden. Een groter verschil is niet voorstelbaar.
We genieten van de vele historische gebouwen en huizen. Met hun smeedijzeren hekken en piaza's (veranda's). De piaza's zijn allemaal aan de zijkant van het huis aangebracht omdat de belasting werd geheven afhankelijk van de lengte van het huis. Met zo'n 1500 historische gebouwen vormt Charleston een levendig openluchtmuseum vol luxe paleizen, stadsvilla's en cottages.
We blijven er 4 dagen maar dat hadden er best meer mogen zijn want we zijn nog lang niet uitgekeken. Echter, de wind dreigt uit de verkeerde richting te gaan komen en wij zeilers moeten nu eenmaal de wind gehoorzaam zijn!