zondag 18 juli 2010
Aankomst in Amerika
Zodra ons anker is neergeplonst roeien we met de dinghy naar de kant en zoeken een mogelijkheid om te bellen. De eerste automobilist die we tegen komen weet een oplossing; stap maar in en ik breng je naar iemand die je ook kan vertellen of er nog een mooring vrij is. Voordat we het goed en wel beseffen zitten we aan de keukentafel van een vissersgezin. Hij is kreeftenvisser en, in tegenstelling tot Canada, is dat vissen in Amerika niet gebonden aan een bepaalde periode. "Ja natuurlijk mag je bellen en als de douane wil dat je naar hen toe rijdt mag je die en die auto van ons gebruiken".
De douane komt over een half uur ons oppikken bij het vissersgezin. Ondertussen worden we verwend met lekkere hapjes en kunnen we op de veranda uitkijken over de prachtige baai. De douane mist in ons paspoort een bepaald formulier maar geen probleem; zij brengen het wel en zijn over een uur terug.
"Wij hebben vandaag te veel eten dus als jullie willen, schuif gerust aan. Vrienden van ons eten ook mee". Helemaal overstelpt door de grote hartelijkheid zitten we met 6 volwassen en 5 kinderen te eten.
De visserman vertelt dat in het dorp voornamelijk vissers en gepensioneerden wonen. Velen trekken uit het dorp naar de grote steden. Ook zijn in het dorp vrij veel vakantiewoningen en dat maakt dat het dorp er in de wintermaanden heel stil uitziet. In het dorp zijn geen winkels, geen café's en geen restaurants. De bakker woont ruim 10 kilometer verder. Wel zijn in de buurt van het dorp een aantal mooie wandelroutes aangelegd waar we dankbaar gebruik van maken. Ook fietsen we nog een keer naar de bakker.
zondag 20 juni 2010
Enjoying Canada and the Canadians
Diverse depressies passeren ons. We hebben relatief veel aan de wind gezeild. Op het ene moment moesten er 3 reven in het zeil en op het andere moment moest de motor bij. Nadat we de 41e breedtegraad passeren (halverwege New York - Boston) wordt het aanzienlijk kouder; de warme golfstroom buigt af richting het Europese vasteland.
Via de Bay of Fundy zijn wij op weg naar de baai van St. Andrews. De Bay of Fundy is het water tussen Nova Scotia en het Canadese vasteland en heeft het hoogste verschil ter wereld tussen eb en vloed. In het noorden van de baai bedraagt het verschil maar liefst 12 meter! In St. Andrews zullen we Rhiannon en Sébastiaan en hun kinderen ontmoeten. Zij zijn de nieuwe eigenaren van onze vorige boot. De ouders van Rhiannon wonen in St. Andrews.
Vanaf de Bay of Fundy is het nog ongeveer 3 uur varen om de baai van St. Andrews te bereiken. St. Andrews is een lieflijk dorpje aan de zee en ligt vlakbij de Amerikaanse grens. Er komen 's zomers erg veel toeristen maar als wij arriveren is het seizoen nog niet begonnen. Dat heeft ook met de temperatuur te maken. Zeker 's ochtends voelt de w.c.-bril koud aan en moet de kachel nog even aan. Een groot verschil met de Carieb! Verrassend is echter de manier waarop mensen ons benaderen en behulpzaam zijn. We voelen ons hier heel welkom. Ook door de ouders van Rhiannon zijn we een aantal keren uitgenodigd. We vinden het erg aangenaam en hartverwarmend om hen te ontmoeten. Wat ons verder opvalt is dat we vaak op straat worden aangesproken en mensen ons vragen waar we vandaan komen. Bijna altijd blijkt dan dat zij sterke banden hebben met Noordwest Europa. Dit leidt vaak tot leuke ontmoetingen.
Na de eerste dagen klaart het weer aanzienlijk op, en wordt het aangenaam warm. Veel booteigenaren halen hun boot uit de winterstalling en het wordt steeds drukker in de baai.
Vanuit de kuip genieten we steeds opnieuw van de grote getijverschillen die het landschap zo veranderen.
Renske blijft nog een paar dagen bij ons en dan brengen we haar met een gehuurde auto naar Halifax. Het is vijf uur rijden om daar te komen. Vaak rijden we vele kilometers achtereen zonder ook maar één auto te zien. Wel moet je oppassen voor overstekende elanden. Vanuit Halifax zal Renske naar Schiphol vliegen. Om zoveel mogelijk van Halifax te kunnen zien blijven we daar met z'n drieën nog een nachtje slapen. Als we met de bus naar het centrum willen, blijkt dat we geen gepast geld hebben. Geen probleem. De buschauffeur vertrouwt ons volkomen en zegt dat we dan, op de terugweg, maar een retourtje aan haar collega moeten betalen. Halifax is een boeiende stad.
Via Halifax zijn vele immigranten in Canada aangekomen. Pier 21 is een begrip bij heel veel Canadezen. Dit was de plaats waar de mensen voor het eerst voet aan wal zetten. Eén op de vijf Canadezen heeft een connectie met deze plek.
Ook was Halifax de plaats van waaruit oorlogsschepen zee kozen. Veel monumenten herinneren aan de vele oorlogen.
Tijdens onze reis komen we zo af en toe voor uitdagingen te staan die een beroep doen op onze creativiteit. Wat doe je bijvoorbeeld als je geen gas hebt. Geen gas betekent veel.... Geen kopje thee ´s ochtends en geen kruikje voor de koude voetjes en ga zo maar door. En dan blijkt weer de Canadese mentaliteit van hulpvaardigheid. Binnen de kortste keren krijgen we 2 gastoestellen te leen aangeboden.
Onze gastanks kunnen namelijk niet in Canada en ook niet in Amerika gevuld worden. Men gebruikt hier een andere standaard, dus we hebben een andere fles gekocht. Maar in Canada en Amerika kennen ze niet, zoals wij in Europa, het metrische systeem. Dat betekent dat we geen goede verbinding met onze gasleiding in de boot konden maken. Al in Puerto Rico, maar ook weer op Bermuda en zeker in Canada hebben we met diverse zaken gesproken om dit probleem op te lossen. Dat is ons niet gelukt. Deels ook omdat veel bedrijven huiverig zijn voor aansprakelijkheid en het risico te lopen een claim aan de broek te krijgen. Uiteindelijk hebben we Breehorn, de werf die onze boot heeft gebouwd, gebeld en zij hebben voor een oplossing gezorgd door een nieuwe slang naar ons op te sturen. En daarmee zijn we uit de brand en in het gas......
woensdag 9 juni 2010
Culebra en Bermuda
Tien mei vertrekken we naar Culebra, een klein eilandje, 20 mijl ten oosten van Puerto Rico. Het is een Spaans Maagdeneiland en behoort tot Puerto Rico. We gaan voor anker in de baai die genoemd wordt "Ensenada Honda". Het eiland is ongeveer 7 mijl lang en 3 mijl breed. Op het eiland wonen ongeveer 2000 mensen. Meer dan 1/3 van het eiland is tot beschermd natuurgebied verklaard.
De tocht naar Culebra verloopt niet snel. We vermoeden aangroei en jawel, als we voor anker liggend onder water kijken zien we dat het hoog nodig is om de onderkant van de boot schoon te maken. Gelukkig kunnen we een fles huren om daarmee te duiken. Na 1,5 uur ziet de boot er ook aan de onderkant weer piekfijn uit.
We liggen vlakbij het dorpje Dewey. Hier wonen ook de meeste bewoners van het eiland. We beleven nog iets leuks op een terras : Zittend op een barkruk en genietend van een heerlijk biertje en een wit wijntje komt er opeens een hele grote vis, een tarpoen, ons gedag zeggen. leuk he? Het is een tarpon(tarpoen),ongeveer 1.20 lang. "Eet van de restjes van de restaurants" zo horen we van andere mensen op het terras
We maken een mooie wandeling naar de noordkant van het eiland, naar de Bahia de Flamenco. Dit is een heel mooi strand met prachtig zand, mogelijkheid tot douchen en waar je ook ligstoelen kunt huren. Het strand wordt afgeschermd van de zee door een heleboel kliffen. Heerlijk zwemmen.
Bermuda
Een paar dagen later zien we op de weerkaarten dat er zich een depressie ontwikkelt die zich tussen Culebra en Bermuda een weg baant. We wilden nog een paar dagen blijven maar besluiten nu (donderdag 13 mei) te vertrekken om eerder op Bermuda te zijn en daarmee de depressie vóór te zijn.
Buitengaats blijkt de wind iets sterker (windkracht 6) te zijn dan we hadden verwacht en ook de richting is iets ongunstiger; meer noordoost, dan oost. Veel water komt over maar de boot gedraagt zich voortreffelijk. Na 2,5 dag neemt de wind af en moet de motor bij. De laatste 1,5 dag kunnen we gelukkig weer zeilen. Gelukkig zijn we al lang op Bermuda in St George's Bay als de depressie voorbijtrekt.
Er wonen 60.000 mensen op Bermuda. Het is een archipel van eilanden (er zouden 365 zijn). Veel eilanden zijn in de loop der jaren door een dam of brug met elkaar verbonden.
Bermuda is een rijk land.
In 1995 is nog een verkiezing gehouden over de vraag of Bermuda onafhankelijk zou moeten worden. De uitslag; de band met Engeland wordt niet verbroken.
We merken dat we ruim 1500 kilometer ten noorden van de Caribische eilanden zijn beland; de watertemperatuur is hier 7 graden lager (nu 21 graden) en ook de buitentemperatuur is frisser. De bimini gaat er dan ook af en we slapen weer onder een dekbedje.
We maken diverse tochten over het eiland. Onderweg zien we prachtig gebouwde huizen met mooi aangelegde tuinen. De versieringen aan de huizen en ook de aanleg van de tuinen doen ons aan Engeland denken. In Hamilton ,de hoofdstad van het eiland, staan veel mooie, grote bronzen beelden.
Op Bermuda is ook een uitstekend openbaar vervoer en, typisch engels, de reizigers staan netjes achter elkaar in de rij om de bus in te gaan. Ook schoolkinderen, gekleed in schooluniform, maken veel gebruik van het openbaar vervoer.
zondag 9 mei 2010
Puerto Rico
De haven is 2 jaar oud. Er liggen voornamelijk motorboten in de haven. Men noemt ze hier "powerboats". En inderdaad, de schepen beschikken over veel vermogen. Ook kleinere bootjes bedoeld om een dag mee het water op te gaan beschikken minimaal over 2 buitenboordmotoren maar meestal over 3. Elke motor levert minstens 200 pk maar 3oo pk is ook geen uitzondering. Mag het ietsje meer zijn......?
Wat opvalt is dat de meeste motorboten hun airco permanent aan hebben staan, ook als de eigenaren niet op de boot zijn. Dit is te zien uit een waterstroompje dat konstant uit de boot komt.
En nu zijn we weer aan boord.
Het kost ons deze tijd wat meer moeite om de draad van de reis weer op te pakken.
Onze pasgeboren kleinzoon Florens, onze kleindochter Jasmijn, kinderen, familie en vrienden achterlaten valt ons deze keer wat zwaarder.
We huren voor enkele dagen een auto en gaan het eiland Puerto Rico verkennen.
Eerst gaan we naar El Yunque, een regenwoud, waar we een prachtige wandeling maken langs watervallen.
Tijdens onze wandeling in El Yungue
Het is echt regenwoudweer; zo af en toe komt de regen met bakken uit de lucht. We bezoeken een informatiecentrum dat erg educatief is en de noodzaak van goed water- en natuurbeheer helder uitlegt. Ergens lezen we de uitspraak: "we hebben de aarde niet geërfd van onze ouders maar geleend van onze kinderen".
Een andere tocht leidt ons naar het oude gedeelte van de hoofdstad San Juan. Hier maken we een wandeling over straten met azuurblauwe stenen.
Straatbeeld in het oude San Juan
Er staan veel oude, gerestaureerde huizen. Ook zijn er nog een aantal poorten van vroeger overgebleven. Eén ervan had tot doel om lieden die van zee kwamen door te laten en zo toegang te verschaffen tot de daar achter gelegen kathedraal waar men meteen naar toe kon om God te danken voor de veilige overtocht.
De ingang tot de haven van San Juan wordt bewaakt door een fort ( El Morro) waarvan de bouw gestart is in 1540 en dat daarna vele malen is uitgebreid.
We maken een tweedaagse tocht naar Ponce, een mooie stad aan de zuidkant van het eiland waar we logeren in een oud hotel (Malia) in het centrum van de stad.
Brandweermuseum en de kathedraal gebroederlijk naast elkaar
Dit is vlakbij het brandweermuseum dat tegen de kathedraal is aangebouwd. In de stad zien we veel pleinen en parken met mooie fonteinen en prachtige huizen. Het ziet er welvarend uit. De mensen zijn ook hier weer erg vriendelijk.
Morgen varen we naar Culebra, een Spaans Maagdeneiland. We hebben op Puerto Rico een prachtige tijd gehad.
Ons zijn de volgende zaken opgevallen:
- een mooi aangelegd en een goed onderhouden wegennet
- heel veel grote auto's
- lage benzine prijs, minder dan 80 dollarcent per liter, dus ongeveer 65 eurocent per liter
- geen openbaar vervoer
- veel bedrijvigheid
- hele grote winkelcentra (malls)
- veel verpakt en ingeblikt voedsel in grote porties, veel kant en klaarmaaltijden
Puerto Rico is eeuwenlang door Spanje bestuurd geweest. In 1898 werd het afgestaan aan Amerika. Maar onder het laagje Amerikaanse vernis klopt nog steeds een Spaans hart. Misschien is het daarom zo leuk.
#end
zaterdag 3 april 2010
De Maagdeneilanden
Dankzij het schone onderwaterschip vaart de Pjotter nog sneller dan anders en in no time zijn we op Virgin Gorda, één van de Britse Maagdeneilanden. Door een smalle opening in het rif komen we in een prachtige, beschermde baai met diverse ankerplekken. Op de mooiste ankerplekken liggen moorings die je voor 30 dollar per dag kunt huren. Wij gooien het anker uit vlakbij een prachtig, kleinschalig resort, genaamd Bitter End. Vlak naast ons ligt de Newlife met Aad en Bonnie die al 9 jaar met hun Hallberg Rassy in dit gebied rondzwerven. Van hen krijgen we leuke tips over de omgeving.
Auto's kunnen dit gebied niet bereiken: er zijn geen wegen. Ook de gasten voor het resort worden per boot aangevoerd. Mede hierdoor heerst er een weldadige rust in de baai.
uit. Prachtige terrassen en mooi aangelegde tuinen. Er is zelfs een oversteekplaats voor leguanen!
Verder bezoeken we van de Britse Maagdeneilanden nog Peter Island en Norman Island. Ook 2 "parels " in de Caribische Zee. Hier snorkelen we naar hartelust en kijken onze ogen uit in de onderwaterwereld.
Op 28 maart verlaten we 's ochtends vroeg de B.V.I. (British Virgin Islands) en zetten koers naar St.John, één van de U.S.V.I. (United States Virgin Islands). We zijn in Amerika en hijsen de "stars and stripes".
Uitzicht tijdens één van onze wandelingen
We liggen nog maar nauwelijks vast aan een mooring in Cruz Bay (de hoofdstad van St. John) of we krijgen hoog bezoek: De U.S. Coast Guard komt bij ons aan boord. Persoonlijke gegevens, informatie over de boot en de veiligheidsmaatregelen komen uitgebreid aan de orde. Vooral wat de veiligheid betreft gaat men in Amerika verder dan bij ons in Nederland. Zelfs in de bijboot moeten we reddingsvesten dragen.
Twee/derde van St. John is Nationaal Park. Wij liggen aan een mooring in dit park (ankeren is op veel plaatsen niet toegestaan om het rif te beschermen). Er is een heel simpel maar goed functionerend betaalsysteem. Je stopt 15 dollar per nacht in een daarvoor bestemd bruin envelopje en brengt dat naar een betaalstation. Elk ankergebied heeft minstens één zo'n betaalstation.
Je kunt fantastisch wandelen op dit eiland en dat hebben we dan ook veel gedaan.
"benenbungelbankje"
Wij hebben nog lang niet alle eilanden gezien en zouden hier nog veel langer willen zijn maar Puerto Rico lonkt en, vooral het vliegtuig dat ons op 8 april naar Nederland zal brengen. Daar hopen wij ons tweede kleinkind in de armen te kunnen nemen.
maandag 15 maart 2010
Martha 60 op St. Maarten
Tijdens de nacht ruiken we ineens zwavel en een verbrande lucht. We varen langs het eiland Montserrat en herinneren ons dat er onlangs een vulkaanuitbarsting is geweest. Hij smeulde nog na. Heel bizar.
Aan het eind van de tweede dag gooien we ons anker uit in de Simpsom Bay bij St. Maarten. We wachten tot 17.30 uur want dan gaat de brug open en kunnen we naar binnen, naar het lagoon. Het is een heerlijke ervaring om weer door een echte hollandse brug te varen. We wanen ons even in het friese Woudsend.......
Daarmee houdt de vergelijking ook echt op want hier liggen megajachten en is er veel pracht en praal. Wij zijn uitgenodigd om op een van die grote jachten te komen kijken. Erg leuk. Het was de Gloria, een prachtige boot die in Nederland is gebouwd bij Jongert in Enkhuizen. Hier was een vaste bemanning aanwezig van 5 leden en deze boot was nog niet eens de grootste.....

Hoewel we in het nederlands gedeelte van St. Maarten zijn is er weinig wat ons aan Nederland herinnert. Er zijn geen nederlandse kranten te koop, er wordt bijna geen nederlands gesproken. Engels is de gangbare taal en er wordt ook niet met euro's betaald maar met Amerikaanse dollars. Wel is er boerenkool te koop en er zijn bitterballen!
Op St. Maarten komen we tot onze verrassing weer bekende zeilers tegen: Sebastiaan en Rhiannon en hun kinderen en Jeroen en Babette. Ook maken we kennis met Ben en Mieke die met hun Victoire 34 een tocht rond de wereld maken. Met al deze mensen hebben wij Martha's verjaardag uitbundig gevierd. Op een versierde boot. En met de kinderen hebben we een dansje gemaakt op het voordek.
#end
zondag 7 maart 2010
Aangekomen bij de ankerbaai van Roseau zien we in de verte Pjotter junior liggen. Leuk! We drinken gezellig een glaasje en maken nieuwe plannen. Onze eerste gang is, zoals gewoonlijk, naar de douane. We worden van het bekende kastje naar de muur gestuurd. Tot drie keer toe en, geloof het of niet, we worden niet chagrijnig! Iedereen stuurt ons op een hele vriendelijke manier de verkeerde kant op.
Ook op dit eiland vindt het openbaar vervoer bijna alleen plaats met kleine busjes. Er is geen dienstregeling. De busjes rijden af en aan. Op een ochtend gingen wij op pad. Het busje was bijna vol maar we konden er nog wel bij alleen Kees zat wat ongemakkelijk..... We zaten met zo'n man of 15 in het busje. En jawel hoor, in een bergbocht een harde knal; een klapband. Iedereen uit de bus. Na 10 minuten lag de reserveband er weer om. We konden weer rijden.
In de bus is geen knop die de chauffeur het signaal geeft dat je er bij de volgende halt uit wilt. Trouwens, er zijn ook geen haltes. Je roept gewoon heel hard "stop"!
Ook maakten we een excursie naar een waterval genaamd "Middelham Falls". De route daar naar toe ging over hoge bergen en door groen, ongerept regenwoud. De wandeling naar de waterval ging door een betoverend mooi en heel stil landschap dat doorkruist werd door vele riviertjes. Onze gids vertelde dat Dominica, door de vele hoge bergen, jaarlijks veel water ontvangt en zelfs water exporteert naar andere eilanden.
Ook zijn we nog naar Carib Territory geweest, een gebied dat acht dorpjes omvat en waar de oorspronkelijke cultuur van generatie op generatie wordt overgedragen. De mensen leven van landbouw, visserij en kunstnijverheid. Er wonen zo'n 3000 Cariben, afstammelingen van de indiaanse immigranten die in kano's vanaf de Amazonedelta kwamen roeien en de Caribische eilanden in bezit namen.
Tenslotte zijn we, weer met de bus, naar het uiterste zuidpuntje gereden genaamd "Scotts Head". Dit is een pittoresque, maar slaperig vissersdorpje en een eldorado voor duikers. De locatie is onlangs toegevoegd aan de lijst van topduiklocaties van de Caribische eilanden.
Morgen, 9 maart, vertrekken we naar Sint Maarten. We hadden al een paar dagen eerder die tocht willen maken maar de weersvoorspelling gaf aan dat er op de route naar St. Maarten weinig wind stond en er zou dus veel gemotord moeten worden. Doordat de wind gedraaid was naar het zuiden was onze ankerplek minder beschermd en lagen we regelmatig te rollen. Toch zijn we nog een paar dagen gebleven; liever rollen dan motorren.
#end