donderdag 29 juli 2010

mainpoints of Maine

Southwest Harbour

Van Cutler zeilen we naar Southwest Harbour. De hele trip hier naar toe moeten we erg letten op " lopsterpot" boeien, boeien die verbonden zijn met een kreeftenkooi. Als we in de baai van Southwest Harbour aankomen lijkt het wel koninginnedag; het hele veld (water) ligt bezaaid met ballonnen (lopsterpotboeien). Maar we komen zonder kleerscheuren aan en vinden een mooring tegenover de Hinckley werf. Hier bouwen ze prachtige zeilboten die er allemaal glimmend uitzien, bijna allemaal donkerblauw en die, vooral door hun negatieve spiegel, een tijdloze uitstraling hebben.
Southwest Harbour ligt op Mount Desert Island waarvan het grootste gedeelte een natuurpark is. Dit park beslaat 35.000 hectare waarin 200 kilometer aan wandelroutes is aangelegd en 70 km weg voor fietsers. Wij kunnen onze fietsen op de bus meenemen naar de ingang van het park. Om opstoppingen in het verkeer te voorkomen en om luchtvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen is er op het hele eiland gratis openbaar vervoer.
Rockefeller, bekend oliemagnaat, had het eiland eerst zelf in bezit en wilde het zo aanpassen dat grote groepen mensen ook van de prachtige natuur kunnen genieten. Alle paden en wegen zijn aangelegd met lokaal materiaal. De enkele bruggen die zijn aangelegd passen heel mooi in het landschap. Door de grootte van het park kom je maar heel weinig mensen tegen.

Je moet zelf de fietsen op de bus plaatsen

In het hele park is niets te koop.In het dorpje Southwest Harbour worden we geconfronteerd met een bijzondere maatregel; drank mag niet aan mensen verkocht worden die nog geen 18 jaar zijn. Om drank te kunnen kopen moet je je kunnen identificeren. In de supermarkt kunnen wij onze budweisertjes (Amerikaans biertje) niet meenemen omdat wij ons paspoort of rijbewijs niet bij ons hebben. Blijkbaar konden ze aan ons uiterlijk niet zien dat we ouder zijn dan 18 jaar.......

Frenchboro

Na enkele dagen vertrekken we naar Frenchboro dat op Long Island ligt. De afstand is niet groot, slechts 10 mijl maar doordat al vrij snel na vertrek dikke mist ontstaat (o zo kenmerkend voor Maine) en hier ook heel veel lobsterpotten liggen, is het een inspannende tocht.
Ook hier pakken we weer een mooring op tussen de kreeftenboten. We zijn het enige plezierjacht. In het weekend liggen er 4 zeilboten. Topdrukte......

Het centrum van Frenchboro



Op het eiland leven 67 mensen. Er is een school, een kerk, een museum en een bibliotheek. De school heeft 1 ruimte, klaslokaal waar alle leerlingen tussen 6 en 12 jaar in les krijgen. In de bibliotheek kunnen we internetten (later bleek dat we ook aan boord kunnen internetten). Er staan hier 6 computers. Als we vragen naar de openingsuren zegt men ons; " Openingsuren? Nee, die hebben we niet, we sluiten gewoon niet af".
Vooral voor gezinnen is het moeilijk om op het hoofd boven water te houden. De kinderen moeten naar het vasteland voor vervolgonderwijs.
Met overheidssteun wordt geprobeerd deze leefgemeenschap in stand te houden. We hopen dat dit gaat lukken want Frenchboro en haar bewoners hebben ons hart gestolen.
Ook op dit eiland zijn weer prachtige voetpaden aangelegd. We maken diverse tochten. In een klein restaurantje eten we lekker krab en kreeft.
Als de eigenaren horen dat we uit Nederland komen worden we direct uitgenodigd de voetbalwedstrijd tegen Spanje in hun restaurantje te komen bekijken. Heel hartelijk want er staan maar 4 stoelen en 1 tafel in dit restaurant. Jammer dat we verloren hebben. Maar het oranje gevoel was groot......

Woningruil in Stonington ?

In Stonington gaan we heerlijk eten bij de " Seasons". Het avondlicht valt heel mooi op de baai, en we maken veel foto's. We zitten buiten en hebben een prachtig uitzicht over de baai vol met rotsen en vissersboten.

Uitzicht vanaf terras

Tegenover de baai ligt een eiland van waaruit vroeger veel graniet is gehaald en verscheept naar alle delen van Amerika. Hierover is nog een museum ingericht.
Als we een keer met tassen uit onze dinghy op de wal stappen vraagt een voorbijganger of we boodschappen gaan doen. Inderdaad, dat zijn wij van plan. "Daar staat mijn groene Saab 9000 en gebruik die maar om boodschappen te halen. Lopen is wel wat ver. De sleutel zit in de auto".
Tijdens een andere wandeling komen we langs een huis dat staat op een prachtige plek met uitzicht over de baai. Martha spreekt de persoon aan die aan het gras maaien is. Aan ons accent (en niet alleen van Kees) merkt hij al gauw dat wij geen Amerikanen zijn. " Waar komen jullie vandaan"? vraagt hij. Hij blijkt ook uit Nederland (uit Friesland nog wel) te komen. 61 jaar geleden (hij is nu 71) is hij met zijn ouders en acht broertjes en zusjes naar Amerika gekomen. Het wordt een leuk gesprek over o.a. friese droogworsten en hoe hij met zijn familie in Amerika een nieuw vaderland heeft gevonden en een nieuw leven heeft opgebouwd. Als we verder lopen stopt er een auto naast ons waarin "onze" fries blijkt te zitten. "Ik heb nog een idee" zegt hij. "Wat vinden jullie ervan als we woningruil gaan doen? 's Zomers wonen we hier in Maine en 's winters in Arizona. We kunnen dan ook elkaars auto lenen". Ongelooflijk, hij kent ons niet en weet niet waar en hoe wij wonen en biedt ons zijn prachtige huis in Maine aan. Wij zijn aangenaam verrast want we willen graag nog een keer terug komen in Maine.
Rockland

Voor het eerst op onze tocht door Maine zien we veel zeiljachten liggen.
Wat we ons van Rockland zullen blijven herinneren is het bezoek aan het prachtige Farnsworth museum. Er hingen werken o.a. van Alex Katz en de Wyeth family. Uit het werk van deze laatste familie (3 generaties) blijkt hoe de Amerikanen hebben gestreden voor hun eigen onafhankelijkheid. Indrukwekkend!
We maken nog een wandeling naar een plek van waaruit we een goed zicht hebben op de aankomst van zo'n twintig traditionele schepen (schoeners). Op de weg terug komen we nog langs een vakschool waar houten boten worden gemaakt. Kees heeft zich bijna opgegeven voor een 2 weekse cursus. Wat heeft Maine toch veel te bieden.

Port Clyde

Het was eerst niet de bedoeling om hier naar toe te gaan maar tijdens een trip waar we alles moesten motorren hadden we ineens geen zin meer. Van Amerikanen hadden we gehoord dat Port Clyde ook de moeite waard is. En jawel, wat een beeldschoon haventje en een mooie baai. Als we een wandeling naar een vuurtoren maken zijn we weer onder de indruk van de uitzichten over de baai en de mooie bloemen in de berm die door niemand zijn gezaaid.

Bloemen in Port Clyde

Christmas Cove

Bij het krieken van de dag verlaten wij Port Clyde en groeten de mooring die ons zo prachtig op onze plek in de baai heeft gehouden. Het weer is zonnig, geen wind, wel weer veel prachtig gekleurde lollies (boeien van kreeftenpotten) die wij moeten ontwijken. In een mooie baai blijven we een nacht liggen en trekken dan verder naar Boothbay Harbor.

Boothbay Harbor
Van de havenmeester horen we dat alle moorings " privately owned" zijn maar dat we wel aan een steiger kunnen liggen. Kost wel 170 dollar per nacht!! Dat doen we dus niet. Gelukkig krijgen we een tip van een aardige andere zeiler die ons een mooring wijst die bijna nooit gebruikt wordt. Hier leggen we aan.
We zijn in een andere wereld aangekomen. De wereld van de rondvaartboten, de souvenierswinkels, veel restaurants en veel toeristen die met bussen worden aangevoerd. We blijven hier dan ook maar een nachtje.

Freeport

Freeport is een haven die ver het land in ligt. We vertrekken 's ochtend met mooi weer, een mooi zeilwindje maar in de loop van de dag komt de mist op zetten. Eerst moeten we nog de zonnebril ophouden en is een t-shirtje genoeg om het warm te houden. Maar al gauw begint het te regenen. Als we vlakbij de haven zijn en een rivier moeten opgaan is het zicht bijna weg. En dan begint het ook nog te onweren. De radar en de kaartplotter hebben we beide aan staan om ons te helpen de weg te vinden. Gelukkig komt de havenmeester van de Brewer marina ons tegemoet en helpt ons de mooring te vinden. Net op tijd maken we vast aan de mooring en het onweer barst in alle hevigheid los. We nemen een warme douche en een glas wijn. Het leven is goed.
Freeport is bekend om zijn vele outlets, fabriekswinkels waar de naam van L.L. Bean in de wijde omgeving bekend is. Het is een paradijs voor koopjesjagers. We hebben ons er dan ook zeer uitgeleefd.
In een mooie rode pick-up (ons zo maar aangeboden door de havenmeester) doen we boodschappen bij de supermarkt en laden onze spullen in de laadbak.
Dat is nog eens wat anders dan in de fietstas.......

Met de pick-up van de havenmeester doen we boodschappen


Portland


De tocht van Freeport naar Portland leidt ons door een prachtige archipel. Onze route gaat zigzaggend tussen de eilanden door. Wel opletten, maar een hele mooie tocht.
Sinds weken zijn we weer in een grote stad maar we verlangen alweer gauw naar een meer natuurlijke plek. Na 2 dagen vertrekken we dan ook alweer.

The Isles of Shoals.

De Isles of Shoals zijn werkelijk pareltjes in de zee. Puur en ongerept. Ze liggen ruim 6 mijl uit de kust, ter hoogte van Portsmouth. Door deze archipel loopt de grens tussen Maine en New Hampshire. Sommige eilanden zijn bewoond. Op een wandeling langs de rotsen komen we heel veel meeuwen tegen die ons schreeuwend begroeten. We zoeken een stokje om ons hoofd tegen hen te beschermen. Op een van de eilanden is een conferentieoord gevestigd dat eigendom is van 2 verschillende kerkgenootschappen.
Er heerst een ontspannen sfeer waarin mensen elkaar ontmoeten en zich bezinnen op hun verantwoordelijkheid in de samenleving. Ook komen we mensen tegen die alleen voor de natuur komen en om hier te recreeren, muziek te maken en te schilderen of gewoon maar op een rots te zitten en naar de zee te kijken. Wij kunnen mee eten met de gasten van de conferentie. Een bijzondere ervaring.

zondag 18 juli 2010

Aankomst in Amerika

Na een dagje zeilen en motorren vanuit Grand Manam bereiken we het dorpje Cutler dat in Amerika ligt. Onderweg zien we nog 2 keer een walvis. Cutler ligt in het noorden van Maine en staat in een pilot beschreven als een "port of entry". Dit is een haven waarbij je kunt inklaren. We kunnen de douane niet bellen want onze mobiele telefoon heeft hier geen bereik. Dan maar de satelliettelefoon gebruiken. Echter, daarvoor hebben we het landennummer van Amerika nodig en dat staat niet in ons A.N.W.B boek.
Zodra ons anker is neergeplonst roeien we met de dinghy naar de kant en zoeken een mogelijkheid om te bellen. De eerste automobilist die we tegen komen weet een oplossing; stap maar in en ik breng je naar iemand die je ook kan vertellen of er nog een mooring vrij is. Voordat we het goed en wel beseffen zitten we aan de keukentafel van een vissersgezin. Hij is kreeftenvisser en, in tegenstelling tot Canada, is dat vissen in Amerika niet gebonden aan een bepaalde periode. "Ja natuurlijk mag je bellen en als de douane wil dat je naar hen toe rijdt mag je die en die auto van ons gebruiken".
De douane komt over een half uur ons oppikken bij het vissersgezin. Ondertussen worden we verwend met lekkere hapjes en kunnen we op de veranda uitkijken over de prachtige baai. De douane mist in ons paspoort een bepaald formulier maar geen probleem; zij brengen het wel en zijn over een uur terug.
"Wij hebben vandaag te veel eten dus als jullie willen, schuif gerust aan. Vrienden van ons eten ook mee". Helemaal overstelpt door de grote hartelijkheid zitten we met 6 volwassen en 5 kinderen te eten.
De visserman vertelt dat in het dorp voornamelijk vissers en gepensioneerden wonen. Velen trekken uit het dorp naar de grote steden. Ook zijn in het dorp vrij veel vakantiewoningen en dat maakt dat het dorp er in de wintermaanden heel stil uitziet. In het dorp zijn geen winkels, geen café's en geen restaurants. De bakker woont ruim 10 kilometer verder. Wel zijn in de buurt van het dorp een aantal mooie wandelroutes aangelegd waar we dankbaar gebruik van maken. Ook fietsen we nog een keer naar de bakker.

zondag 20 juni 2010

Enjoying Canada and the Canadians

Wij zijn in Canada. De tocht van Bermuda naar Canada is pittig. Gelukkig hebben we voor dit traject in de persoon van Renske Gelderloos een geweldige "opstapper"! Zij is een ervaren zeezeilster en we hebben een leuke tijd met haar gehad.
Diverse depressies passeren ons. We hebben relatief veel aan de wind gezeild. Op het ene moment moesten er 3 reven in het zeil en op het andere moment moest de motor bij. Nadat we de 41e breedtegraad passeren (halverwege New York - Boston) wordt het aanzienlijk kouder; de warme golfstroom buigt af richting het Europese vasteland.

Via de Bay of Fundy zijn wij op weg naar de baai van St. Andrews. De Bay of Fundy is het water tussen Nova Scotia en het Canadese vasteland en heeft het hoogste verschil ter wereld tussen eb en vloed. In het noorden van de baai bedraagt het verschil maar liefst 12 meter! In St. Andrews zullen we Rhiannon en Sébastiaan en hun kinderen ontmoeten. Zij zijn de nieuwe eigenaren van onze vorige boot. De ouders van Rhiannon wonen in St. Andrews.
Vanaf de Bay of Fundy is het nog ongeveer 3 uur varen om de baai van St. Andrews te bereiken. St. Andrews is een lieflijk dorpje aan de zee en ligt vlakbij de Amerikaanse grens. Er komen 's zomers erg veel toeristen maar als wij arriveren is het seizoen nog niet begonnen. Dat heeft ook met de temperatuur te maken. Zeker 's ochtends voelt de w.c.-bril koud aan en moet de kachel nog even aan. Een groot verschil met de Carieb! Verrassend is echter de manier waarop mensen ons benaderen en behulpzaam zijn. We voelen ons hier heel welkom. Ook door de ouders van Rhiannon zijn we een aantal keren uitgenodigd. We vinden het erg aangenaam en hartverwarmend om hen te ontmoeten.  Wat ons verder opvalt is dat we vaak op straat worden aangesproken en mensen ons vragen waar we vandaan komen. Bijna altijd blijkt dan dat zij sterke banden hebben met Noordwest Europa. Dit leidt vaak tot leuke ontmoetingen.

Na de eerste dagen klaart het weer aanzienlijk op, en wordt het aangenaam warm. Veel booteigenaren halen hun boot uit de winterstalling en het wordt steeds drukker in de baai.
Vanuit de kuip genieten we steeds opnieuw van de grote getijverschillen die het landschap zo veranderen.

Renske blijft nog een paar dagen bij ons en dan brengen we haar met een gehuurde auto naar Halifax. Het is vijf uur rijden om daar te komen. Vaak rijden we vele kilometers achtereen zonder ook maar één auto te zien. Wel moet je oppassen voor overstekende elanden.  Vanuit Halifax  zal Renske naar Schiphol vliegen. Om zoveel mogelijk van Halifax te kunnen zien blijven we daar met z'n drieën nog een nachtje slapen. Als we met de bus naar het centrum willen, blijkt dat we geen gepast geld hebben. Geen probleem. De buschauffeur vertrouwt ons volkomen en zegt dat we dan, op de terugweg, maar een retourtje aan haar collega moeten betalen.  Halifax is een boeiende stad.
Via Halifax zijn vele immigranten in Canada aangekomen. Pier 21 is een begrip bij heel veel Canadezen. Dit was de plaats waar de mensen voor het eerst voet aan wal zetten. Eén op de vijf Canadezen heeft een connectie met deze plek.
Ook was Halifax de plaats van waaruit oorlogsschepen zee kozen. Veel monumenten herinneren aan de vele oorlogen.

Tijdens onze reis komen we zo af en toe voor uitdagingen te staan die een beroep doen op onze creativiteit. Wat doe je bijvoorbeeld als je geen gas hebt. Geen gas betekent veel....  Geen kopje thee ´s ochtends en geen kruikje voor de koude voetjes en ga zo maar door.  En dan blijkt weer de Canadese mentaliteit van hulpvaardigheid. Binnen de kortste keren krijgen we 2 gastoestellen te leen aangeboden.
Onze gastanks  kunnen namelijk niet in Canada en ook niet in Amerika gevuld worden. Men gebruikt hier een andere standaard, dus we hebben een andere fles gekocht. Maar in Canada en Amerika kennen ze niet, zoals wij in Europa, het metrische systeem. Dat betekent dat we geen goede verbinding met onze gasleiding in de boot konden maken. Al in Puerto Rico, maar ook weer op Bermuda en zeker in Canada hebben we met diverse zaken gesproken om dit probleem op te lossen. Dat is ons niet gelukt. Deels ook omdat veel bedrijven huiverig zijn voor aansprakelijkheid en het risico te lopen een claim aan de broek te krijgen. Uiteindelijk hebben we Breehorn, de werf die onze boot heeft gebouwd, gebeld en zij hebben voor een oplossing gezorgd door een nieuwe slang naar ons op te sturen. En daarmee zijn we uit de brand en in het gas......



woensdag 9 juni 2010

Culebra en Bermuda


Culebra

Tien mei vertrekken we naar Culebra, een klein eilandje, 20 mijl ten oosten van Puerto Rico. Het is een Spaans Maagdeneiland en behoort tot Puerto Rico. We gaan voor anker in de baai die genoemd wordt "Ensenada Honda". Het eiland is ongeveer 7 mijl lang en 3 mijl breed. Op het eiland wonen ongeveer 2000 mensen. Meer dan 1/3 van het eiland is tot beschermd natuurgebied verklaard.
De tocht naar Culebra verloopt niet snel. We vermoeden aangroei en jawel, als we voor anker liggend onder water kijken zien we dat het hoog nodig is om de onderkant van de boot schoon te maken. Gelukkig kunnen we een fles huren om daarmee te duiken. Na 1,5 uur ziet de boot er ook aan de onderkant weer piekfijn uit.
We liggen vlakbij het dorpje Dewey. Hier wonen ook de meeste bewoners van het eiland. We beleven nog iets leuks op een terras : Zittend op een barkruk en genietend van een heerlijk biertje en een wit wijntje komt er opeens een hele grote vis, een tarpoen, ons gedag zeggen. leuk he? Het is een tarpon(tarpoen),ongeveer 1.20 lang. "Eet van de restjes van de restaurants" zo horen we van andere mensen op het terras


We maken een mooie wandeling naar de noordkant van het eiland, naar de Bahia de Flamenco. Dit is een heel mooi strand met prachtig zand, mogelijkheid tot douchen en waar je ook ligstoelen kunt huren. Het strand wordt afgeschermd van de zee door een heleboel kliffen. Heerlijk zwemmen.

Bermuda

Een paar dagen later zien we op de weerkaarten dat er zich een depressie ontwikkelt die zich tussen Culebra en Bermuda een weg baant. We wilden nog een paar dagen blijven maar besluiten nu (donderdag 13 mei) te vertrekken om eerder op Bermuda te zijn en daarmee de depressie vóór te zijn.
Buitengaats blijkt de wind iets sterker (windkracht 6) te zijn dan we hadden verwacht en ook de richting is iets ongunstiger; meer noordoost, dan oost. Veel water komt over maar de boot gedraagt zich voortreffelijk. Na 2,5 dag neemt de wind af en moet de motor bij. De laatste 1,5 dag kunnen we gelukkig weer zeilen. Gelukkig zijn we al lang op Bermuda in St George's Bay als de depressie voorbijtrekt.
Er wonen 60.000 mensen op Bermuda. Het is een archipel van eilanden (er zouden 365 zijn). Veel eilanden zijn in de loop der jaren door een dam of brug met elkaar verbonden.
Bermuda is een rijk land.




Het gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking zou 69.500 dollar bedragen. Naast toerisme (600.000 toeristen per jaar) zijn er ook veel financiële bedrijven gevestigd.
In 1995 is nog een verkiezing gehouden over de vraag of Bermuda onafhankelijk zou moeten worden. De uitslag; de band met Engeland wordt niet verbroken.
We merken dat we ruim 1500 kilometer ten noorden van de Caribische eilanden zijn beland; de watertemperatuur is hier 7 graden lager (nu 21 graden) en ook de buitentemperatuur is frisser. De bimini gaat er dan ook af en we slapen weer onder een dekbedje.
We maken diverse tochten over het eiland. Onderweg zien we prachtig gebouwde huizen met mooi aangelegde tuinen. De versieringen aan de huizen en ook de aanleg van de tuinen doen ons aan Engeland denken. In Hamilton ,de hoofdstad van het eiland, staan veel mooie, grote bronzen beelden.
Op Bermuda is ook een uitstekend openbaar vervoer en, typisch engels, de reizigers staan netjes achter elkaar in de rij om de bus in te gaan. Ook schoolkinderen, gekleed in schooluniform, maken veel gebruik van het openbaar vervoer.

zondag 9 mei 2010

Puerto Rico








Na een mooie tijd in een lenteachtig Nederland komen we op 28 april weer terug bij Sunbay Marina in Fajardo op Puerto Rico. De boot ligt er goed bij, het is een veilige haven met goede service en informatieverstrekking. Het ligt echter erg geïsoleerd en om een bood(t)schap te doen moet je een taxi bellen of eigen vervoer hebben.

De haven is 2 jaar oud. Er liggen voornamelijk motorboten in de haven. Men noemt ze hier "powerboats". En inderdaad, de schepen beschikken over veel vermogen. Ook kleinere bootjes bedoeld om een dag mee het water op te gaan beschikken minimaal over 2 buitenboordmotoren maar meestal over 3. Elke motor levert minstens 200 pk maar 3oo pk is ook geen uitzondering. Mag het ietsje meer zijn......?

Wat opvalt is dat de meeste motorboten hun airco permanent aan hebben staan, ook als de eigenaren niet op de boot zijn. Dit is te zien uit een waterstroompje dat konstant uit de boot komt.

En nu zijn we weer aan boord.
Het kost ons deze tijd wat meer moeite om de draad van de reis weer op te pakken.
Onze pasgeboren kleinzoon Florens, onze kleindochter Jasmijn, kinderen, familie en vrienden achterlaten valt ons deze keer wat zwaarder.

We huren voor enkele dagen een auto en gaan het eiland Puerto Rico verkennen.

Eerst gaan we naar El Yunque, een regenwoud, waar we een prachtige wandeling maken langs watervallen.

Tijdens onze wandeling in El Yungue

Het is echt regenwoudweer; zo af en toe komt de regen met bakken uit de lucht. We bezoeken een informatiecentrum dat erg educatief is en de noodzaak van goed water- en natuurbeheer helder uitlegt. Ergens lezen we de uitspraak: "we hebben de aarde niet geërfd van onze ouders maar geleend van onze kinderen".

Een andere tocht leidt ons naar het oude gedeelte van de hoofdstad San Juan. Hier maken we een wandeling over straten met azuurblauwe stenen.

Straatbeeld in het oude San Juan

Er staan veel oude, gerestaureerde huizen. Ook zijn er nog een aantal poorten van vroeger overgebleven. Eén ervan had tot doel om lieden die van zee kwamen door te laten en zo toegang te verschaffen tot de daar achter gelegen kathedraal waar men meteen naar toe kon om God te danken voor de veilige overtocht.
De ingang tot de haven van San Juan wordt bewaakt door een fort ( El Morro) waarvan de bouw gestart is in 1540 en dat daarna vele malen is uitgebreid.

We maken een tweedaagse tocht naar Ponce, een mooie stad aan de zuidkant van het eiland waar we logeren in een oud hotel (Malia) in het centrum van de stad.



Brandweermuseum en de kathedraal gebroederlijk naast elkaar


Dit is vlakbij het brandweermuseum dat tegen de kathedraal is aangebouwd. In de stad zien we veel pleinen en parken met mooie fonteinen en prachtige huizen. Het ziet er welvarend uit. De mensen zijn ook hier weer erg vriendelijk.

Morgen varen we naar Culebra, een Spaans Maagdeneiland. We hebben op Puerto Rico een prachtige tijd gehad.
Ons zijn de volgende zaken opgevallen:

- een mooi aangelegd en een goed onderhouden wegennet

- heel veel grote auto's

- lage benzine prijs, minder dan 80 dollarcent per liter, dus ongeveer 65 eurocent per liter

- geen openbaar vervoer

- veel bedrijvigheid

- hele grote winkelcentra (malls)

- veel verpakt en ingeblikt voedsel in grote porties, veel kant en klaarmaaltijden

Puerto Rico is eeuwenlang door Spanje bestuurd geweest. In 1898 werd het afgestaan aan Amerika. Maar onder het laagje Amerikaanse vernis klopt nog steeds een Spaans hart. Misschien is het daarom zo leuk.






#end

zaterdag 3 april 2010

De Maagdeneilanden






Wij verlaten Simpson Bay lagoon en liggen nog één nachtje in de baai. Daar, in het schone water maakt Kees de onderkant van de boot schoon. Het water in de lagoon was erg vies en hierdoor was er al weer veel aangroei op de boot.
Dankzij het schone onderwaterschip vaart de Pjotter nog sneller dan anders en in no time zijn we op Virgin Gorda, één van de Britse Maagdeneilanden. Door een smalle opening in het rif komen we in een prachtige, beschermde baai met diverse ankerplekken. Op de mooiste ankerplekken liggen moorings die je voor 30 dollar per dag kunt huren. Wij gooien het anker uit vlakbij een prachtig, kleinschalig resort, genaamd Bitter End. Vlak naast ons ligt de Newlife met Aad en Bonnie die al 9 jaar met hun Hallberg Rassy in dit gebied rondzwerven. Van hen krijgen we leuke tips over de omgeving.
Auto's kunnen dit gebied niet bereiken: er zijn geen wegen. Ook de gasten voor het resort worden per boot aangevoerd. Mede hierdoor heerst er een weldadige rust in de baai.
Tijdens één van onze wandelingen belanden we bij een ander kleinschalig resort, genaamd Biras Creek. Het ziet er fantastisch
uit. Prachtige terrassen en mooi aangelegde tuinen. Er is zelfs een oversteekplaats voor leguanen!
Op een prijslijst die wij ter inzage kregen, zagen we dat de villa's wel erg duur zijn. Tot 2500 dollar per nacht. Belangstelling? Laat het ons weten.
Verder bezoeken we van de Britse Maagdeneilanden nog Peter Island en Norman Island. Ook 2 "parels " in de Caribische Zee. Hier snorkelen we naar hartelust en kijken onze ogen uit in de onderwaterwereld.
Op 28 maart verlaten we 's ochtends vroeg de B.V.I. (British Virgin Islands) en zetten koers naar St.John, één van de U.S.V.I. (United States Virgin Islands). We zijn in Amerika en hijsen de "stars and stripes".

Uitzicht tijdens één van onze wandelingen

We liggen nog maar nauwelijks vast aan een mooring in Cruz Bay (de hoofdstad van St. John) of we krijgen hoog bezoek: De U.S. Coast Guard komt bij ons aan boord. Persoonlijke gegevens, informatie over de boot en de veiligheidsmaatregelen komen uitgebreid aan de orde. Vooral wat de veiligheid betreft gaat men in Amerika verder dan bij ons in Nederland. Zelfs in de bijboot moeten we reddingsvesten dragen.
Twee/derde van St. John is Nationaal Park. Wij liggen aan een mooring in dit park (ankeren is op veel plaatsen niet toegestaan om het rif te beschermen). Er is een heel simpel maar goed functionerend betaalsysteem. Je stopt 15 dollar per nacht in een daarvoor bestemd bruin envelopje en brengt dat naar een betaalstation. Elk ankergebied heeft minstens één zo'n betaalstation.
Je kunt fantastisch wandelen op dit eiland en dat hebben we dan ook veel gedaan.

"benenbungelbankje"
De wandelroutes en de mooringgebieden worden goed onderhouden. We hebben de indruk dat er veel vrijwilligers bij dit onderhoud betrokken zijn.
Wij hebben nog lang niet alle eilanden gezien en zouden hier nog veel langer willen zijn maar Puerto Rico lonkt en, vooral het vliegtuig dat ons op 8 april naar Nederland zal brengen. Daar hopen wij ons tweede kleinkind in de armen te kunnen nemen.

maandag 15 maart 2010

Martha 60 op St. Maarten


De weergoden hebben ons niet de beloofde wind gebracht. Op weg van Dominica naar St. Maarten hebben we 26 uur moeten motorren en alleen de laatste 8 uren van de tocht konden we lekker zeilen.

Tijdens de nacht ruiken we ineens zwavel en een verbrande lucht. We varen langs het eiland Montserrat en herinneren ons dat er onlangs een vulkaanuitbarsting is geweest. Hij smeulde nog na. Heel bizar.

Aan het eind van de tweede dag gooien we ons anker uit in de Simpsom Bay bij St. Maarten. We wachten tot 17.30 uur want dan gaat de brug open en kunnen we naar binnen, naar het lagoon. Het is een heerlijke ervaring om weer door een echte hollandse brug te varen. We wanen ons even in het friese Woudsend.......

Daarmee houdt de vergelijking ook echt op want hier liggen megajachten en is er veel pracht en praal. Wij zijn uitgenodigd om op een van die grote jachten te komen kijken. Erg leuk. Het was de Gloria, een prachtige boot die in Nederland is gebouwd bij Jongert in Enkhuizen. Hier was een vaste bemanning aanwezig van 5 leden en deze boot was nog niet eens de grootste.....


Hoewel we in het nederlands gedeelte van St. Maarten zijn is er weinig wat ons aan Nederland herinnert. Er zijn geen nederlandse kranten te koop, er wordt bijna geen nederlands gesproken. Engels is de gangbare taal en er wordt ook niet met euro's betaald maar met Amerikaanse dollars. Wel is er boerenkool te koop en er zijn bitterballen!

Op St. Maarten komen we tot onze verrassing weer bekende zeilers tegen: Sebastiaan en Rhiannon en hun kinderen en Jeroen en Babette. Ook maken we kennis met Ben en Mieke die met hun Victoire 34 een tocht rond de wereld maken. Met al deze mensen hebben wij Martha's verjaardag uitbundig gevierd. Op een versierde boot. En met de kinderen hebben we een dansje gemaakt op het voordek.

Een aantal dagen is er geen of heel weinig wind. Het wordt dan heel warm. We plaatsen 2 zonnezeiltjes op het dek, één voor de mast en één er achter en 's nachts laten we een ventilatortje boven ons hoofd draaien waardoor we toch kunnen slapen.
Met de auto maken we een rondrit over het eiland. In het franse deel betalen we weer met euro's en er zijn veel terrasjes waar koffie met croissantjes kunnen worden gebruikt. Heerlijk.
We gaan nu naar een marina om de accu's weer es helemaal op te laden en om water te tanken. Daarna vertrekken we naar de British Virgin Islands.

#end