maandag 6 september 2010

New York

De tocht door het centrum van New York o.a. onder de Brooklyn Bridge door, langs Manhattan en met in de verte het vrijheidsbeeld, zullen we ons blijven herinneren. Wat een grandioze ervaring om op eigen kiel deze metropool binnen te varen.!
We varen de Hudson rivier op en pikken een mooring op bij de jachthaven in 79th street, aan de westkant van Manhattan.
Hier liggen we dan, op een ruime plek, in hartje New York op 10 minuten loopafstand van Central Park. Lang de rivier loopt een voet/fietspad waar we dagelijks veel mensen zien fietsen en joggen.

Vanaf het dak van het Rockefeller gebouw zien we Central Park en, geheel rechts, de Hudson River waar onze boot aan een mooring lag.


Met onze bijboot varen we naar de kant. We moeten rekening houden met de stroom die kan oplopen tot 3 mijl per uur. We gaan door het hek (de marina is 24 uur per dag bewaakt!) en lopen in ongeveer 5 minuten naar de ondergrondse die op veel trajecten vier banen telt.
Na een week komen onze zoon Frank en zijn vriendin Ruth bij ons aan boord. We beleven een gouden tijd met hen.
- wandelen over de Brooklyn Bridge
- bezoeken Ellis Island (de plaats waar vroeger de immigranten Amerika binnenkwamen) en het Liberty Island
- gaan uit ons dak op de Top of the Rock(efeller)
- beleven een super avond op Broadway met Mamma Mia
- op een dakterras met uitzicht op de stad genieten we van een heerlijk drankje

Op Broadway gaan wij naar een voorstelling van Mamma Mia


Zelf bezoeken we nog de Cloisters, het Guggenheim museum en de New York Public. Library.
Tot onze verrassing komen onze Amerikaanse vrienden Mike en Nancy uit Tiverton, waar we een week bij hun huis aan een mooring hebben gelegen, ons opzoeken. Met hen gaan we naar het Smithsonian, het nationaal museum van de American Indian. Ook beleven we een leuke lunch met Carol en Norman die we ook in Tiverton hebben ontmoet. Carol werkt op Wall Street en laat ons haar kantoor zien. Supergaaf om zo iets mee te maken. Met Norm gaan we 's middags naar het Museum Of Modern Arts waar een tentoonstelling van Matisse is. Puur genieten.!

Na ruim 14 dagen verlaten we New York. Het was er fantastisch. Eén van de hoogtepunten van onze reis tot nu toe.

Als we New York verlaten zeilen we nog eens vlak langs het Vrijheidsbeeld


Via de Delaware Bay en het C & D Canal (dat de Delaware Bay met de Chesapeake Bay verbindt) varen we naar Baltimore. Van hieruit vertrekken we voor 3 weken naar Nederland.

zondag 22 augustus 2010

Wij naderen New York

CAPE COD
 
Van Scituate varen we naar de zuidwest kant van Cape Cod. Dit is een eiland dat door een kanaal wordt afgescheiden van het vasteland. Helemaal aan de zuidpunt ligt Woods Hole, een dorpje waar veel oceanografisch onderzoek wordt gedaan. Hier ontmoeten we Renske, die eerder met ons van Bermuda naar Canada heeft gezeild. Ze doet hier een summer school van 10 weken en laat ons vol trots " haar" Woods Hole zien. Cape Cod is een eiland waar veel Amerikanen vakantie houden en waar prachtige fietspaden zijn aangelegd. Als ze onze hollands vouwfietsen zien roepen sommigen enthousiast:" hey, look at that, cool bikes" . 
 
TIVERTON
 
We verlaten Cape Cod en zetten zeil naar Tiverton. Dit ligt vlakbij Newport, het zeilersmekka van de Amerikanen. In Tiverton gaan we in een baai liggen waar Nancy en Mike wonen. Met ons bijbootje kunnen we zo naar hun huis roeien. We beleven een paar prachtige dagen met hen en hun vrienden. Met de auto van Nancy (deze keer een Volvio 70) rijden we naar Newport. Hier liggen prachtige en grote zeilboten en er zijn veel chique winkels. Maar een havenwandeling maken lukt niet echt, want er zijn veel luxe appartementen gebouwd waar borden bij staan met de tekst: " prive, geen doorgang" . Ook beleven we een mooie en vrolijke avond tijdens een zomeravond concert in Bristol waar Beth dirigent is en haar man Stewart pianist. We hebben Beth en Nancy eerder ontmoet op de Isles of Shoals.
Dat een eerste ontmoeting op de Isles of Shoals, achter het orgel in de kapel, tot een zo mooi contact kan uitgroeien! We blijven ons verbazen en verheugen.
 
LONG ISLAND SOUND
 
Vanaf Tiverton varen we in 3 dagtochten naar New York. We overnachten in New London aan de Thames en in Port Jefferson op Long Island. De Long Island Sound, het water tussen het vasteland en het schiereiland dat zich ten noordoosten van New York uitstrekt, is een prachtig zeilgebied met veel ankermogelijkheden, beschutte baaien en gezellige dorpen. Ook zijn hier veel jachthavens. Toch zien we bijna geen andere boten. Zou dat komen omdat Amerikanen lang werken en weinig vakantie hebben?
De derde dag komen we aan het begin van de avond op een plaats waar de East River begint en de Long Island Sound ophoudt. Hier laten we ons anker vallen en in de verte zien we de contouren van de grote stad die ons hart sneller doet kloppen. Daar ligt dus New York.
 

zondag 8 augustus 2010

Boston

Na veel omzwervingen in het mooie Maine zijn we nu aangekomen in Massachuttes. We hebben gekozen voor een mooring in Scituate, zo kilometer ten zuidoosten van Boston, omdat Pam en Bob daar wonen die wij eerder in Frenchboro ontmoet hebben. We zijn in korte tijd bevriend geraakt met hen en zij hebben ons zeer hartelijk ontvangen in hun huis en ons hun stukje Amerika laten zien. Ook hebben ze ons meegenomen voor een eerste kennismaking met Boston.
Dat smaakte naar meer. Bob en Pam bieden ons hun auto aan.
Bob vraagt of wij gewend zijn in een auto met versnelling te rijden. Als we die vraag bevestigend beantwoorden zegt hij dat we dan beter zijn andere auto die nog thuis staat kunnen gebruiken.
Wel moeten we voorkomen dat we een snelheidsbekeuring krijgen. Thuis gekomen begrijpen we waarom hij die opmerking maakte; er staat een Porsche voor ons klaar.
Drie keer rijden we met de Porsche naar het station, parkeren daar de auto en rijden in drie kwartier met de trein naar Boston.

Deze Porsche kregen we te leen van onze vrienden Pam en Bob

We lopen een groot gedeelte van de Freedom Trail. Dit is een pad dat door het oude Boston gaat en leidt langs allerlei gebouwen die herinneren aan de Amerikaanse strijd om onafhankelijk en vrijheid.
We lezen het verhaal over de Boston Massacre, een bloedbad dat ontstaan is door gevechten tussen patriotten en de Engelse overheersers. Een ander voorbeeld van die strijd is de Boston Tea Party. Engeland had een extra belasting geheven op thee. Dit wekte veel agressie op en uit protest gooiden de patriotten de hele theelading van 3 schepen in het water. Niet lang daarna, in 1776, werd de onafhankelijkheid uitgeroepen.
Vlakbij Boston ligt Cambridge en hier is de Harvard universiteit gevestigd. Wij bezoeken het National History museum dat op het universiteitsterrein ligt. We zijn o.a. onder de indruk van de grote collectie bloemen gemaakt van glas, een collectie die gebruikt wordt bij het onderwijs aan de studenten biologie. Ook is er een afdeling waarin het onderwerp kloimaatverandering centraal staat. Hier blijkt dat heel vroeger de hele aarde eens bedekt is geweest met ijs en dat in een andere periode palmbomen op de polen groeiden. Er wordt een dringend beroep gedaan op de mensheid om de uitstoot van schadelijke stoffen drastisch te beperken.
We bezoeken op onze laatste dag in Boston het "Musea of Fine Arts" dat tot de meest vooraanstaande kunstmusea ter wereld behoort. Het is een immens groot en mooi gebouw. We zijn onder de indruk van de manier waarop de Egyptenaren (in de periode van 4000 - 2000 v. Christus)hun doden begroeven en welke kunstvoorwerpen zij hen meegaven. Maar ook hangt er het prachtige schilderijtje "De Zaaier" van Van Gogh ( we dachten altijd dat het veel groter was). Het beeld van het 14-jarig danseresje van Edgar Degas ontroert ons.

donderdag 29 juli 2010

mainpoints of Maine

Southwest Harbour

Van Cutler zeilen we naar Southwest Harbour. De hele trip hier naar toe moeten we erg letten op " lopsterpot" boeien, boeien die verbonden zijn met een kreeftenkooi. Als we in de baai van Southwest Harbour aankomen lijkt het wel koninginnedag; het hele veld (water) ligt bezaaid met ballonnen (lopsterpotboeien). Maar we komen zonder kleerscheuren aan en vinden een mooring tegenover de Hinckley werf. Hier bouwen ze prachtige zeilboten die er allemaal glimmend uitzien, bijna allemaal donkerblauw en die, vooral door hun negatieve spiegel, een tijdloze uitstraling hebben.
Southwest Harbour ligt op Mount Desert Island waarvan het grootste gedeelte een natuurpark is. Dit park beslaat 35.000 hectare waarin 200 kilometer aan wandelroutes is aangelegd en 70 km weg voor fietsers. Wij kunnen onze fietsen op de bus meenemen naar de ingang van het park. Om opstoppingen in het verkeer te voorkomen en om luchtvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen is er op het hele eiland gratis openbaar vervoer.
Rockefeller, bekend oliemagnaat, had het eiland eerst zelf in bezit en wilde het zo aanpassen dat grote groepen mensen ook van de prachtige natuur kunnen genieten. Alle paden en wegen zijn aangelegd met lokaal materiaal. De enkele bruggen die zijn aangelegd passen heel mooi in het landschap. Door de grootte van het park kom je maar heel weinig mensen tegen.

Je moet zelf de fietsen op de bus plaatsen

In het hele park is niets te koop.In het dorpje Southwest Harbour worden we geconfronteerd met een bijzondere maatregel; drank mag niet aan mensen verkocht worden die nog geen 18 jaar zijn. Om drank te kunnen kopen moet je je kunnen identificeren. In de supermarkt kunnen wij onze budweisertjes (Amerikaans biertje) niet meenemen omdat wij ons paspoort of rijbewijs niet bij ons hebben. Blijkbaar konden ze aan ons uiterlijk niet zien dat we ouder zijn dan 18 jaar.......

Frenchboro

Na enkele dagen vertrekken we naar Frenchboro dat op Long Island ligt. De afstand is niet groot, slechts 10 mijl maar doordat al vrij snel na vertrek dikke mist ontstaat (o zo kenmerkend voor Maine) en hier ook heel veel lobsterpotten liggen, is het een inspannende tocht.
Ook hier pakken we weer een mooring op tussen de kreeftenboten. We zijn het enige plezierjacht. In het weekend liggen er 4 zeilboten. Topdrukte......

Het centrum van Frenchboro



Op het eiland leven 67 mensen. Er is een school, een kerk, een museum en een bibliotheek. De school heeft 1 ruimte, klaslokaal waar alle leerlingen tussen 6 en 12 jaar in les krijgen. In de bibliotheek kunnen we internetten (later bleek dat we ook aan boord kunnen internetten). Er staan hier 6 computers. Als we vragen naar de openingsuren zegt men ons; " Openingsuren? Nee, die hebben we niet, we sluiten gewoon niet af".
Vooral voor gezinnen is het moeilijk om op het hoofd boven water te houden. De kinderen moeten naar het vasteland voor vervolgonderwijs.
Met overheidssteun wordt geprobeerd deze leefgemeenschap in stand te houden. We hopen dat dit gaat lukken want Frenchboro en haar bewoners hebben ons hart gestolen.
Ook op dit eiland zijn weer prachtige voetpaden aangelegd. We maken diverse tochten. In een klein restaurantje eten we lekker krab en kreeft.
Als de eigenaren horen dat we uit Nederland komen worden we direct uitgenodigd de voetbalwedstrijd tegen Spanje in hun restaurantje te komen bekijken. Heel hartelijk want er staan maar 4 stoelen en 1 tafel in dit restaurant. Jammer dat we verloren hebben. Maar het oranje gevoel was groot......

Woningruil in Stonington ?

In Stonington gaan we heerlijk eten bij de " Seasons". Het avondlicht valt heel mooi op de baai, en we maken veel foto's. We zitten buiten en hebben een prachtig uitzicht over de baai vol met rotsen en vissersboten.

Uitzicht vanaf terras

Tegenover de baai ligt een eiland van waaruit vroeger veel graniet is gehaald en verscheept naar alle delen van Amerika. Hierover is nog een museum ingericht.
Als we een keer met tassen uit onze dinghy op de wal stappen vraagt een voorbijganger of we boodschappen gaan doen. Inderdaad, dat zijn wij van plan. "Daar staat mijn groene Saab 9000 en gebruik die maar om boodschappen te halen. Lopen is wel wat ver. De sleutel zit in de auto".
Tijdens een andere wandeling komen we langs een huis dat staat op een prachtige plek met uitzicht over de baai. Martha spreekt de persoon aan die aan het gras maaien is. Aan ons accent (en niet alleen van Kees) merkt hij al gauw dat wij geen Amerikanen zijn. " Waar komen jullie vandaan"? vraagt hij. Hij blijkt ook uit Nederland (uit Friesland nog wel) te komen. 61 jaar geleden (hij is nu 71) is hij met zijn ouders en acht broertjes en zusjes naar Amerika gekomen. Het wordt een leuk gesprek over o.a. friese droogworsten en hoe hij met zijn familie in Amerika een nieuw vaderland heeft gevonden en een nieuw leven heeft opgebouwd. Als we verder lopen stopt er een auto naast ons waarin "onze" fries blijkt te zitten. "Ik heb nog een idee" zegt hij. "Wat vinden jullie ervan als we woningruil gaan doen? 's Zomers wonen we hier in Maine en 's winters in Arizona. We kunnen dan ook elkaars auto lenen". Ongelooflijk, hij kent ons niet en weet niet waar en hoe wij wonen en biedt ons zijn prachtige huis in Maine aan. Wij zijn aangenaam verrast want we willen graag nog een keer terug komen in Maine.
Rockland

Voor het eerst op onze tocht door Maine zien we veel zeiljachten liggen.
Wat we ons van Rockland zullen blijven herinneren is het bezoek aan het prachtige Farnsworth museum. Er hingen werken o.a. van Alex Katz en de Wyeth family. Uit het werk van deze laatste familie (3 generaties) blijkt hoe de Amerikanen hebben gestreden voor hun eigen onafhankelijkheid. Indrukwekkend!
We maken nog een wandeling naar een plek van waaruit we een goed zicht hebben op de aankomst van zo'n twintig traditionele schepen (schoeners). Op de weg terug komen we nog langs een vakschool waar houten boten worden gemaakt. Kees heeft zich bijna opgegeven voor een 2 weekse cursus. Wat heeft Maine toch veel te bieden.

Port Clyde

Het was eerst niet de bedoeling om hier naar toe te gaan maar tijdens een trip waar we alles moesten motorren hadden we ineens geen zin meer. Van Amerikanen hadden we gehoord dat Port Clyde ook de moeite waard is. En jawel, wat een beeldschoon haventje en een mooie baai. Als we een wandeling naar een vuurtoren maken zijn we weer onder de indruk van de uitzichten over de baai en de mooie bloemen in de berm die door niemand zijn gezaaid.

Bloemen in Port Clyde

Christmas Cove

Bij het krieken van de dag verlaten wij Port Clyde en groeten de mooring die ons zo prachtig op onze plek in de baai heeft gehouden. Het weer is zonnig, geen wind, wel weer veel prachtig gekleurde lollies (boeien van kreeftenpotten) die wij moeten ontwijken. In een mooie baai blijven we een nacht liggen en trekken dan verder naar Boothbay Harbor.

Boothbay Harbor
Van de havenmeester horen we dat alle moorings " privately owned" zijn maar dat we wel aan een steiger kunnen liggen. Kost wel 170 dollar per nacht!! Dat doen we dus niet. Gelukkig krijgen we een tip van een aardige andere zeiler die ons een mooring wijst die bijna nooit gebruikt wordt. Hier leggen we aan.
We zijn in een andere wereld aangekomen. De wereld van de rondvaartboten, de souvenierswinkels, veel restaurants en veel toeristen die met bussen worden aangevoerd. We blijven hier dan ook maar een nachtje.

Freeport

Freeport is een haven die ver het land in ligt. We vertrekken 's ochtend met mooi weer, een mooi zeilwindje maar in de loop van de dag komt de mist op zetten. Eerst moeten we nog de zonnebril ophouden en is een t-shirtje genoeg om het warm te houden. Maar al gauw begint het te regenen. Als we vlakbij de haven zijn en een rivier moeten opgaan is het zicht bijna weg. En dan begint het ook nog te onweren. De radar en de kaartplotter hebben we beide aan staan om ons te helpen de weg te vinden. Gelukkig komt de havenmeester van de Brewer marina ons tegemoet en helpt ons de mooring te vinden. Net op tijd maken we vast aan de mooring en het onweer barst in alle hevigheid los. We nemen een warme douche en een glas wijn. Het leven is goed.
Freeport is bekend om zijn vele outlets, fabriekswinkels waar de naam van L.L. Bean in de wijde omgeving bekend is. Het is een paradijs voor koopjesjagers. We hebben ons er dan ook zeer uitgeleefd.
In een mooie rode pick-up (ons zo maar aangeboden door de havenmeester) doen we boodschappen bij de supermarkt en laden onze spullen in de laadbak.
Dat is nog eens wat anders dan in de fietstas.......

Met de pick-up van de havenmeester doen we boodschappen


Portland


De tocht van Freeport naar Portland leidt ons door een prachtige archipel. Onze route gaat zigzaggend tussen de eilanden door. Wel opletten, maar een hele mooie tocht.
Sinds weken zijn we weer in een grote stad maar we verlangen alweer gauw naar een meer natuurlijke plek. Na 2 dagen vertrekken we dan ook alweer.

The Isles of Shoals.

De Isles of Shoals zijn werkelijk pareltjes in de zee. Puur en ongerept. Ze liggen ruim 6 mijl uit de kust, ter hoogte van Portsmouth. Door deze archipel loopt de grens tussen Maine en New Hampshire. Sommige eilanden zijn bewoond. Op een wandeling langs de rotsen komen we heel veel meeuwen tegen die ons schreeuwend begroeten. We zoeken een stokje om ons hoofd tegen hen te beschermen. Op een van de eilanden is een conferentieoord gevestigd dat eigendom is van 2 verschillende kerkgenootschappen.
Er heerst een ontspannen sfeer waarin mensen elkaar ontmoeten en zich bezinnen op hun verantwoordelijkheid in de samenleving. Ook komen we mensen tegen die alleen voor de natuur komen en om hier te recreeren, muziek te maken en te schilderen of gewoon maar op een rots te zitten en naar de zee te kijken. Wij kunnen mee eten met de gasten van de conferentie. Een bijzondere ervaring.

zondag 18 juli 2010

Aankomst in Amerika

Na een dagje zeilen en motorren vanuit Grand Manam bereiken we het dorpje Cutler dat in Amerika ligt. Onderweg zien we nog 2 keer een walvis. Cutler ligt in het noorden van Maine en staat in een pilot beschreven als een "port of entry". Dit is een haven waarbij je kunt inklaren. We kunnen de douane niet bellen want onze mobiele telefoon heeft hier geen bereik. Dan maar de satelliettelefoon gebruiken. Echter, daarvoor hebben we het landennummer van Amerika nodig en dat staat niet in ons A.N.W.B boek.
Zodra ons anker is neergeplonst roeien we met de dinghy naar de kant en zoeken een mogelijkheid om te bellen. De eerste automobilist die we tegen komen weet een oplossing; stap maar in en ik breng je naar iemand die je ook kan vertellen of er nog een mooring vrij is. Voordat we het goed en wel beseffen zitten we aan de keukentafel van een vissersgezin. Hij is kreeftenvisser en, in tegenstelling tot Canada, is dat vissen in Amerika niet gebonden aan een bepaalde periode. "Ja natuurlijk mag je bellen en als de douane wil dat je naar hen toe rijdt mag je die en die auto van ons gebruiken".
De douane komt over een half uur ons oppikken bij het vissersgezin. Ondertussen worden we verwend met lekkere hapjes en kunnen we op de veranda uitkijken over de prachtige baai. De douane mist in ons paspoort een bepaald formulier maar geen probleem; zij brengen het wel en zijn over een uur terug.
"Wij hebben vandaag te veel eten dus als jullie willen, schuif gerust aan. Vrienden van ons eten ook mee". Helemaal overstelpt door de grote hartelijkheid zitten we met 6 volwassen en 5 kinderen te eten.
De visserman vertelt dat in het dorp voornamelijk vissers en gepensioneerden wonen. Velen trekken uit het dorp naar de grote steden. Ook zijn in het dorp vrij veel vakantiewoningen en dat maakt dat het dorp er in de wintermaanden heel stil uitziet. In het dorp zijn geen winkels, geen café's en geen restaurants. De bakker woont ruim 10 kilometer verder. Wel zijn in de buurt van het dorp een aantal mooie wandelroutes aangelegd waar we dankbaar gebruik van maken. Ook fietsen we nog een keer naar de bakker.

zondag 20 juni 2010

Enjoying Canada and the Canadians

Wij zijn in Canada. De tocht van Bermuda naar Canada is pittig. Gelukkig hebben we voor dit traject in de persoon van Renske Gelderloos een geweldige "opstapper"! Zij is een ervaren zeezeilster en we hebben een leuke tijd met haar gehad.
Diverse depressies passeren ons. We hebben relatief veel aan de wind gezeild. Op het ene moment moesten er 3 reven in het zeil en op het andere moment moest de motor bij. Nadat we de 41e breedtegraad passeren (halverwege New York - Boston) wordt het aanzienlijk kouder; de warme golfstroom buigt af richting het Europese vasteland.

Via de Bay of Fundy zijn wij op weg naar de baai van St. Andrews. De Bay of Fundy is het water tussen Nova Scotia en het Canadese vasteland en heeft het hoogste verschil ter wereld tussen eb en vloed. In het noorden van de baai bedraagt het verschil maar liefst 12 meter! In St. Andrews zullen we Rhiannon en Sébastiaan en hun kinderen ontmoeten. Zij zijn de nieuwe eigenaren van onze vorige boot. De ouders van Rhiannon wonen in St. Andrews.
Vanaf de Bay of Fundy is het nog ongeveer 3 uur varen om de baai van St. Andrews te bereiken. St. Andrews is een lieflijk dorpje aan de zee en ligt vlakbij de Amerikaanse grens. Er komen 's zomers erg veel toeristen maar als wij arriveren is het seizoen nog niet begonnen. Dat heeft ook met de temperatuur te maken. Zeker 's ochtends voelt de w.c.-bril koud aan en moet de kachel nog even aan. Een groot verschil met de Carieb! Verrassend is echter de manier waarop mensen ons benaderen en behulpzaam zijn. We voelen ons hier heel welkom. Ook door de ouders van Rhiannon zijn we een aantal keren uitgenodigd. We vinden het erg aangenaam en hartverwarmend om hen te ontmoeten.  Wat ons verder opvalt is dat we vaak op straat worden aangesproken en mensen ons vragen waar we vandaan komen. Bijna altijd blijkt dan dat zij sterke banden hebben met Noordwest Europa. Dit leidt vaak tot leuke ontmoetingen.

Na de eerste dagen klaart het weer aanzienlijk op, en wordt het aangenaam warm. Veel booteigenaren halen hun boot uit de winterstalling en het wordt steeds drukker in de baai.
Vanuit de kuip genieten we steeds opnieuw van de grote getijverschillen die het landschap zo veranderen.

Renske blijft nog een paar dagen bij ons en dan brengen we haar met een gehuurde auto naar Halifax. Het is vijf uur rijden om daar te komen. Vaak rijden we vele kilometers achtereen zonder ook maar één auto te zien. Wel moet je oppassen voor overstekende elanden.  Vanuit Halifax  zal Renske naar Schiphol vliegen. Om zoveel mogelijk van Halifax te kunnen zien blijven we daar met z'n drieën nog een nachtje slapen. Als we met de bus naar het centrum willen, blijkt dat we geen gepast geld hebben. Geen probleem. De buschauffeur vertrouwt ons volkomen en zegt dat we dan, op de terugweg, maar een retourtje aan haar collega moeten betalen.  Halifax is een boeiende stad.
Via Halifax zijn vele immigranten in Canada aangekomen. Pier 21 is een begrip bij heel veel Canadezen. Dit was de plaats waar de mensen voor het eerst voet aan wal zetten. Eén op de vijf Canadezen heeft een connectie met deze plek.
Ook was Halifax de plaats van waaruit oorlogsschepen zee kozen. Veel monumenten herinneren aan de vele oorlogen.

Tijdens onze reis komen we zo af en toe voor uitdagingen te staan die een beroep doen op onze creativiteit. Wat doe je bijvoorbeeld als je geen gas hebt. Geen gas betekent veel....  Geen kopje thee ´s ochtends en geen kruikje voor de koude voetjes en ga zo maar door.  En dan blijkt weer de Canadese mentaliteit van hulpvaardigheid. Binnen de kortste keren krijgen we 2 gastoestellen te leen aangeboden.
Onze gastanks  kunnen namelijk niet in Canada en ook niet in Amerika gevuld worden. Men gebruikt hier een andere standaard, dus we hebben een andere fles gekocht. Maar in Canada en Amerika kennen ze niet, zoals wij in Europa, het metrische systeem. Dat betekent dat we geen goede verbinding met onze gasleiding in de boot konden maken. Al in Puerto Rico, maar ook weer op Bermuda en zeker in Canada hebben we met diverse zaken gesproken om dit probleem op te lossen. Dat is ons niet gelukt. Deels ook omdat veel bedrijven huiverig zijn voor aansprakelijkheid en het risico te lopen een claim aan de broek te krijgen. Uiteindelijk hebben we Breehorn, de werf die onze boot heeft gebouwd, gebeld en zij hebben voor een oplossing gezorgd door een nieuwe slang naar ons op te sturen. En daarmee zijn we uit de brand en in het gas......



woensdag 9 juni 2010

Culebra en Bermuda


Culebra

Tien mei vertrekken we naar Culebra, een klein eilandje, 20 mijl ten oosten van Puerto Rico. Het is een Spaans Maagdeneiland en behoort tot Puerto Rico. We gaan voor anker in de baai die genoemd wordt "Ensenada Honda". Het eiland is ongeveer 7 mijl lang en 3 mijl breed. Op het eiland wonen ongeveer 2000 mensen. Meer dan 1/3 van het eiland is tot beschermd natuurgebied verklaard.
De tocht naar Culebra verloopt niet snel. We vermoeden aangroei en jawel, als we voor anker liggend onder water kijken zien we dat het hoog nodig is om de onderkant van de boot schoon te maken. Gelukkig kunnen we een fles huren om daarmee te duiken. Na 1,5 uur ziet de boot er ook aan de onderkant weer piekfijn uit.
We liggen vlakbij het dorpje Dewey. Hier wonen ook de meeste bewoners van het eiland. We beleven nog iets leuks op een terras : Zittend op een barkruk en genietend van een heerlijk biertje en een wit wijntje komt er opeens een hele grote vis, een tarpoen, ons gedag zeggen. leuk he? Het is een tarpon(tarpoen),ongeveer 1.20 lang. "Eet van de restjes van de restaurants" zo horen we van andere mensen op het terras


We maken een mooie wandeling naar de noordkant van het eiland, naar de Bahia de Flamenco. Dit is een heel mooi strand met prachtig zand, mogelijkheid tot douchen en waar je ook ligstoelen kunt huren. Het strand wordt afgeschermd van de zee door een heleboel kliffen. Heerlijk zwemmen.

Bermuda

Een paar dagen later zien we op de weerkaarten dat er zich een depressie ontwikkelt die zich tussen Culebra en Bermuda een weg baant. We wilden nog een paar dagen blijven maar besluiten nu (donderdag 13 mei) te vertrekken om eerder op Bermuda te zijn en daarmee de depressie vóór te zijn.
Buitengaats blijkt de wind iets sterker (windkracht 6) te zijn dan we hadden verwacht en ook de richting is iets ongunstiger; meer noordoost, dan oost. Veel water komt over maar de boot gedraagt zich voortreffelijk. Na 2,5 dag neemt de wind af en moet de motor bij. De laatste 1,5 dag kunnen we gelukkig weer zeilen. Gelukkig zijn we al lang op Bermuda in St George's Bay als de depressie voorbijtrekt.
Er wonen 60.000 mensen op Bermuda. Het is een archipel van eilanden (er zouden 365 zijn). Veel eilanden zijn in de loop der jaren door een dam of brug met elkaar verbonden.
Bermuda is een rijk land.




Het gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking zou 69.500 dollar bedragen. Naast toerisme (600.000 toeristen per jaar) zijn er ook veel financiële bedrijven gevestigd.
In 1995 is nog een verkiezing gehouden over de vraag of Bermuda onafhankelijk zou moeten worden. De uitslag; de band met Engeland wordt niet verbroken.
We merken dat we ruim 1500 kilometer ten noorden van de Caribische eilanden zijn beland; de watertemperatuur is hier 7 graden lager (nu 21 graden) en ook de buitentemperatuur is frisser. De bimini gaat er dan ook af en we slapen weer onder een dekbedje.
We maken diverse tochten over het eiland. Onderweg zien we prachtig gebouwde huizen met mooi aangelegde tuinen. De versieringen aan de huizen en ook de aanleg van de tuinen doen ons aan Engeland denken. In Hamilton ,de hoofdstad van het eiland, staan veel mooie, grote bronzen beelden.
Op Bermuda is ook een uitstekend openbaar vervoer en, typisch engels, de reizigers staan netjes achter elkaar in de rij om de bus in te gaan. Ook schoolkinderen, gekleed in schooluniform, maken veel gebruik van het openbaar vervoer.